
Geschiedenis behoort niet echt tot het vakgebied van filosofen, daarom veroorloof ik me een kanttekening bij de column van Tinneke Beeckman vandaag in De Standaard. “Volgens Gauchet beleven we in het Westen al sinds de Renaissance een sortie de la religion […] Zelfs de katholieke kerk heeft de scheiding tussen kerk en staat aanvaard.” Dat laatste zinnetje klinkt aannemelijk, maar is het niet. De katholieke kerk heeft de scheiding tussen kerk en staat namelijk uitgevonden. Zegt de investituurstrijd u nog iets? Voor een boeiende inleiding op de materie zou ik u willen verwijzen naar Tom Hollands boek Millennium. Misschien is het u ook al opgevallen dat in protestantse landen de scheiding tussen kerk en staat veel minder ver doorgevoerd is. Kijken we maar naar het Verenigd Koninkrijk, waar de koningin tegelijkertijd het hoofd van de staatskerk is. Of de Verenigde Staten van Amerika, waar presidenten in het openbaar om de haverklap over God spreken. De neiging om de katholieke kerk als de achterlijkste vorm van christendom te beschouwen, hangt samen met de wetenschappelijk onhoudbare secularisatiethese, mede geformuleerd door de socioloog Max Weber. Eenvoudig gezegd komt de these hierop neer: naarmate mensen slimmer werden, werden ze protestanten, vervolgens filosofen van de verlichting en ten slotte hedendaagse westerlingen. Weber verspreidde ook het naïeve idee dat het kapitalisme een uitvinding zou zijn van hard werkende protestanten en calvinisten. De grote Italiaanse banken van middeleeuwen liet hij gemakshalve buiten beschouwing. Historische clichés, wik en weeg ze!







