Paris

Ja, ik kijk naar Gilmore Girls na het avondeten. Lorelai en Rory zijn onderhoudende personages, maar misschien geef ik het meest om de gekwelde tiener Paris, die op een vrijdagavond voor de derde keer de Ilias wil uitlezen. Slimme en belezen meisjes, daar zijn er nooit genoeg van. (Briljant is ook haar opmerking: ‘Ik heb één woord voor Jack Kerouac: schrappen!’)

En dus is het wellicht aan een tv-personage te danken dat ik de Ilias uit mijn boekenkast heb gehaald en vele herinneringen aan school voel opwellen bij het lezen van het snel opgebouwde, psychologisch razend knappe eerste boek. De langharige Achaeërs, de koeogige blankarmige Hera, de zoete slaap, de zilvervoetige Thetis, daar zijn ze weer.

Sofia

sophia 001Ooit zag ik in boekendorp Redu dit kookboek van Sofia Loren uit 1971. De wonderlijke cover bleek onvergetelijk, maar uiteindelijk belandde er een paar jaren later een herziene editie in de keukenkast. Celebritykookboeken zijn doorgaans te mijden; Sofia Loren heeft echter een mooi en bruikbaar werkje afgeleverd. In het dankwoord vertelt ze overigens al met verrassende eerlijkheid dat ze een aantal recepten heeft ontleend aan haar huishoudster, Livia Orlandi. Coniglio alle erbe (konijn met kruiden) en tonno fresco con funghi (verse tonijn met paddestoelen) behoren tot de favorieten, net als de pasta carbonara, pasta van de houtskoolarbeiders, heerlijk machtig met room, eierdooiers en pancetta (spek). De actrice leerde dit recept kennen tijdens de opnames van het hartverscheurende La Ciociara, in een bergachtige streek op enkele uren rijden van Rome. “De bergbewoners boden de cast en andere medewerkers een bepaalde pastaschotel aan, maccheroni alla carbonara. Deze pasta hadden ze zelf bereid. Hij bestond uit lange, dikke, massieve pasta die oneerbiedig strozzapretri (priesterwurgers) werden genoemd. Onze onvergelijkbare regisseur, Vittorio De Sica, en ik vroegen of we nog een tweede bord mochten opscheppen en ik zorgde ervoor dat ik de volgende dag werd uitgenodigd om te komen kijken hoe zij dit heerlijke recept bereidden. Sindsdien heb ik al vele malen bucatini alla carbonara gegeten. Dit recept is trouw aan de manier waarop de houtskoolarbeiders het bereidden, maar het zal helaas nooit meer dezelfde smaak hebben als het toen had.”

Een samenvatting: sauteer in een pan stukjes pancetta en takjes krulpeterselie. Klop in een schaal de eidooiers (1 per persoon), de zure room – of desgewenst lichtere ricotta – en de geraspte parmezaanse kaas door elkaar. Kook de pasta beetgaar, laat uitlekken, doe er het spek en peterselie en het roommengsel overheen. Goed mengen. Peper. Voilà. Opdienen met extra parmezaanse kaas.

S. Loren, Mijn lekkerste recepten en mooiste herinneringen, ingeleid door G. Armani, vertaald door J. Hetebrij, Aartselaar, 2005?, p. 72-74.

Kleinkunstpocket

freys

“Al die dingen waar troebadoers nu al zo lang liedjes over zingen. Elke herfst opnieuw. Want ja, dan begint altijd opnieuw het kleinkunstseizoen. En meteen ook voor mij het kelder-, schuur- en teaterleventje, zoals het vijf jaar geleden begon.” Met die woorden leidde de samenstelster in 1972 dit naslagwerkje in. Het bevat korte biografieën van de bekendste Vlaamse en Nederlandse kleinkunstenaars die deelnamen aan de Nekka-nacht (onder wie Kor Van der Goten, Tim Visterin, Leen Persijn, Wim de Craene, Della Bosiers, Wannes Van de Velde, en zelfs Henk Elsink), foto’s van wapperende lokken, tal van liedjesteksten, en wonderlijke extra informatie: zo verneem ik van haast elke artiest de verjaardag en het adres.

Een tijdmachine.

(Gevonden in een Antwerps antiquariaat.)

Brievenbed

Brievenbed, door Cathe Holden
Brievenbed, door Cathe Holden

Het is al een tijd geleden sinds het Sigarenkistje van Patrick Van Caeckenbergh te bewonderen was in het Leuvense Museum M. Sigarenkisten doen me aan mijn vader en grootvader denken, de geur van tabak en cederhout zweeft door de kamer, de felle kleuren van het papier brengen vreugde. De wereld lijkt veilig.

Andere mensen hebben gelijkaardige gedachten, zo blijkt uit dit object. Knutselwerk, en iets wat volkskundige Max Elskamp zou hebben verzameld.

Burgemeester in het gulden cabinet

Betoverend, die eerste wandeling door de expo Het Gulden Cabinet in het Rockoxhuis. Gisteravond deed het me ook bijzonder veel plezier om mijn twee favoriete Antwerpse burgemeesters, Nicolaas Rockox en Florent Van Ertborn, eindelijk onder één dak verenigd te zien.
“Augustin Thys vergeleek Rockox als burgemeester terecht met Florent van Ertborn, die ook een deel van zijn fortuin aan de stad naliet en wiens fabelachtige collectie Primitieven, waaronder Van Eycks Madonna bij de fontein en Fouquets verbijsterende Madonna, de kern vormde voor de verzameling van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten. Men doet wat men kan voor de salus publica of het gemenebest, en in het geval van deze beide heren is dat heel wat.” (Nicolaas Rockox. Burgemeester van de Gouden Eeuw, p. 339.)
En hoe heerlijk Byroniaans, dat jeugdportret van Van Ertborn!

Paviljoen

Chinees paviljoen, Laken
Chinees paviljoen, Laken

Wat een meelopers toch, die economisch geïnspireerde denkers. “Waarom overwegen we niet om het Chinees in het secundair in te voeren? Een intellectuele uitdaging zou het zeker zijn. De taal van de wetenschap is het Chinees op dit ogenblik niet, althans niet buiten China zelf. De taal van de huidige wereldheerser is het ook niet. Nog niet. Dat China boomt, bewijzen zowat alle indicatoren.” Dat schreef een buitengewoon hoogleraar dinsdag in mijn krant. China boomt even, wat altijd bijster gemakkelijk is wanneer je kan beschikken over een onbeperkt reservoir aan slaven, en plotseling moeten we de overdracht van Europese cultuur via het Latijn maar gewoon opdoeken? Wacht eens, heb ik vroeger al geen gelijkaardig verhaal over Japan gehoord?

Toen ik voor Mijn België het Chinees paviljoen van Laken bezocht, las ik dat de bouwheer, Leopold II, jarenlang vruchteloos heeft geprobeerd om de Belgische zakenlui in China te interesseren. De vis wilde niet bijten. Nu moet hij blijkbaar in grote scholen oostwaarts zwemmen. Leert de geschiedenis ons dat die gehate Leopold een visionaire economische denker was? Wie weet. In elk geval danken we aan zijn inspanningen een architectonisch juweeltje.