Wandelend in Rotterdam stuitten we op dit wonderlijke monument, gewijd aan 1 april 1572, het “morgenrood der vrijheid”. Den Briel veroverd voor Oranje, stond op de achterzijde te lezen. Enkele zeerovers enterden een havenstadje. De Beeldenstorm was al zes jaar eerder losgebarsten. Alle kunstwerken in kerken aan diggelen. Calvinisten zien kerken immers graag opzichtig sober. De martelaren van Gorcum moesten nog gemarteld worden. En iets naar het zuiden, in de mooie metropool Antwerpen, publiceerde Volcxken Dierix het eerste boek over de kunstgeschiedenis van Lage Landen, bijeengedicht door Dominicus Lampsonius.
Uncategorized
Erasmus (en de Van Eycks)
Je kunt Erasmus natuurlijk fotograferen tegen de achtergrond van de Grote Kerk in Rotterdam, maar een kwartslag draaien geeft je misschien een beter beeld van zijn stedelijke omgeving. Hoe keek hij zelf terug op zijn geboorteplaats? De biografie door Johan Huizinga die ik onlangs in De Slegte vond, zal hopelijk uitkomst brengen.
Uit het essay dat ik voor Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen schreef over de Van Eyck-expo in Gent (nu te lezen in het maartnummer): “De intrigerende Margaretha van Eyck lag volgens Lucas de Heere net als haar broer Hubert begraven in de omgeving van de Vijdkapel, geen geringe eer. Zij mocht zich in de negentiende eeuw in een bijzondere belangstelling van kunsthistorici verheugen en speelde zelfs een rol in een populaire historische roman uit 1861 van de Britse auteur Charles Reade, waarin zij optreedt als de leermeester van een jonge miniaturist die de vader zal worden van de beroemde filosoof Desiderius Erasmus.” Jazeker. Zie ook Oude meesteressen en Oud Papier.
Lampsonius in Rotterdam
Brachten we een paar dagen door in het heerlijke Rotterdam, zagen we dit bij Boekhandel Donner. Geheel terecht, want onder die bekende schilders van Lampsonius vind je heel wat Nederlanders.
Kleur in KBR
Op 15 mei opent er een nieuw museum in de Koninklijke Bibliotheek, KBR, in Brussel. Bij wijze van voorproefje toonde men ons enkele prachtige verluchte handschriften uit de librije van de hertogen van Bourgondië. (Een mooi woord, librije. Misschien zal ik mijn boekenkast voortaan ook zo noemen.) Het psalterium van Peterborough zwaaide open als een feest van goud, blauw, rood, groen. Een verkwikkende aanblik in deze wakke winter.
Camelia
Op 12 februari 2020 fotografeerde ik de de eerste camelia in mijn ouders tuin. Een vroegterecord, vermoed ik. Gisteren bloeiden er twee bloemen vrijuit aan de struik, en storm Dennis hebben ze lang kunnen weerstaan.
Present
Het blijft een gelukkig moment in een schrijversleven. De presentexemplaren arriveren. Lampsonius is er. Voor het eerst sinds vierhonderd jaar in het Nederlands. Voor u.


Lampsonius en wij

Waartoe een les Latijn al niet leiden kan. Dominicus Lampsonius schreef in 1572 de oer-canon van de schilderkunst in de Lage Landen. Paul Claes vertaalde Lampsonius’ bondige gedichten bij de 23 meesterlijk gegraveerde kunstenaarsportretten. Ik schreef de toelichtingen. Het boek is er nu.
U kunt het meteen meenemen naar de Van Eyck-tentoonstelling in Gent, want Hubert en Jan van Eyck staan er beide in afgebeeld.
Lucifer

‘k Verzwijg mijn henenvaart, om niet te reppen, hoe
gezwind ik nedersteeg, en zonk door negen bogen,
Die, sneller dan een pijl, rondom hun midpunt vlogen.
Het rad der zinnen kan zoo snel niet ommeslaan
In ons gedachten als ik, lager dan de maan
en wolken, afgegleên bleef hangen op mijn pennen,
om ’t oostersche gewest en landschap te onderkennen…
Zo vertelt de engel Apollion hoe hij een kijkje op aarde ging nemen. Voor het eerst sinds de middelbare school lees ik Vondels Lucifer, een vuurwerk van woorden. De allermooiste regel blijft voor mij Lucifers droevige verzuchting: “Wat baat een naam met licht geschreven?”
Grootmoeder en kleinzoon
Morgen is de laatste dag waarop u in het Rockoxhuis de tentoonstelling met tekeningen van Jan Brueghel kunt bezoeken. Een unieke gelegenheid om kennis te maken met het talent van Pieter Bruegels jongste zoon. Het weeskind leerde tekenen en schilderen bij zijn grootmoeder Mayken Verhulst. En zij is ook in het museum aanwezig, als het ware discreet over hem wakend. Alexandra Cool maakte de sculptuur.
“De jongste, Jan – hij overtrof alles wat ik droomde. Hij is mijn opvolger. Maar hij ging verder. Hij componeerde hoogmissen van bloemen; hij schilderde alle vergezichten van de wereld op kleine koperen platen. Met zijn penseel in de hand wilde hij door de zichtbare schepping reizen en alles weergeven in de juiste kleuren en met natuurlijke zwier. Een bloem die hij schilderde, al was het minuscuul, was aantrekkelijker dan een bloem in de werkelijkheid.” (L. Huet, Mevrouw Renaissance, p. 31)
En een slenterende hond die hij tekende, met enkele vlekjes inkt en een krullend lijntje voor de staart, riep zo sterk de realiteit op van een slenterende hond op een zomerdag, dat ik meteen maar de catalogus kocht. Om de herinnering vast te houden.
Een avond met Dulle Griet

Morgenavond om 22 u. ga ik met Jeroen Olyslaegers in gesprek over Dulle Griet, in het altijd sfeervolle Museum Mayer Van den Bergh. Ik hoop u daar te zien.