Wanneer de wereld me te veel wordt, zou ik een goed boek kunnen lezen. Maar er ligt te veel verplichte lectuur op het werkblad. Een foto van een zomerjurk in de herfst helpt ook. Fotograaf Rodney Smith omschrijft zichzelf als: “Tweedy. Never needy.” Een mooie wapenspreuk, wat mij betreft.
Uncategorized
Ander geld

Ach ja, economen. Er zitten ontzettend lieve mensen tussen, maar ze hebben naar mijn smaak van in hun jeugd al een beetje te veel gerekend. Als ik dit ga studeren, krijg ik die return on investment. En dan pas ik op ideale wijze in de best beloonde mal. Vervolgens word ik een topschoonzoon. Zulke gedachten vervelen mij, in jongelui. Of vergis ik me, studeren sommigen ook economie omdat ze een filosofische belangstelling voor de natuur en de werking van geld hebben?
Blijkbaar wel, want nu lees ik dit, in een interessant interview met Bernard Lietaer. “Vandaag is het de job van centrale bankiers om schaarste te creëren: er is niet genoeg geld voor iedereen. Met een conventionele munt als de euro, die schaarser moet zijn dan zijn nut, kan je dus geen collectieve samenwerking en creativiteit doen ontstaan. In feite is er op deze planeet genoeg werk voor iedereen: zo moeten we bijvoorbeeld dringend onze steden opfleuren. Maar wie denkt dat dit zal worden betaald in euro’s, is niet goed wijs. Dat kan gewoonweg niet. Laten we dus andere munten ontwikkelen, waarmee we wel iedereen aan het werk kunnen krijgen. Zo kan een stad ervoor kiezen om cultuur extra te waarderen en te bevorderen met een complementaire munt. Ze kan zelfs beslissen dat iedereen een deel van zijn belasting in die munt betaalt. Dat is vrij eenvoudig te organiseren. De enige taak van de overheid bestaat er dan in om die belasting te innen, al de rest kan bottom-up gebeuren. Zo kan je een coöperatieve economie installeren waarin ngo’s dezelfde rol kunnen spelen als ondernemingen nu doen in een competitieve economie. Nu moeten ngo’s met elkaar concurreren voor schaars geld en voor doelstellingen die in wezen coöperatief van aard zijn. Dat stelt enorme beperkingen aan wat zij kunnen bereiken. Met een alternatieve munt kunnen ze samenwerken en geld gebruiken dat niet schaars hoeft te zijn. Er kan gewoon genoeg van zijn.”
Een econoom beweert dus dat een eenheidsmunt werkgelegenheid doodt. Eindelijk begin ik de wereld een beetje te begrijpen. Tot op heden geloofde ik dat het enige alternatief erin bestond als individu te trachten win-winsituaties te creëren. Denkwerk aan de winkel.
Het volledige interview vindt u hier, op de mooie site van rekto:verso.
Citaat

Uit het boeiende interview met Salman Rushdie, dat Stuart Jeffries op 17 september jongstleden in The Guardian publiceerde:
For many Muslims Rushdie was attacking their religion and mocking its prophet. “I don’t mock Muhammad,” says Rushdie. “I treat him as someone who behaved pretty well. When he came back to Mecca in triumph he didn’t kill many people.”
Uit dit citaat leid ik af dat Mohammed een goede strateeg en een gematigde politicus was. Gematigder dan sommige Westerse politici tijdens de Tweede Wereldoorlog, bijvoorbeeld. Maar van de stichter van een godsdienst verwacht ik ander gedrag. Was de profeet niet veeleer een doeltreffende wetgever, zoals eertijds Lycurgus van Sparta?
En dan is er ook nog dit, voor wie recensies hoger aanslaat dan interviews..
Herfstprent

De Edwardiaanse schilderkunst van de zuidelijke hemisfeer is mij nagenoeg onbekend, maar mocht ik ooit in Canberra rondwandelen, dan zou dit schilderij me bevallen. De gedempte kleuren. Die echte schoolmeisjesschoenen, en die schoenzool. Het gevoel in een warme, schemerige kamer intens te zitten lezen. O, waarom legt ze haar benen niet over de armleuning, om nog comfortabeler in het verhaal weg te zinken? Maar dat mocht vermoedelijk niet, omstreeks 1900.
Schatteneiland. De Laatste der Mohikanen. Twintigduizend Mijlen onder Zee. De Gevangene van Zenda. De Geheime Tuin.
Nu het boek gevaar loopt door flikkerende schermen te worden voorbijgestreefd, beschouw ik het als een historisch artefact ter bevordering van een steeds zeldzamer gemoedstoestand: concentratie. Mijn persoonlijke heilige Graal, in de herfst.
Pioniersgeest
Plotseling bevlogen met pioniersgeest besloten we het gemeentebestuur voor te zijn en alvast het tuinpad naar Martial Van Schelle te vernoemen. Zo herinnert toch iets in zijn geboortedorp aan de sportheld van het interbellum. En waarom Ti in plaats van Martial? Zijn plaatselijke vrienden noemden hem zo (en het is korter, dat scheelt niet alleen een slok op de borrel, maar houdt de verhoudingen van het bord ook in evenwicht).
Oudleerlingendag

Een ongewone ervaring: mensen herkennen die je al dertig jaar niet meer hebt gezien, of merken dat zij jou herkennen. Zo diep zitten de gezichten van onze eerste jaren in ons geheugen geprent. De uitdrukkingen die de schoolfotograaf tientallen jaren geleden vastlegde, ze bestaan nog altijd. Samen met anderen kind zijn geweest, dat betekent: lid zijn van een geheim genootschap.
Een verslagje op lokale tv.
Wat de hand vermag

Wel, wie had gedacht dat Matthieu van Bree zo’n goede portrettekenaar zou blijken te zijn? In het geurigste museum van Antwerpen (dat nobele aroma van hout en boenwas!) zinderen de tekeningen tegen de wanden en tonen inderdaad glimpen van de zielen van de meesters. Wat een verfrissing, voor ogen die uitgeput zijn door digitale beelden.
De ziel van de meester, nog tot 16 december 2012
Hoe ik leerde lezen

Tijdens de voorbereidingen voor de oudleerlingendag van het schooltje in Merksplas-Kolonie zag ik plotseling deze reeks woorden terug, waarmee ik heb leren lezen en schrijven. Het allereerste officiële woord van mijn schooljaren was dus tegelijkertijd mijn naam. Als dat niet uitnodigend is. En omdat men de meest voor de hand liggende vragen altijd met dertig jaar vertraging stelt, verneem ik nu pas dat mijn ouders met exact dezelfde woordenreeks geletterd werden.
Oudleerlingendag schooltje Merksplas-Kolonie, 15 september
Madame

On aime, après les révolutions qui ont changé les sociétés, et sitôt les dernières pentes descendues, à se retourner en arrière, et aux divers sommets qui s’étagent à l’horizon, à voir s’ isoler et se tenir, comme les divinités des lieux, certaines grandes figures.
O gonzende volzinnen, zo vertrouwd sinds de lessen Franse literatuur op de middelbare school. Genot en ergernis tegelijkertijd; misschien monkelt Sainte-Beuve te veel, adelaars monkelen namelijk niet, en ik kan me levendig voorstellen dat zijn vorstelijk milde toon menige tijdgenoot-schrijver tegen de borst stuitte. Niettemin, deze zin bevalt me. “Madame de Staël reproduit donc suffisamment en elle cette manière et ce charme d’autrefois; mais elle ne s’en tient pas à cette héritage, car ce qui la distingue comme la plupart des génies, et plus éminemment qu’aucun autre, c’est l’universalité de l’intelligence, le besoin de renouvellement, la capacité des affections.”
En hoe mooi duiken ze op tussen de bladzijden en het pergamijn, deze femmes célèbres.
Sainte-Beuve, Nouvelle galerie de femmes célèbres, tirées du Causeries du lundi, des Portraits littéraires etc., illustrée de portraits gravés au burin, Parijs, 1862, p. 381-383.
Hopus
Wat krijgen we nu? Staat hier echt het woord Cerevisae? En: terrae fructus hominisque studium? Vrucht van de aarde en van mensenlabeur. Om de een of andere reden verwachtte ik geen Latijn op het etiket van een bierflesje, dat net samen met een zakje chips in de nachtwinkel was aangekocht. Brutus amarus flavusque – pure poëzie, dat “straf, bitter en blond”. (Straf, wat een mooie en ietwat onverwachte vertaling van het woord brutus.) Potius bibendum est ante, meldde de achterkant nog, Tenminste houdbaar tot. En vijf hoppen, dat vertaal je als V lupuli, leerde ik (ja, Caesar, Livius en Tacitus hadden het nu eenmaal nooit over de ingrediënten, de compositio van bier, op mijn middelbare school). Het leek alsof ik het een Romeinse soldaat hoorde bestellen, in de kantine van een noordelijk castrum, circa het jaar 200: Commilito, geef mij maar een Hopus.