Het speet me te vernemen dat Pom vandaag overleden is. Ik beschouw hem als de meest onderschatte niet-pretentieuze striptekenaar. En van zijn heldin Susan heb ik altijd gehouden.
Een fragment uit een column over haar, die ik schreef voor Stripgids.
Thuis groef ik mijn strips van Piet Pienter en Bert Bibber nog eens op uit de stapel Rode Ridder, Safari, Jerom, Robert & Bertrand, Biggles, Johan & Pirrewiet, Jommeke en Yakari. Stuk voor stuk onmodieuze beeldverhalen, maar beladen met jeugdherinneringen en nog steeds een bron van troost, of in elk geval vergetelheid, in slapeloze nachten. Ik herlas El Rancho Grande, De dubbel-koolzure-soda-bom en Bulder-lachgas. Daarna vroeg ik me af of tekenaar Pom niet een onderschatte figuur is. Plotseling viel zijn ontwapenende humor op: ik vond het grappig, hoe hij een prentje van een auto in een plensbui voorziet van het opschrift “Op een stralende zomerdag”, hoe hij de republiek San Felipe situeert “ten oosten van het westen in het noorden van Zuid-Amerika” en er iedereen Spaans-met-haar-op laat spreken ( Okéjos kamerados), hoe dwangarbeiders in de Democratische Arbeidersrepubliek zichzelf gelukkig prijzen dat ze geen kapitalisten zijn (“Lofzang in F-mineur”), hoe een Italiaanse charmezanger Rocco Macaroni heet, hoe hij meta-momenten inlast tussen zijn boulevardplotwendingen: “MAAR… zoals bekend speelt in een tekenverhaal het TOEVAL steeds ’n grote rol… (het toeval brengt gewoonlijk redding waar de inspiratie te kort schiet) DUS…” En hoewel ik altijd een fan van Susan ben geweest, bleek ze nog veel charmanter te zijn dan ik dacht. Om te beginnen herontdekte ik haar garderobe –de zwarte strik in haar paardenstaart, de zwierige jurkjes met mooie motieven en gevarieerde kragen, soepel vallende rokjes, de onmisbare chique regenjas en zijden foulard voor spionage-opdrachten, haar perfecte cowgirloutfit in El Rancho Grande. Misschien had ik zoveel oog voor detail niet verwacht in deze eenvoudig getekende strip. Bovendien weet ik een “multi-millionaire” wel te waarderen: sinds Pippi Langkous en haar kist met goudstukken in ons blikveld verschenen, weten we allemaal dat een persoonlijk inkomen vrouwen vrij maakt, en vrije vrouwen zijn nu eenmaal spannender, daar helpt geen lievemoederen aan. Susan is moedig: nadat haar auto op een bergweg beschoten is, uit de bocht vliegt en in een ravijn stort, is haar enige commentaar: “Verschrikkelijk! ‘n Ladder in mijn nieuwe nylons!” Die “dubbelgeweven nylons” zullen, aaneengeknoopt tot een touw, haar vrienden ook nog eens helpen uit een benarde situatie te ontsnappen. Het meest van al bewonderde ik haar zelfvertrouwen. “Nog voor geen 100 Pino Cabello’s gaat Susan op de loop!” Wil men haar gewapenderhand dwingen een verkoopscontract te ondertekenen, dan verscheurt ze het contract en gooit de snoodaards een pot inkt in het gezicht. Wordt ze gegijzeld door een geheime dienst, dan voorspelt ze accuraat: “Binnen twee dagen eten die kerels hier uit mijn hand.”








