
Ik stapte in Brussel even de Begijnhofkerk in, om het barokke altaarstuk van Theodoor Van Loon te zien. Een trap laat je toe om op ooghoogte te komen met de heiligen, een touchscreen biedt uitleg over kunstwerk en locatie, een bankje biedt rust en Peter de Cupere creëerde een geur voor de site, die je omgeeft wanneer je op het witte bidbankje voor het altaar knielt. Dit laatste vergat ik te doen, dus ik wandel binnenkort weer even terug.
“Van Loon, die net als Rubens erg onder de indruk was van Caravaggio, componeerde hier een symfonie van personages die er tegelijkertijd aards en verheerlijkt uitzien, met hun stralende minzame gezichten en mooie jonge handen. Die bijzondere combinatie van realisme en stilering is Van Loons handelsmerk. Zijn heiligen zien eruit als vrouwen die je op straat zou kunnen tegenkomen, maar dan op hun allerbest. De hemel lijkt in zijn werk op een plaats waar we vertrouwde gezichten kunnen zien.” Aldus mijn verslag in Openbaar Kunstbezit.
Tegenover de kerk ligt het onvolprezen antiquariaat Het ivoren aapje. En daar trof ik een eerste druk aan van Virginia Woolfs dagboeken. Wat kun je eigenlijk nog meer wensen?
De adventskrans is al bij al een nieuwe traditie, die ik dank aan een vriendin. Elk jaar maakten we samen kransen, intussen theedrinkend en naar Elvis, Bowie en Crosby luisterend. Nu revalideert zij. Ik sneed dennentakken, klimop en hulst af in mijn ouders tuin (met mijn rubberlaarzen door een dik tapijt van natte bladeren wadend) en ging vervolgens aan de slag met lint, touw en groene ijzerdraad. Begeleid door Aimee Mann en Dionne Warwick. Van de drie die ik maakte beviel deze minimale me uiteindelijk het beste, vanwege de schaduwen.




Een dierbare vriendin belandde in Gasthuisberg en dat bepaalde augustus. September. Oktober. Op de rommelmarkt vond ik een kinderboek over Parijs dat ze erg mooi zal vinden, geschreven en geïllustreerd door Françoise Seignobosc. Jeanne-Marie in Gay Paris. Ja, die titel zullen we samen ook grappig vinden. Ze heeft me mooie buurten van Parijs leren kennen. O, de witte perziken die we kochten bij Hédiard! Daarom deze tekening, van zaken die ik soms mis. Groene houten kisten vol boeken, langs de oevers van de Seine.
Het was plezierig, tijdens Theater aan zee, om iemand te ontwaren die aandachtig zat te lezen. Merci, Mademoiselle!
Ik schreef een kortverhaal over Rubens’ moeder. In het boekje zijn ook twee authentieke brieven van haar hand opgenomen. Want ik houd ervan dat mijn lezers met de eigen woorden van het personage zelf kunnen kennismaken. Mijn woord, haar wederwoord. Vormgeving door Kris Van Elshocht.