
Amper heeft men zich een liedboek aangeschaft of ze duiken plotseling overal op.
“Walter Scott was min of meer een buitenstaander, een jurist uit Edinburgh die tot een hoge post was benoemd in het traditionele gebied van zijn familie. Maar ook zag hij het belang in – zoals een buitenstaander dat vaak het beste kan – van datgene wat aan het verdwijnen was. Toen hij drost van Selkirkshire – dat wil zeggen, de plaatselijke rechter – was geworden, begon hij door het land te trekken en de oude liederen en balladen die nooit waren opgeschreven te verzamelen. Ze zouden in Het liedboek van de Schotse grensstreek gepubliceerd worden. Margaret Laidlaw was een plaatselijke beroemdheid omdat ze zoveel verzen uit haar hoofd kende. En [zoon James] Hogg, met zijn oog op het nageslacht en eigen voordeel, zorgde ervoor dat hij Scott meenam naar zijn moeder.
Ze droeg veel verzen voor, waaronder de pas ontdekte ‘Ballade van Johnnie Armstrong’, die zij en haar broer, volgens haar zeggen, ‘van de oude Andrew Moore hadden gekregen die haar weer van Bebe Mettlin had, die huishoudster was bij de eerste landsheer van Tushielaw’.
Margaret Hogg was uiterst verontwaardigd toen ze het boek zag dat Scott in 1802 publiceerde, met haar bijdragen erin. ‘Ze zijn er om te zingen en niet om gedrukt te worden’, schijnt ze gezegd te hebben. ‘En nu zullen ze wel nooit meer gezongen worden.’
Verder klaagde ze dat ze ‘verkeerd opgeschreven en verkeerd gespeld waren’, hoewel dit een vreemd oordeel mag heten voor iemand die – door haarzelf of door Hogg – was voorgesteld als een eenvoudig oud boerenvrouwtje dat bijna geen onderwijs had genoten.
Ze was waarschijnlijk niet alleen eenvoudig, maar ook scherpzinnig. Ze wist wat ze deed, maar kreeg toen spijt over wat ze had gedaan.
En nu zullen ze wel nooit meer gezongen worden.
Ook liet ze misschien graag weten dat er meer dan een gedrukt boek voor nodig was en meer dan de drost van Selkirkshire om indruk op haar te maken. Zo zijn Schotten geloof ik. Zo was men in mijn familie.”
En zo maak ik kennis met Nobelprijswinnares Alice Munro, via een boek dat ze schreef over haar voorouders. De vurige pleidooien die collega-schrijvers de afgelopen dagen voor haar hielden dreven me naar de boekhandel, maar hoewel ik Munro graag blijk te lezen, voel ik nog niet hun enthousiasme.
A. Munro, Het uitzicht vanaf Castle Rock, uit het Engels vertaald door P. Boyce, Breda, 2008, p. 34-35.






