Painting

els_nouwen_uitn_digi

Het belooft een boeiende tentoonstelling te worden. Fragment uit een tekst die ik schreef bij nieuw werk van Els Nouwen:

“Het zijn niet langer de schilders die onze onverzadigbare honger naar beelden stillen, dat doen nu de fotografen. Zij bepalen onze dagelijkse waarneming van de wereld en zelfs van fantasiewerelden. Kranten, tijdschriften, nieuwsuitzendingen, computerschermen krioelen van de beelden, die we lang niet allemaal aandachtig bekijken. Foto’s wekken vluchtige emoties op en kunnen misleiden en manipuleren. Dit interesseert de virtuoze schilder Els Nouwen. Haar intense omgang met de beeldenstroom die ons dagelijks overspoelt, resulteerde in een heilzaam wantrouwen. Wat is een beeld? Wat maakt een beeld in ons los? Waarom onthouden we sommige beelden, die op het eerste gezicht niet zo opvallend zijn, waarom blijven ze in ons geheugen haken? Dankzij haar meesterlijke techniek kan Els Nouwen de werkelijkheid even “realistisch” weergeven als een fotograaf, maar dit is niet waar het voor haar als schilder om draait. In haar werk vertrekt ze vanuit foto’s, die haar getroffen hebben, foto’s die zelf al verwijzen naar een omgang met beeldcultuur. Zo werd ze geboeid door een foto van een negentiende-eeuws schilderij in Washington dat werd verminkt door een geesteszieke. Ook een foto van kinderen die Indiaantje spelen met een vredespijp, resoneerde: de kinderen spelen dat ze indiaan zijn zoals de schilder een reenactor lijkt van de schilderkunst, maar de foto herinnert een kenner van de traditie ook aan een schilderij van Magritte, dat we voornamelijk kennen dankzij een stroom aan foto’s en reproducties.”

Galaxa

De rode ridder in 'De Toverspiegel ', nr. 58
De rode ridder in ‘De Toverspiegel ‘, nr. 58

Toch wel verrassend voor een jonge lezer in de jaren 1970: de afstandelijke rode ridder beleefde plotseling een heuse romance. Het verwaande boerinnetje Veerle van de Reigershoeve, de al wat chiquere Yolande van Kendall, ze vielen in het niet bij de tragische, zwoele Astra van de watermolen, in album 52. Johans hart klopte sneller, hij sprak liefdesverklaringen, er werd langdurig gekust! Ik kon mijn ogen amper geloven.  Maar deze liefde leidde tot niets, want wie wilde zich de rode ridder met een vrouw ten laste voorstellen?  Als landjonker in een burchtje, met alras een schare kleuters aan zijn voeten? Het trauma zou genezen, de rust keerde weer.

Dacht ik. Tot ik het beroemde album 58 las, De Toverspiegel. Daarin redt Johan de fee Galaxa uit de klauwen van de draak Gorgontar. Het omslag loog niet: Galaxa was een licht ontvlambare mengeling van Brigitte Bardot, Sofia Loren, Ursula Andress, Raquel Welch  en Claudia Cardinale. Die ogen, die lippen, dat zandloperfiguur, dat big hair! Ze maakte indruk op me, want ik probeerde haar na te tekenen en bestudeerde de manier waarop Karel Biddeloo haar ogen weergaf in profiel en haar sierlijke neusvleugels aflijnde. De trucs die ik daar leerde, bleven me bij.

Een nieuwe heldin voor de volgende Stripgids. Lees de rest in dat prachtblad.

Kuieren

meiklok15

Met je vingers gaten graven in de grond, om zaadjes van oostindische kers te planten. De wind zwenkt, een vleug heerlijke geur, kan het zijn, ja, van meiklokjes. Muguet porte bonheur. Komt er geluk? Wild bloeien doet die magnolia. Moesten we allemaal doen, misschien.

magnolia15

(Zaadjes van de oostindische kers dankzij Maandag hofdag; al de rest dankzij de ouderlijke tuin.)

Genie met opvolger

Rafael, Zelfportret met Giulio Romano, Louvre, Parijs
Rafael, Zelfportret met Giulio Romano, Louvre, Parijs

Zo, dit zelfportret van Rafaël met zijn leerling en opvolger Giulio Romano kende ik niet.

Giulio bouwde en decoreerde het Palazzo del Te voor de hertog van Mantua. Ik blader door boeken en neem de details in me op. Wat een wonderlijk, uitdagend oord, gewenst en rijkelijk beloond door een grillige opdrachtgever. Ja, lezend over het mecenaat van renaissancevorsten krijg je de indruk dat hedendaagse kunstenaars veroordeeld zijn tot een sukkelbestaan.

Ontwerp van Giulio Romano, Zaal van Psyche in het Palazzo del Te, Mantua, ca. 1527
Ontwerp van Giulio Romano, Zaal van Psyche in het Palazzo del Te, Mantua, ca. 1527

Voogdessen

voogdessen

Het schijnt Wereldboekendag te zijn. Ik weet niet wat die benaming inhoudt, en misschien is nagenoeg elke dag wel boekendag voor mij. In elk geval ben ik blij dat vandaag dit pakje uit Duitsland arriveerde. Want boeken van historici die ook werkelijk goed schrijven, die verzamel ik. En deze drie dames markeerden Bruegels eeuw.

Aangekocht bij The Old Bookcase.

Heloise en Alcuinus

abelard

Prisma-boeken: ik kan er zelden aan weerstaan. In mijn ouderlijk huis zocht ik iets om ’s avonds te lezen; dit vond ik in het rek met pockets. Een plechtstatige historische roman, over de strijdlustige filosoof Peter Abelard uit Frankrijk. Tegenwoordig beter bekend om zijn verhouding met zijn studente Héloise dan om zijn gedichten en verhandelingen, waarvan een de modern klinkende titel Ja en nee draagt. Sic et non. (Het verbaast me dikwijls zelf ook, dat ik als student filosofie zoveel plezier beleefde aan de cursus Middeleeuwse wijsbegeerte).

De schrijfster, Helen Waddell, lijkt me een soort Britse Helene Nolthenius. Peter Abelard is haar enige historische roman. Van haar overige boeken zou ik The Wandering Scholars willen lezen, en haar vertalingen van Latijnse gedichten uit de middeleeuwen.

De commerciële Nederlandse titel Abelard en Heloise is misleidend, want het is wel degelijk een roman met Abelard als hoofdpersoon. Maar op een mooie bladzijde zit Heloise te bladeren in een oud handschrift, met brieven van Alcuinus van York. Heloise, een vrouw uit de twaalfde eeuw, Alcuinus, een beroemde monnik uit de achtste eeuw. En dit schrijft Alcuinus.

“O mijn geliefde, herinner je mij. Ik zal de jouwe zijn in leven of in dood… En zelfs al is een andere plek bestemd om mijn lichaam te bewaren, toch denk ik dat mijn ziel zijn rust zal vinden met jou. En al zal verscheidenheid van verdiensten de een gezegender doen leven dan de ander, toch zal de gelijkheid der eeuwigheid allen gelukkig doen leven. Zoals ene zon over allen schijnt en toch door sommige ogen helderder gezien wordt dan door andere zo zal het koninkrijk der hemelen zijn… Dit is de zegen van het leven hiernamaals, dat nooit afwezig is datgene wat altijd is bemind. Ik heb teveel gesproken, maar wie weet of het me morgen gegeven is om te schrijven, en of jij en ik, na morgen, ooit nog onze zoete samenspraken houden?”

Dat hebben kenners van de middeleeuwen voor op ons, ze weten dat dergelijke parels bestaan en ook waar ze die moeten opduiken. Ik ga maar eens op zoek naar de brieven van Alcuinus.

“Ze sloeg de bladzijden haastiger om, deze oude stem uit een vergeten wereld had te veel macht.”

Helen Waddell, Abelard en Heloise, vertaald door G.J. Helmer, Prisma-Boeken, Utrecht-Antwerpen, 1960, p. 39.