Een Belgische koningin in de letterkunde

Vijfenzeventig jaar Koningin Elisabethwedstrijd. Wie schetst mijn verbazing toen ik onze markante vorstin aantrof in À la recherche du temps perdu? In een cruciaal hoofdstuk dan nog.

“En terwijl zijn genodigden zich een weg baanden om hem te feliciteren, te bedanken alsof hij de heer des huizes was, dacht M. de Charlus er niet aan om hen te vragen enkele woorden te richten tot Mme Verdurin. Alleen de koningin van Napels, in wie het zelfde edele bloed leefde als in haar zusters keizerin Elisabeth en de hertogin van Alençon, nam de moeite te babbelen met Mme Verdurin alsof ze veeleer gekomen was voor het genoegen Mme Verdurin te zien dan voor de muziek en voor M. de Charlus, ze was bijzonder vriendelijk tegen de Bazin en bleef maar doorgaan over hoe lang ze al met haar had willen kennismaken, complimenteerde haar met haar huis en sprak met haar over de meest uiteenlopende onderwerpen, alsof ze op visite kwam. Ze had zo graag haar nicht Elisabeth meegebracht, zei ze, (zij die kort daarna prins Albert van België zou huwen), die zou er zoveel spijt van hebben! Zij zweeg toen ze de muzikanten zag plaatsnemen op het podium …”

Mijn geheugen meent te weten dat “nicht Elisabeth” nog elders in het boek voorkomt, ergens waar ze aandachtig luistert naar de sonate van Vinteuil, maar het personenregister duidt slechts één bladzijde aan naast haar naam. Misschien haalt mijn geheugen weer een frats uit.

Marcel Proust, À la recherche du temps perdu. La Prisonnière, (Bibliothèque de la Pléiade, deel 3), p. 751. (provisorisch vertaald door LH)

Alicia

Mijn maandagen staan in het teken van Alice, of, in de Latijnse versie, Alicia. Aliciam iam incipiebat taedere iuxta sororem suam in ripa sedere nec quidquam habere quod faceret … Terwijl we vertalen, bekijken we de prachtige illustraties van Anthony Browne, geïnspireerd door René Magritte. Maar in 1903 verfilmde Cecil Hepworth het boek al op een schitterende manier. O, de hertogin wier baby in een big verandert! O, de stok kaarten! En zo begin ik na te denken over de kinderen die deze film zagen in het begin van de twintigste eeuw. Welgestelde kinderen uit Londen of kinderen in verre mijnwerkersdorpen?

Frankel

Ik weet niets over paardenrennen, maar als ik Tania Kindersley’s blog blijf lezen, zou ik in de verleiding kunnen komen om te wedden. Prachtige foto’s van renpaarden in volle actie hebben in elk geval het vermogen om levenslust aan te wakkeren. En deze foto van Tom Queally en Frankel, al langer dan vandaag officieel het beste renpaard ter wereld, is treffend door de liefde die eruit spreekt, een ander woord vind ik niet.

Bij het ontbijt

Houtsnede, Max Elskamp

Ik vind een mooie zin van een lezer in de krant. Muzikant Jeroen de Pessemier merkt op: “Niemand is zo eerlijk als een schrijver.”
Ik denk er over na. Dit verklaart misschien waarom ik schrijven na al die jaren nog steeds zo moeilijk vind.

Even later hoor ik over de radio dat het MAS vandaag zijn eerste verjaardag viert. Wellicht is in de drukke aanloop naar die feestelijkheden de honderdvijftigste verjaardag van dichter Max Elskamp (wiens collectie het MAS bewaart) vergeten?

Zweem

Ik wandel door de tuin, ik kijk in de plassen naar de wolken, omhoog naar de kauwen en de schaduwen van kauwen, de koeien kijken naar mij, het is fris, ik ruik de aarde en het gras – en dan plotseling treft ze me en ik sta stil: de zo lang gederfde, heerlijke, kruidige geur van meidoorn na de regen.
Misschien is het ook wel de meidoorn die me het sterkst bindt aan de boeken van Marcel Proust. Natuurlijk zijn daar mijn helden Charlus, met zijn onovertroffen kennis van het Frans, en Françoise, venijnig op de wijze van Tacitus; natuurlijk zijn daar de moeder en de grootmoeder en Gilberte – maar in mijn herinnering heeft Proust een meesterwerk aan de meidoorn gewijd, meidoorn in de regen.

Vakantie


Geen idee waarom dit vreemde meisje met een heraldische griffioen aan de leiband loopt. In 1962 redeneerden reclamemakers anders dan nu. Maar meer Licht, meer Rust, meer Ruimte – ja, die wil iedereen wel.

(Uit literair tijdschrift Le Thyrse, 1962. Max Elskamp zou dit soort beeld wellicht volkskundig interessant vinden. )

Centenaire

Ik doorblader het nummer van Le Thyrse dat gewijd werd aan de honderdste verjaardag van Max Elskamp. 1962. De Koloniale Loterij bestond nog en een bladzijde met reclame prijst vacances en Belgique aan. Ik lees verwonderd over een bepaald Franstalig flamingantisme, tout aussi annexioniste que l’autre – waarmee de schrijver bedoelt dat Elskamps Waalse voorouders wel eens buiten beschouwing worden gelaten. En Marie Gevers herdacht zeer concreet Elskamps geboortedag, 5 mei 1862.

“Om ter herinnering aan de dichter zijn geboortedag nauwkeurig te evoceren, heb ik mij gewend tot de geleerde meteoroloog Star, die mij welwillend de volgende aanwijzingen bezorgde:

Het geboortehoogtij van Max Elskamp op 5 mei 1862 vond plaats om 8.06 u. Mensen die nooit aan de oever van een stroom hebben gewoond weten niet wat dat woord betekent: hoogtij! Zeker, men is ongerust op de dagen van zwaar weer wanneer de opstuwing van het water dreigende vormen aanneemt; maar wat een vreugde op de zonnige hemelsblauwe dagen! De hemel wiegt breeduit op de oevers, er weerklinkt levendig gekabbel langs de stenen van de kaden en er heerst een koortsachtige bedrijvigheid in de haven. De sirenes loeien of fluiten, want de geladen schepen vertrouwen zich toe aan de stroming die hen naar het estuarium zal voeren, en de schepen die aangevoerd worden door de stroom meren aan en werpen de ankers uit. Welnu, in 1862 behoorde de maand mei tot de mooiste van de eeuw en de 5de en de 6de mei tot de warmste dagen van de maand. ”

De meteoroloog Star, wat fascinerend. Glimlachen doe ik ook om deze mededeling, van Emma Lambotte: “Elskamp woonde (hij stierf er) in een groot herenhuis op de Leopoldlei die later Belgiëlei werd genoemd. De dichter liep niet hoog op met deze naamsverandering en zocht een compromis: Leopold van Belgiëlei.”

Houtsnijder


Elskamp deed zich ook kennen als een houtsnijder van buitengewoon talent. Met zijn werk heeft hij een ongemeenen invloed uitgeoefend op de beste houtsnijders van dezen tijd. Ik meen zelfs, dat de huidige herleving van de houtsnijkunst aan hem te danken is. Fier was hij op zijn titel van imagier en hij pronkte er gaarne mee. […] Als houtsnijder werd hij in het buitenland hooggeprezen en voortdurend op de bijzonderste tentoonstellingen van schoone kunsten uitgenoodigd. In deze kunst trachtte hij den eenvoud van onze zestiendeeuwsche houtsnijders te evenaren.

Victor de Meyere, In Memoriam Max Elskamp, Antwerpen-Volkskunde, 1938, p. 21. Elskamps originele houtblokken worden bewaard in het Museum Plantin-Moretus.
(Mijn 350ste bericht. Blij dat het over Elskamp gaat.)

Exodus


C’est la misère qu’on a eue,
C’est la peine qu’on a portée,

Ce sont des choses qu’on a tues,
Parce qu’on n’en pouvait parler,

C’est notre âme de réfugiés,
Frères, que nous avons vécue,

Toute de haine et de rancune,
Toute d’amour et de pitié,

Pendant les jours dont l’amertume,
Au fond du coeur nous est restée,

Frères, encore vous souvient-il,
Frères des mains, frères des pieds,

Lorsque toutes brûlaient nos villes,
Et qu’on partait, et qu’on marchait,

Frères d’exode sur la route,
Où pieds saignants, yeux révulsés,

Bouche amère et clamant ses doutes,
Sous le ciel nous avons passé,

Frères, encore vous souvient-il,
Frères, de l’exode et l’exil?

Choses du ciel et de la mer,
Lointaines vers où nous marchions,

Choses dont nous avons souffert,
Pays de trafic et marchand,

Choses des hommes et du temps,
Villes d’exil, villes amères,

Frères, encore vous souvient-il,
-Nous avons eu froid si souvent –

Frères des blancs hivers hostiles
En ce pays de tant de vent?

Toits de toile, vie transparente,
Dans un rond et nous alentour,

Nous avons dormi sous des tentes
Durant des nuits, durant des jours,

D’hiver et d’été longs d’attente,
Nous avons vécu sans amour,

Et yeux au loin, pensée absente,
-Frères, nos coeurs étaient si lourds-

De nos rancoeurs faisant le compte,
Frères, vous souvient-il toujours?

(Na het bombardement van Antwerpen in 1914 vluchtte Elskamp samen met zijn huisknecht Victor naar Nederland. Zij kwamen met vele andere Belgische vluchtelingen terecht in een tentenkamp in Bergen op Zoom. Elskamp putte uit deze traumatiserende ervaringen voor zijn dichtbundel Sous les tentes de l’Exode – bij mijn weten het enige werk uit de oudere Belgische literatuur waarin het leven als vluchteling wordt beschreven.)
Op de foto: Belgische vluchtelingen in Bergen op Zoom, 1914.

Hannes

Opdracht van Elskamp

Max Elskamp, Les commentaires et l’idéographie du jeu de Loto dans les Flandres, Antwerpen, 1918. Zijn enige volkskundige publicatie, een speltheorie, gebaseerd op jarenlang onderzoek en ravissant vormgegeven. Geantidateerd naar 1914 bovendien, om de censuur van de Duitse bezetter te verschalken. Opdracht aan Hannes, de visser met wie hij vaak op de Schelde vertoefde. Laat u niet misleiden door de lijst met harten – met dit ontwerp versierde Elskamp de meeste van zijn boeken.

Tijdens hun roei- en zeiltochten op de Schelde bespraken Elskamp en zijn kompaan oude gebruiken en gewoonten. Dit detail over het Lotospel heeft Elskamp in elk geval van schippers vernomen. “Les Bateliers, le jour de la S.S. Pierre et Paul, avaient naguères, eux aussi, coutume de se réunir à bord de leurs chalands en l’honneur de leurs saints patrons, et de se livrer à de longues parties de Loto dont l’enjeu était, en cette occurrence, soit une paire de pantoufles brodées de laine, soit une paire d’anneaux d’oreille en cuivre argenté.” (p. 47)