
Een van de laatste madeliefjes deze herfst. Ze heeft het niet gemakkelijk, maar ze is er. Ze bloeit schraal in korte, koude dagen. Aan wie doet ze me denken?

Vandaag pas verneem ik dat Ben Hoffschulte overleden is. Jarenlang was hij de antiquaar van de wondermooie boekhandel Procopius. Je vond er boeken van de historicus Procopius, je vond er boeken van zijn lievelingsdichter Dante, je vond er geschriften van de grote mystici en van René Girard. Heel vaak klonk er muziek van Bach. Ik zie de tegelvloer weer voor me, de tapijten, de stevige tafels die zware kunstboeken torsten. Wat heb ik met mijn beperkte middelen al niet bij hem gekocht? Dante lezen, over Dante schrijven en met zijn Saab 900 Europa doorkruisen, dat deed de antiquaar het liefst. Ik had hem al lang niet meer gezien, maar heb de laatste tijd veel aan hem gedacht.
Bladerend door de heruitgave van Oud papier zie ik dat ik twee boeken besprak die ik bij Procopius vond, de befaamde Heksenhamer en Burckhardt, De Renaissance in Italië. Daar ben ik blij om.
En misschien kan ik de herinneringen het beste koesteren door volgende week weer Dante te lezen.
Ik vond een dichtbundel in mijn andere brievenbus, een dichtbundel met prachtig blauw. Varianten zonder schroom. Mijn ogen blijven haken aan deze regels:
Zonder voorbedachten rade is
er opvliegende verlokking, maar in het reine
zijn wij met de sobere praal van geen verhaal.
(Nu alles in onze wereld ‘verhaal’ heet, is die sobere praal mij welgekomen.)
Varianten zonder schroom. Een wisselwerking tussen Ron Scherpenisse en Bert Bevers, 2021.

Classicus Patrick De Rynck lanceerde vandaag de website Hic et nunc, over de rol van de oudheid in ons alledaagse leven. Het viel me niet moeilijk om een kleine bijdrage te leveren, ik haalde gewoon mijn hemdjurk bedrukt met teksten van Sapfo uit de kast, herlas Sapfo’s gedichten vertaald door Paul Claes (Liederen van Lesbos) en verdiepte me in befaamde mode-ontwerpers geïnspireerd door archaïsche en klassieke Griekse kleding. Madame Grès? Jazeker. Dior? O ja, meer dan ooit. Wilt u er het fijne van weten? Spoed u naar Hic et nunc.

O, we zien ze overdag soms ook wel. Maar dat onze tuin ’s nachts op hun route ligt, en dat ze aan de struiken knabbelen, lijdt geen twijfel. Je kunt moeilijk anders dan de sierlijkheid van een ree bewonderen. Toch vraag ik me af, na mijn allereerste tekenbeet in deze landelijke omgeving, of zij de draagster was van dat miniatuurmonster.

Dans la nuit éternelle emportés sans retour,
Ne pourrons-nous jamais sur l’océan des âges
Jeter l’ancre un seul jour?
Ja, zo schreef monsieur de Lamartine, mijn moeder kende dat gedicht uit haar hoofd. Zij toonde ons in een tijdschrift het portret van de dichter die, meen ik, enkele jaren lang de mooiste man van Frankrijk moet zijn geweest. Dat tijdschrift zal hier ook nog wel ergens liggen. Hij was de uitvinder van de romantiek, monsieur de Lamartine, ik zou nog altijd zeggen dat dat toch niet niks is.
(Geïnspireerd door de beide cahiers van Elias schreef ik een verhaal. Ik meen dat de moeder van Maurice Gilliams vooral van de poëzie van Musset hield, maar ach, als schrijver mag je overal je eigen favorieten binnensmokkelen.)

Iedere keer wanneer je het herleest, ontdek je een ander boek.
Gilliams verloochende later het “tweede cahier” van Elias, zo perfectionistisch was hij.
Ik heb het toch met bewondering gelezen. En ik bleef haken aan deze zin: “Doch de eenzaamheid is beter dan een kus; want wie weet hoe hij bemind wil zijn?”