
Laatste weekeinde van oktober, oldtimerbeurs in het noorden. Exemplaar uit april 1971, de eerste maand van productie.
Uncategorized
Oogst

Het schrijven onderbreken om appels te gaan oogsten, zo wordt de herfstmiddag goed besteed. Goudreinetten, is me verteld, Rubensappels, is me verteld, in elk geval de heerlijkst smakende soort. En net als in dat gedicht van Sapfo zijn er appels die te hoog hangen. Toch staat de teller al op 187. Mooi, van zo’n oude boom.
Ma petite flamande

“Ma petite flamande de Heyst-aan-Zee”, jarenlang heb ik mijn vader die zin uit een chanson horen citeren. Was het een regel van Brel of Bialek? Ik stond er nooit bij stil. Nu leert enig gegraaf in familiearchief en op het internet me plotseling dat het hier een tweetalig lied betreft van Bob Delmare, die eind 1967 in Wortel optrad, niet lang voordat Wannes Van de Velde daar zijn blijde intrede zou houden.

Hij lijkt sprekend op een vroegere studiegenoot van me, Bob Delmare. En zijn liedje is hier te beluisteren.
Aanblik
Ik begin een gedicht van Alda Merini te lezen. Ik bedenk dat ik haar gezicht zou willen zien. En hier is het. Ik kon haar hebben gekruist, op een dag aan de Naviglio Grande in Milaan, waar ze in een krot woonde en ik speurde naar sporen van Da Vinci. Het voordeel van blijven doorleven is dat het almaar gemakkelijker wordt om genegenheid te voelen bij de eerste aanblik.
Voedsel
Michelangelo in Firenze aan Tommaso Cavalieri in Rome, 28 juli 1533.
Messer Tommaso, mijn dierbare heer, ofschoon ik uw laatste brief niet beantwoordde, geloof ik toch niet dat u denkt dat ik u ben vergeten of dat ik het voedsel kan vergeten waarvan ik leef, en dat is niets anders dan uw naam. Maar ondanks het feit dat ik erg zelfingenomen spreek en in grote mate uw mindere ben, geloof ik niet dat iets onze vriendschap in de weg kan staan.
Een ontroerend kattebelletje van Michelangelo aan de vriend die hem dertig jaar later aan zijn sterfbed nog zou bezoeken. In de nieuwe bloemlezing en vertaling van Patrick Lateur, gisteren voorgesteld in het mooie stadhuis van Aalst.
Lehmann

Veel speelgoed, in de mannelijke studeerkamer. Ernst Paul Lehmann & Co, opgericht in Brandenburg an der Havel in 1881. (En ik die dacht dat speelgoed, net als kerstversiering, afkomstig was uit fabrieken bevolkt door kabouters.) Garage en wagen in gelithografieerd blik, EPL 771 en 765. Een cadeautje, van iemand die er een jeugdherinnering bij vertelde. Kinderen van lang geleden moeten er passioneel van hebben gehouden en dolgelukkig mee zijn geweest. Die struikjes bij de garage alleen al!
Gebruikt er minder
Bon à tirer
Spelen

Michael Seidel, Zirndorf bij Neuremberg, 1881-1982: MS. Borgward Hansa. Made in Western Germany. Cellulose en gelithografieerd blik. In een mannelijke studeerkamer – boeken over auto’s, over oorlog, over dieren, Van velerlei veer, Geen twee eieren zijn gelijk, History of Aviation – kan men zich op een herfstmiddag ontpoppen tot onderzoeker van oud speelgoed.
Plastic Love

Lang geleden dat ik nog eens een foto van David Hamilton heb bestudeerd. Een gamine, à la Nico, Jane Birkin, Mia Farrow, Twiggy. Paul Claes, die in zijn vorige roman nog de hoofse liefde in de middeleeuwen tot thema nam, nadert onrustwekkend het heden, met de wrange lotgevallen van Vlaamse soixante-huitards in de jaren 1970. Het achtergrondgeruis is niet de Middellandse zee, het is de schamper lachende god Eros.


