Supermarkt. Afdeling vleeswaren. Er duikt een vlotte, aangenaam ogende jongeman op, het type dat men ook zou kunnen aantreffen in loungebars of op een hip muziekfestival. Ik slenter naar de afdeling zuivel, en vervolgens naar de olie en azijn. Plotseling hoor ik een luid gesprek op agressieve toon. Twee personeelsleden van de winkel die in het magazijn staan te ruziën? Wanneer ik naar het volgende rek ga, zie ik dat de vlotte jongeman luidop in zijn mobieltje staat te praten. “Ik heb jou niets meer te zeggen, val me niet lastig, er is niets meer tussen ons, en als hij je een hoer heeft genoemd dan zal hij daar wel goede redenen voor hebben …” Ik stap verbijsterd verder. Dat mensen relaties uitvochten of beëindigden per GSM had ik al wel eens gehoord, dat ze dat ook in de supermarkt deden, is nieuw. Alle andere klanten mochten volop meegenieten van het gebeuren: in de rij voor de kassa ging het bitse gesprek gewoon voort. Het was nog niet afgelopen toen ik naar buiten ging. Wat bezielt die vrouw om aan de lijn te blijven, zo vroeg ik me af. Wat bezielt die man om niet meteen te zeggen: “Ik kan nu niet spreken”?
Gallantry is dead? Bij wijze van troost keek ik thuis naar wat fragmenten van Franse kostuumfilms. Boek door Madame de La Fayette, scenario door Jean Cocteau, zestiende-eeuwse kostuums geleverd door Pierre Cardin.







