Hazelaar

Toen ik het eerste canonboek van de Koninklijke Academie las, nu vijf jaar geleden, werd ik getroffen door deze strofe van Hadewych:

Als hem die tijt vernuwen sal,
Nochtan es berch ende dal
Wel doncker ende ontsiene overal;
Doch gheet die hasel bloyen.
Al hevet die minnare ongheval,
Hi sal in allen groyen.

Hetgeen, volgens de werkvertaling van A. Lint op hadewych.net als volgt te lezen is:

Nu het jaargetij zich vernieuwt,
zijn berg en dal evenwel
erg donker en lelijk overal.
Toch gaat de hazelaar bloeien.
Al heeft de minnaar tegenspoed,
hij zal door alles heen groeien.

‘Toch gaat de hazelaar bloeien’. Te vroeg misschien, in de barste omstandigheden. Het heeft te maken met die omertà del bene, de zwijgplicht van het goede, waaraan de hoofse mens zich het beste kan houden. Ik houd ook van het vers ‘als de tijd zich vernieuwen zal’. Het klinkt beloftevoller nog dan ‘in de lente’.

Gouden appels

Omslagtekening: AMVK

Weldra ligt dit kleine boekje in uw boekhandel.

Ik schreef een verhaal over Peter Paul Rubens. Hij wil hertrouwen. Maar met wie? Drie vrouwen beschouwen de beroemde meester en denken er het hunne van.

Blij ben ik omdat ook AMVK de meester in ogenschouw nam. Ze werd gefascineerd door Rubens’ schilderijen voor Marie de’ Médici in het Louvre en nam haar schetsboek mee. Een van haar tekeningen werd het omslag.

Khnopff

Deze morgen wandelde ik door een landschap dat ingekleurd leek te zijn door Fernand Khnopff. In werkelijkheid zat er ook een zweem van ijzig roze in de lucht, niet opgevangen door mijn cameraatje. De kauwen cirkelen om het voederhuisje dat normaal gezien alleen bezocht wordt door pimpel- en koolmezen, heggemussen en roodborstjes, heel soms ook door een merel. Wat eten ze haastig en onrustig.

Hiroshige

Hiroshige, Library of Congress

Hiroshige maakte deze prent omstreeks de tijd dat België ontstond. Camelia en mussen in de sneeuw. Vergelijk ik het met de foto’s die ik in de sneeuwtuin maakte, dan wordt het verschil tussen de hand van de kunstenaar en die van de leek snel duidelijk. Nog afgezien van het verschil in medium. Hoe die mussen in de vlucht vastgelegd zijn! Zonder zoomlens. De onderste heeft zelfs een grappige uitdrukking. Geen vlok valt verkeerd en de zegels dragen bij tot de schoonheid.

Lichtmis nadert

De slaapkamer blijft ijskoud. De wind snijdt uit het oosten. Elk ensemble van kleding vereist op dit platteland een fundering van ski-ondergoed, zo goed mogelijk verborgen. Maar de sneeuwklokjes versagen niet. Zij versagen nooit. En na de eerste schok van vreugde zie je nog meer.

Gwen J.

De studente, 1903, Manchester Art Gallery

Het stille werk van Gwen John heb ik altijd mooi gevonden.

Snuisterend in mijn boekenkast vond ik het enige boek terug dat ik over de kunstenares en haar werk bezit. Mijn moeder schonk het mij in Londen in 1998. We kochten het, volgens een ingesloten papiertje, bij Shipley, Specialist Art Booksellers, 70 Charing Cross Road. Nogmaals dank, lieve M.!

Vele kunstenaars hebben lezende en studerende vrouwen op een mooie manier afgebeeld. Niemand, denk ik, slaagde erin zulk een gevoel van rust te scheppen als Gwen John. Hier portretteerde ze haar toekomstige schoonzus Dorelia McNeill.

Lezende vrouwen, of de ingetogen sfeer van het lezen, waren belangrijk voor Gwen John. Geen wonder dat ik in dat jaar een ander schilderij van haar koos voor het omslag van Oud Papier.

Sneeuwochtend

Zo’n mooie besneeuwde ochtend had ik in deze drassige winter niet verwacht. Ik trek mijn Oxfam-hippie-schapenjas aan en mijn rubberlaarzen. Ik blijf op het tuinpad wandelen om de krokante helderwitte laag met haar lila schaduwen niet te beschadigen. Ik zie sporen van reeënhoefjes. Het vuurwerk van de bloeiende toverhazelaar, lievelingsstruik van mijn vader, is besneeuwd en beijzeld: ik ruik zijn subtiele parfum van ver.