PT

Prossie trotter
Prossie trotter

Ik las de uitdrukking Prossie trotters op Bourbon & Pearls en vond het wel grappig klinken. Prossie trotters zijn schoenen voor straatmadelieven – de combinatie van plateauzolen en stilettohakken is een aanwijzing (maar niet per se de doorslaggevende). Gisteren zag ik voor het eerst onmiskenbare prossie trotters in het straatbeeld, op de Antwerpselaan in Brussel. Ambtenarenbuurt met bedwelmend lelijke hoogbouw. Mijn oog viel op een paar zwarte plastic plateauschoenen met stilettohakken, voorzien van een neonroze punt. Onder neonroze leggings. Het meisje stond stil op een kruispunt. Toen we anderhalf uur later terugkeerden van een keurig cultureel evenement, stond ze er nog. In die moordend oncomfortabele schoenen.

Boeketje

Petrus Christus, Portret, Berlijn, Gemäldegalerie
Petrus Christus, Portret, Berlijn, Gemäldegalerie

‘Wat is Vlaanderen voor jou?’, vroeg ik aan Astrid. Ze had twee vouwstoelen ontplooid en we zaten enigszins wankel voor de rode beuk, met uitzicht op bloeiende bosanemonen. Een specht boorde zich een weg in een schors, ergens in zuidoostelijke richting. Op mijn tocht naar de boomhut had ik lammeren in een wei gezien en een blauwe veer gevonden, van een gaai. Het jonge leven was nog maar amper uit het ei of het werd al bedreigd. Een citroenvlinder streek neer op een anemoon.

Het nieuwe nummer van het prachttijdschrift rekto:verso gaat over Vlaanderen. Het vervolg van mijn column kunt u hier lezen.
In datzelfde nummer vertellen bekende culturele Vlamingen over de kunstwerken of mores die Vlaanderen voor hen symboliseren.

Detail

Cherubijn, kapel, Minderhout
Cherubijn, kapel, Minderhout
De kapel van Minderhout behoort sinds jaar en dag tot mijn favoriete gebouwen, te meer omdat ze opgetrokken werd dankzij Waltman Van Dyck, de jongste broer van Antoon. Het voordeel van dat soort genegenheid is, dat je bij elk bezoek nieuwe details waardeert. Deze mollige zeventiende-eeuwse cherubijn met kuiltjes boven de vingers en in de elleboog wist vandaag te charmeren.

Geslaagd

Vier weken
Vier weken
Een onstuimige lentedag mag geslaagd worden genoemd, wanneer men een nieuw vennetje heeft gevonden, een roodborsttapuit heeft gezien en regenwulpen en een tureluur en twee fazantenhanen, en de plaatsnamen Vossenschoor en Stoutengat in zijn geheugen heeft geprent (“hier ging Pa altijd jagen”). Treft men dan binnenshuis twee katjes die exact vier weken oud zijn, dan is dat mooi meegenomen.

Het schild van Achilles

Het schild van Achilles, Rundell, 1821.
Het schild van Achilles, Philip Rundell, 1821. Royal Collection, Verenigd Koninkrijk.
Misschien verraste zang 18 van de Ilias me tot nu toe het meest. Alle oorlogsgeweld valt stil wanneer Homeros plotseling een hele zang wijdt aan de god van het vakmanschap, Hefaistos, die een nieuwe wapenrusting smeedt voor Achilles. Het schild van de held wordt zorgvuldig beschreven: het bevat een voorstelling van het uitspansel met hemellichamen, twee steden, een huwelijk en een rechtszaak, oogsttaferelen.

De wijd en zijd vermaarde manke god
heeft ook een dansplaats kunstig afgebeeld,
zoals weleer door Daidalos met zorg
gemaakt werd in het uitgestrekte Knossos
voor Ariadne met de mooie lokken.
Daar dansten jonge kerels, jonge meisjes
wier bruidsgeschenk veel runderen omvatte,
zij hielden met de hand elkanders pols vast.
De meisjes droegen fijne linnen kleren,
de jongens goed gesponnen chitons, zacht
geglansd met olie. En de eersten hadden
een mooie diadeem, de jongemannen
een gouden mes dat aan een draagriem hing
van zilver. Nu eens liepen zij heel licht
van voet en heel bedreven in het rond
zoals de draaischijf van een pottenbakker
goed in zijn handen past – de man gaat zitten
om na te gaan of zij wel soepel loopt.
En dan weer liepen zij in rijen op
elkander toe. Een grote menigte
stond rond de lieflijke dans geschaard
en vond er vreugde in. En in hun midden
maakten twee duikelaars hun buitelingen
zodra gezang en dans was ingezet.
Hefaistos beeldde op de buitenrand
van het met zorg gesmede schild de grote
en sterke stroom uit van Okeanos.

Deze fantastische passage heeft uiteraard andere kunstenaars geïnspireerd. John Flaxman maakte in het begin van de negentiende eeuw een ontwerp naar Homeros’ beschrijving; de goudsmid Philip Rundell voerde het uit; het schild maakt sinds 1821 deel uit van de Britse koninklijke collectie. Op de website kan men details bekijken.
Indien een persoonlijke mededeling toegelaten is – omdat ik zelf vaak geïnspireerd word door kunstwerken en ze dus ook in mijn romans beschrijf, doet het wonderlijk goed om hetzelfde procédé terug te vinden in de bron van de westerse letterkunde zelf. Ekfrasis! En zulk een schitterend voorbeeld.

Homeros, Ilias. Wrok in Troje, Amsterdam, 2010, p. 533-534.

Europa

Het moet prettig zijn om langs een kade te wandelen en dit op Ovidius’ Metamorphosen geïnspireerde boegbeeld te ontwaren.

Zie hem, die huid van sneeuw, als sneeuw die niet betreden is
door zware voetstap of door natte zuidenwind ontluisterd;
zijn nek staat bolgespierd, halskwabben hangen zijwaarts af,
zijn horens zijn niet groot, maar zo, dat je zou kunnen denken
dat iemand ze bewerkt had, glanzender dan edelsteen;
zijn voorhoofd heeft niets dreigends en zijn blik niets vreesaanjagends,
zijn kop getuigt van vrede. Agenors dochter is verbaasd
dat hij zo mooi kan zijn, zo helemaal geen vechtlust uitstraalt.
Eerst durft ze hem nog niet te strelen, ook al is hij lief;
dan komt ze toch met bloemen die ze voor zijn blanke bek houdt.
[…]
Zo, langzaam aan, verdwijnt haar angst. Hij steekt zijn borst vooruit
om door haar hand gestreeld te worden; biedt zijn hoorns, die ze
met frisse kransjes tooien mag, en dan, niet wetend wie
hij is, durft de prinses zelfs op zijn stiererug te klimmen!

De driemaster Europa vaart nog rond, met een bemanning van veertien. Lees meer in de afdeling Stories van Maharam.

Ovidius, Metamorphosen, vertaald door M. d’Hane-Scheltema, Amsterdam, 1999, p. 68.

Wisselwerking

Elsnouwen

Heel vreemd: ik wilde de verf aanraken. Dat overkomt me niet vaak bij schilderijen. Maar in Ruimte Morguen zag ik de verf in korsten en pieken, in splinters en scherven boven op de virtuoze voorstellingen liggen. Eerst een technisch volmaakt schilderij schilderen, met taferelen die sinister, onschuldig of zwaar beladen zijn – dat is niet meteen duidelijk; dan enkele stappen afstand nemen, het resultaat bestuderen; vervolgens het penseel opnieuw in de verf dopen en een ongebreideld antwoord geven op al die virtuositeit. Het levert een bijzondere ervaring op, alsof je in chaos een verontrustend beeld ziet ontstaan en vergaan, alsof je in dezelfde kamer naar klassieke en experimentele muziek luistert, die elkaar toch wonderlijk voortstuwen.
De concentratie die deze schilderijen van me eisten, deed me goed. We worden dag in dag uit overvoerd met voorbijflitsende beelden, dan is het verhelderend om een half uur naar vier schilderijen aan een wand te kijken en hun kracht op het oog te laten inwerken. En ik beleefde het genoegen de kunstenares zelf over haar werk te horen spreken, nu eens terloops, dan weer met filosofische precisie. Vorige week de prenten van Hiëronymus Cock, aan wie ik geen vragen meer kan stellen, deze week Interference van Els Nouwen: veel om over na te denken.

Interference, in Ruimte Morguen, Waalse kaai 22, Antwerpen, tot 8 juni.