
“Rond die tijd begon hij ook na te denken welke richting het met zijn leven uit moest en waar hij zich zou vestigen. Hij besefte immers zeer goed hoe belangrijk het is voor het geluk van een mens om zich bij het maken van een levenskeuze door zijn natuurlijke aanleg te laten leiden en deze niet van het toeval, maar van een weloverwogen beslissing te laten afhangen. Sommigen storten zich halsoverkop op een bepaalde manier van leven, nog voor ze zichzelf voldoende hebben leren kennen. Anderen worden door de dood verrast terwijl ze nog steeds vol aarzeling een eventuele keuze aan het overwegen zijn. Hij maakte zich de bedenking dat er te Rome nog veel van het vroegere heidendom was blijven voortleven en dat zijn nog jeugdige leeftijd door de wufte levensstijl van die stad gevaar liep; ergens noemt hij haar Babylon. Ook de genotzucht in zijn eigen vaderland noemt hij ronduit barbaars. Ergens in een brief windt hij er bepaald geen doekjes om: ‘In mijn vaderland, waar een zekere onbehouwenheid tot de volksaard behoort, is de buik God; men leeft er van dag tot dag, en wie er rijk is, is er heilig.'”
Hiëronymus (gestorven in 420), ooit patroonheilige, zeg maar voorbeeld, voor boekenwurmen en talenliefhebbers, hier beschreven door Erasmus. Geboren in Dalmatië, opgeleid in Rome. Reisde door onze streken, woonde lange tijd in Syrië en vestigde zich ten slotte in Bethlehem. Op het minuscule schilderijtje van Van Eyck zou ik elk detail van de werkkamer met een vergrootglas willen bestuderen. Zie hoe mooi slordig die kostbare boeken daar op het schap liggen!
Desiderius Erasmus, Het leven van Hiëronymus, vertaald door J. Piolon, Rotterdam, 2007, p. 33-34.







