
“Vorige week kocht ik in een opwelling uw Le Grand Meaulnes bij boekhandel Corman in Oostende. Ik ben nu immers volwassen: als ik zin heb in een boek, dan koop ik het verdorie. En een opwelling, zo heb ik geleerd, is niets anders dan een teken dat de tijd rijp is.
Ja, rijp. De eerste bladzijden, de eerste hoofdstukken voerden me naar een andere wereld. Een dorpsschool in het midden van Frankrijk. Een echtpaar van onderwijzers. De moeder, die een hoed uit de stad bestelt en die vervolgens aanpast aan haar eigen smaak. ‘Onze winterse zondagen verliepen dikwijls op deze manier. Mijn vader wandelde ’s morgens vroeg al naar de een of andere mistige vijver, om er op snoek te vissen in een bootje; en mijn moeder trok zich terug in haar donkere slaapkamer om enkele nederige outfits te verstellen. Ze sloot zich af uit angst dat een van haar vriendinnen, even arm als zij en even trots, haar op die bezigheid zou betrappen.’
De klassen, de speelplaats, het winterslijk, de klompen van de leerlingen, de smidse vlakbij. En een zeldzaam geworden combinatie: de rust en de intensiteit van alle gewaarwordingen. ”
Voor Rekto:verso schreef ik over een boek uit mijn schooltijd, en wat het nu met me doet.


Belgen – Michael Gillon van de Université de Liége, in dit geval – ontdekken sterrenstelsels. En NASA bedenkt er posters bij. Als Belg met wortels in Normandië (verbeeld ik mij graag) zie ik de naam van het Normandische klooster La Trappe met plezier in de ruimte vereeuwigd. En er mag al eens aan bier gedacht worden in de ruimte. En ik houd van affiches. Een vijfvoudige win-winsituatie?
Onderzoeker K. Lambeets bezorgde me een foto van Belgische bobsleeërs op de Olympische winterspelen van 1936. Mijn privéheld Martial Van Schelle, in het midden, is als steeds niet de knapste, wel de vrolijkste man op de foto. Hij werd tijdens die spelen vijfde in de viermansbob en negende in de tweemansbob.


