Natuurlijke grens

Bij het Merkske
Bij het Merkske

Ik zag een open poortje, ik liep erdoor en ik kwam op een weide zo mooi dat ik er een verhaal over wilde schrijven. Zo gedacht zo gedaan. Sindsdien ontdekten we ter plaatse almaar nieuwe schoonheden. Het Merkske, “achter het tweede ven als je voorbij nonkel Gerard rijdt”, vormt een natuurlijke grens tussen België en Nederland.

Medici

800px-Angelico,_predella_dei_santi_cosma_e_damiano_da_pala_di_san_marco,_healing
Fra Angelico, Genezing van Justinianus, Museo di S. Marco, Firenze, ca. 1440

Mijn ouderwetse agenda leert me dat vandaag de feestdag is van de heiligen Cosmas en Damianus: een feestdag die me in gedachten naar Firenze voert. Misschien zijn daar nog wel een paar mensen aan het vieren. De overlevering wilde immers dat beide martelaren Arabische dokters waren die geneeskunde voor het volk beoefenden. Medici, dus, en daarom als beschermheiligen uitgekozen door de machtige Florentijnse familie de’ Medici, met name door stamvader Cosimo. Fra Angelico toonde de heiligen postuum aan het werk: volgens de Legenda Aurea zouden zij op een nacht de koster van hun Romeinse kerk verlost hebben van gangreen, door zijn aangetaste lidmaat te amputeren en het te vervangen door het been van een pas overleden Ethiopiër. Toen de koster wakker werd, had hij geen pijn meer, en een wit en een zwart been, allebei in perfecte staat. We zien hier dus een zeer vroeg voorbeeld van een geslaagde transplantatie.

Woeker

Woeker in De Nieuwe Vrede
Woeker in De Nieuwe Vrede

Donkere wolken pakken zich samen: ik lees vaak in de krant hoe politici en architecten verklaren dat wonen op het platteland binnenkort maar afgeschaft moet worden, omdat het te luxueus is. Egoïstisch haast: al die ruimte voor een onnozele eenzame wandelaar of tuinier. Maar wat als die eenzame wandelaar of tuinier gewoon op het platteland geboren is en de financiële lasten van zijn locatie sinds jaren zonder morren draagt? Ik ken zelfs tuiniers die geheel uit eigen beurs een historisch waardevol gebouw van de sloop hebben gered en gerestaureerd. Zelf woon ik in een stadje, waar ik steeds heviger naar mijn platteland verlang. Daarom spreekt het thema van de nieuwe happening van dichterscollectief Woordwasdraad me aan. Aanstaande zaterdag en zondag in De Nieuwe Vrede in Berchem: poëzie, muziek, harten verscheurd tussen stad en land. Woeker.

Pennezak

pennezak
De garage wordt opgeruimd; vele vergeten schatten komen opnieuw aan het licht. Ontroerd herinnerde ik me hoe ik samen met mijn moeder deze favoriete pennezak in de krantenwinkel/drukkerij van het dorp kocht. “Bij Peeraer.” En het springtouw werkt nog, hoewel het nu iets te kort is.

Officina

Officina clandestina, Leuven
Officina clandestina, Leuven

Na een moeilijke dag is het fijn om een restaurant te betreden en daar geheel onverwacht een boek van jezelf op de boekenplank aan te treffen. Ik ken mijn vermoeidheid die altijd somberheid met zich meebrengt, soms heeft de innerlijke mens allereerst restauratie nodig. Linzensoep en ravioli met boter en salie; en De Kunstkamer, tussen kranten, Tolkien, Aspe, Brown en Palmen. En iemand die zich de eerste zin van een verhaal herinnert, hoeveel dankbaarheid wekt dat op?

De laatste vrouw

shelley

Het verraste me: een strip over Mary Shelley in de speciaalzaak. En een over haar man, de ultraromantische dichter Percy Bysshe Shelley. Ik kocht beide delen, ging naar huis, las en werd betoverd. De bedenkster van het monster van Frankenstein als hoofdpersoon! Met als supporting actor mijn geliefde Byron, en natuurlijk ook de wilde tiener Claire Clairmont. De lichte Franse tekenstijl van Daniel Casanave laat de personages recht wedervaren: zijn gracieuze, slimme Mary past bij de weinige portretten die van de schrijfster bewaard bleven. En het scenario van Daniel Vandermeulen getuigt van gedegen kennis van het onderwerp, sprookjesachtig verbeeld.

Ik durf te vermoeden dat Vandermeulen een paar goede biografieën van de Shelleys en Byron heeft gelezen, naast Mary’s dagboeken en haar minder bekende sciencefictionroman The Last Man uit 1826. The Last Man speelt zich af tussen de jaren 2073 en 2100 en gaat over een geheimzinnige epidemie die de mensheid in hoog tempo uitroeit – alsof Mary Shelley de Spaanse griep voorspelde, of iets nog veel ergers. Uiteindelijk blijft slechts één man in leven. Vandermeulen paste het verhaal vernuftig toe op de levens van de Shelleys en hun vriend Lord Byron in de jaren 1814- 1822. Lering én vermaak: je kunt zonder meer van de sfeer en het verhaal genieten, en dan lees je twee leuke strips. Misschien ben je daarna wel zo nieuwsgierig dat je je in de gedichten van Percy en Lord Byron en in Mary’s romans gaat verdiepen, als je je al niet stort op de filosofische werken van Mary’s vader en moeder: de radicale filosoof William Godwin en de filosofe-feministe Mary Wollstonecraft. Want met Mary Shelley klim je vanzelf in een van de boeiendste literaire stambomen van Engeland.

Een fragment uit mijn nieuwe aflevering voor Heldinnen, in november te lezen in Stripgids.

Koelbloedig

Elopement Journal van Percy en Mary Shelley, Bodleian Library, Oxford
Elopement Journal van Percy en Mary Shelley, Bodleian Library, Oxford

Men beweert vaak dat schrijvers onpraktisch zijn, maar het ingrijpen van Percy Bysshe Shelley toen zijn geliefde dreigde dood te bloeden na een miskraam, vervult me met bewondering. Hij redde op 16 juni 1822 Mary’s leven door haar op ijs te laten zitten, hetgeen de bloeding stelpte en het voortdurende bezwijmen tegenging. En nu vraag ik me af – was dit een geniale inval van de dichter, of was het een techniek die vaker werd gebruikt bij miskramen? Ik had er in elk geval nooit eerder over gehoord.
Zeventien jaar later schreef Mary Shelley hierover in haar dagboek: “Twee keer in mijn leven geloofde ik dat ik stervende was. Mijn ziel leefde hoewel mijn lichaamsfuncties wegdeemsterden, daardoor kon ik de dood in het gelaat zien – & ik vreesde niet. Integendeel. Mijn gevoelen, die eerste en gevaarlijkste keer, was – ik ga niet naar een nieuwe schepping – ik betreed geen nieuwe wetten. De God die deze mooie wereld heeft gemaakt, (& ik bevond me toen in Lerici omgeven door de prachtigste vormen van de zichtbare schepping) maakte degene die ik zal betreden – hier is schoonheid en liefde – daar ook – & ik voelde me alsof mijn geest, wanneer hij mijn lichaam verliet, zou ontvangen en gesteund worden door een weldadige en zachte kracht. Ik was niet bang – veeleer had ik geen actief verlangen – ik had een passieve tevredenheid in de dood – Of de aard van mijn ziekte – verzwakking door bloedverlies zonder pijn, deze zielsrust veroorzaakte kan ik niet zeggen – maar zo was het – en het had het gezegende gevolg dat ik sindsdien nooit meer bang ben geweest voor de dood.”

Mary Shelley, The Journals of Mary Shelley 1814-1844. Volume II: 1822-1844, Oxford, 1987, p. 562 (aantekening van 5 oktober 1839. Vertaald door LH).