De prins in de tuin

Het was lang geleden dat ik nog eens een oud boek kocht. O, leren band met goudstempeling! O, gemarmerde dek- en schutbladen! O, ex-libris van iemand anders! O, gesprenkelde snede! O, zijden leeskoord! Ik kan me zo voorstellen dat een jongen van honderd jaar geleden dit reisverslag van een Franse missionaris als een meeslepend avonturenverhaal heeft gelezen.

“Gedurende de korte periode van onze voorspoed in Lhasa, gingen wij ook vrij gemoedelijk om met de Chinese ambassadeur Ki-Chan. Hij ontbood ons twee of drie keer om over politiek te praten, of, naar de Chinese zegswijze, om vluchtige woorden te spreken. Het verbaasde ons dat hij zo goed op de hoogte was van Europese aangelegenheden. Hij sprak veel over de Engelsen en koningin Victoria.  – Het schijnt, zei hij, dat die vrouw zeer bekwaam is; maar volgens mij moet haar echtgenoot een belachelijke rol spelen; zij houdt hem overal buiten. Ze heeft een prachtige tuin voor hem laten aanleggen, met alle mogelijke fruitbomen en bloemen, en daar is hij voortdurend opgesloten en slijt hij zijn leven in wandelingen … Men beweert dat er in Europa nog meer koninkrijken zijn waar vrouwen regeren. Is dat waar? En zijn hun echtgenoten ook opgesloten in tuinen? Bestaat dit gebruik ook in Frankrijk? – Nee, in Frankrijk zitten de vrouwen in tuinen en de mannen nemen de zaken waar. – Kijk, dat is verstandig: anders handelen, dat is chaos. ”

E. Huc, Souvenirs d’ un voyage dans la Tartarie, le Thibet et la Chine pendant les années 1844, 1845 et 1846, Doornik, 1850, p. 335-336. (Antiquariaat Procopius, Leuven)

Mercator in Lhasa

De reisroute en Evariste Huc, afgebeeld in Mantsjoe-kostuum

Lhasa, Tibet, februari 1846. De Franse missionarissen Evariste Huc en Jean Gabet – de eerste westerlingen in de regio sinds 1812 – worden ondervraagd door de Regent van Lhasa en de Chinese ambassadeur Ki-Chan.
“Wij toonden de drie kaarten die we bij ons hadden: een wereldbol, een wereldkaart volgens de projectie van Mercator, en een Chinees Keizerrijk. […] Het was onmogelijk om voort te gaan, zonder wat aardrijkskundeles te geven. Wij kwamen vriendelijk tegemoet aan de wensen van de Regent en de Chinese ambassadeur. Op de wereldkaart van Mercator toonden wij hen met de vinger China, Tartarije, Tibet en alle andere gebieden van de aarde. De Regent was verbijsterd toen hij zag hoe ver wij van ons vaderland verwijderd waren, en welke lange weg wij hadden moeten afleggen, te land en ter zee, om hem een bezoekje te brengen in de hoofdstad van Tibet. Hij keek ons verbluft aan. Daarna richtte hij de duim van zijn rechterhand op en zei: ‘Jullie zijn zulke mannen….'”

E. Huc, Souvenirs d’un voyage dans la Tartarie, le Thibet et la Chine pendant les années 1844, 1845 et 1846, Doornik, 1850, p. 328.

Ferragosto

Rubens, Tenhemelopneming van Maria, kathedraal, Antwerpen.

Per aspera ad astra, door het lijden naar de vreugde. Die boodschap is feestelijk duidelijk in het tafereel dat Rubens meer dan tien jaar later penseelde voor het hoogaltaar van de kathedraal zelf. Maria wordt ten hemel opgenomen en verlaat deze wereld, dat zie je, blij, opgelucht en vol verwachting. Engelen dragen haar, in een uitbarsting van lichte kleuren: wit, roze, azuur, goudgeel. Barok? Nee, rococo.”

Zo schreef ik acht jaar geleden in Mijn België. Later las ik dat de glimlachende vrouw in de rode jurk een portret zou kunnen zijn van Isabella Brant, die stierf aan de pest toen Rubens het schilderij voltooide. Haar aanwezigheid geeft me sindsdien te denken. En omdat 15 augustus in de provincie Antwerpen nog steeds moederdag is, reis ik naar het noorden om met mijn moeder op het terras te zitten. Het zal zijn alsof we daar zitten om samen naar het spektakel van de wereld te kijken. Syrië, Iran/Israël, de Amerikaanse presidentsverkiezingen – we kunnen er niets aan veranderen.

(Vierhonderdste bericht.)

Zomeravond

Godshuis Van der Biest, Falconrui 33, Antwerpen

Ziehier de tuin van het Godshuis Van der Biest, op het literaire salon gewijd aan Max Elskamp. Alles staat klaar voor de prachtige Brelvertolking van Filip Jordens. Daarna was het tijd voor Elskamps gedichten, meeslepend gelezen en vertaald door Geert van Istendael, en Elskamps wandeling, bedacht door uw dienares. En voor chocoladetaart en rode wijn (er was ook Seefbier).

Niet alle mooie verhalen komen van schrijvers, dat weet u even goed als ik. Een vriendelijke bezoeker, wiens naam ik tot mijn spijt vergat te vragen, vertelde me over de reproducties naar schilderijen van Pieter Bruegel, die Wannes Van de Velde inspireerden tot het ontroerende lied Café Bruegel (ik ken geen vriendelijker woorden dan dat: “Zet uw eigen bij de ploeg”). Na de sluiting van het café zijn ze verkocht op de Vrijdagmarkt. De pastoor van de Sint-Andrieskerk  – een collega-kunsthistoricus, als ik me niet vergis – kocht ze, en ze sieren nu de parochiezaal van Sint-Andries. Goed om te weten.

Niet vergeten: volgende vrijdag en zaterdag zijn er literaire salons over Hugues C. Pernath en Paul de Vree.

Verhaal voor zaterdag

“Liefde en griefde. Amour, amure. Liefde, bliefde. Geriefde, liefde. Ziedde. Ziedet?

Amure, de hals van een zeil. Hoe lang was het geleden dat hij een zeilschip had gezien? Met zijn hand kon hij de vergulde wijzers van de klok aanraken als hij dat wilde. En tijdens zijn wandelingen door de stad richtte hij zich altijd wel een keer naar het uurwerk van de toren. Maar tijd en tel waren hem ontglipt. Ik ga de toekomst in, dacht de dichter. Een toekomst die hij niet had kunnen bevroeden. Er waren nog mensen die zijn taal spraken in de stad. Sommigen van hen lazen zelfs zijn gedichten. Wanneer hij ’s nachts door een straat slenterde, hoorde hij wel eens een stem die een kwatrijn van hem prevelde. Iemand die de pocketuitgave las in bed, en een paar regels uitsprak, om te ervaren hoe ze klonken. Als tingeltangel, dacht hij. Als muziekdoosjes. Hij had zijn woordenmechaniekjes zorgvuldig in elkaar gesleuteld om te klinken als een kermis, een dansfeest in de verte.”

Zaterdag lees ik een nieuw verhaal over Max Elskamp voor aan de Falconrui 33 in Antwerpen. Wees welkom!

Meer info vindt u hier.

Wat je niet wilt

Het is dan toch een keer gebeurd. Op 6 juli voltooide ik een verhaal. Vandaag wil ik het nalezen en tref ik een fragment aan. De juiste versie vergeten op te slaan, de nachtmerrie van een schrijver. Natuurlijk, er zijn grotere rampen. T. E. Lawrence verloor het manuscript van Seven Pillars of Wisdom op de trein. Een voorval waarover ik niet in detail wil nadenken. Hij ging naar huis en schreef het hele boek opnieuw. Zevenhonderd dicht bedrukte pagina’s in de pocketuitgave. Over zoveel take it on the chin public school spirit zal ik nooit beschikken, maar de helft van een verhaal wil ik nog wel opnieuw bedenken. Waar is de koffie?

Mogelijk een nuttige link voor gelijkaardige gevallen.

Wijs

It’s wise!

In mijn vaders garage ontdekte ik een charmante Whizzer uit 1948 – de windhond onder de motorfietsen. Ooit was het leven goedkoop en bestonden er goedkope vervoermiddelen. Laat de zomer nog even duren, en ik rijd ermee, zo vertel ik mezelf.