
Afzondering en vergrendeling zijn goede voorwaarden om te schrijven. Gek genoeg zijn ook de personages van mijn nieuwe boek lang geleden in quarantaine gegaan. Albert Van Schelle, hoofd van het Belgische Rode Kruis, en Annie Fowler, verpleegster uit Illinois, leerden elkaar kennen in Santiago de Cuba tijdens de Spaans-Amerikaanse oorlog van 1898. Toen ze terugkeerden naar het Amerikaanse vasteland, moesten ze een week quarantaine ondergaan in Egmont Key, want op Cuba woedde gele koorts. Daarna logeerden ze enkele dagen in het Arno Hotel in Tampa, Florida. Op dat balkon hebben ze ongetwijfeld over de stad uitgekeken. Vervolgens reisden ze naar Chicago, waar Albert Van Schelle Dr. Fowler om de hand van zijn dochter verzocht…
Ik mis de tulpen, narcissen en keizerskronen in mijn ouders tuin al. Zondag nog gefotografeerd, vandaag bloeien ze waarschijnlijk al wijd open.![DSC_0856[1]](https://leenhuet.be/wp-content/uploads/2020/03/dsc_08561.jpg?w=656)
![DSC_0858[1]](https://leenhuet.be/wp-content/uploads/2020/03/dsc_08581.jpg?w=656)
![DSC_0860[1]](https://leenhuet.be/wp-content/uploads/2020/03/dsc_08601.jpg?w=656)
“Zouden jullie het, net als ik, geen uitstekend idee vinden als we met zijn allen, net als zovelen voor ons, zowel de dood als het slechte voorbeeld van anderen ontvluchten door de stad te verlaten en naar een landgoed te trekken zoals ieder van ons er meer dan één bezit? Daar zouden we, zonder de grenzen van wat betamelijk is te overschrijden, ten volle van het leven kunnen genieten. Daar kwinkeleren de vogels, daar groenen de heuvels en dalen, daar golven de korenvelden als een zee, daar groeien ontelbare soorten bomen, en de weidse hemel ontzegt ons ondanks zijn toorn zijn eeuwige schoonheid niet en is toch veel aangenamer om te aanschouwen dan de verlaten wallen van onze stad.”
Wandelend in Rotterdam stuitten we op dit wonderlijke monument, gewijd aan 1 april 1572, het “morgenrood der vrijheid”. Den Briel veroverd voor Oranje, stond op de achterzijde te lezen. Enkele zeerovers enterden een havenstadje. De Beeldenstorm was al zes jaar eerder losgebarsten. Alle kunstwerken in kerken aan diggelen. Calvinisten zien kerken immers graag opzichtig sober. De martelaren van Gorcum moesten nog gemarteld worden. En iets naar het zuiden, in de mooie metropool Antwerpen, publiceerde Volcxken Dierix het eerste boek over de kunstgeschiedenis van Lage Landen, bijeengedicht door Dominicus Lampsonius.
Je kunt Erasmus natuurlijk fotograferen tegen de achtergrond van de Grote Kerk in Rotterdam, maar een kwartslag draaien geeft je misschien een beter beeld van zijn stedelijke omgeving. Hoe keek hij zelf terug op zijn geboorteplaats? De biografie door Johan Huizinga die ik onlangs in De Slegte vond, zal hopelijk uitkomst brengen.
Brachten we een paar dagen door in het heerlijke Rotterdam, zagen we dit bij Boekhandel Donner. Geheel terecht, want onder die bekende schilders van Lampsonius vind je heel wat Nederlanders.
Op 15 mei opent er een nieuw museum in de Koninklijke Bibliotheek, KBR, in Brussel. Bij wijze van voorproefje toonde men ons enkele prachtige verluchte handschriften uit de librije van de hertogen van Bourgondië. (Een mooi woord, librije. Misschien zal ik mijn boekenkast voortaan ook zo noemen.) Het psalterium van Peterborough zwaaide open als een feest van goud, blauw, rood, groen. Een verkwikkende aanblik in deze wakke winter.
Op 12 februari 2020 fotografeerde ik de de eerste camelia in mijn ouders tuin. Een vroegterecord, vermoed ik. Gisteren bloeiden er twee bloemen vrijuit aan de struik, en storm Dennis hebben ze lang kunnen weerstaan.
