Natuurboeken zijn zo kalmerend als lindenbloesemthee.
Vroeger had mijn vader een tamme kauw, Jan geheten. Jan vertoefde dikwijls om en rond een versleten Volkswagentje, dat in de tuin was beland.
Rond mijn ouders huidige woning cirkelen voortdurend kauwen. Gisteren zag ik er een neerstrijken op het hoogste takje van een verwilderde haagbeuk, pal tegen de oostenwind in. En daar zat hij, onverstoorbaar als het boegbeeld van een schip in de storm.
Crow Country van Mark Cocker belooft over kauwen te gaan, maar is toch vooral gewijd aan de roekenkolonies (-parochies, noem je dat blijkbaar in het Engels) nabij Buckenham Carr in Norfolk. Roeken en kauwen trekken daar samen op, maar hier zie ik voorlopig alleen kauwen. Wat me eraan herinnert dat mijn vader een paar jaar geleden nog uitreed om een zeldzame roekenkolonie te zien, in de buurt van de abdij van Postel, als ik het wel heb.
In elk geval leer ik dankzij dit boek de roek kennen als een opvallende, intelligente vogel met een koddig uiterlijk – die enorme bek, die kniebroek van veren. En aan het einde van een hoofdstuk raakt Cocker plotseling een gevoelige snaar. “In de vallei van de Yare kregen vele dingen die ik lang over het hoofd had gezien of niet waardeerde een nieuwe kracht en betekenis. Dat leidde tot een vreemde en vruchtbare paradox. Ik was thuisgekomen op een plaats waar alles volkomen nieuw leek.”
Mijn vaders laatste glas cola. Vloeistof en suiker voor zijn uitgeputte lichaam. De lepel waarmee zijn laatste Dafalgan is omgeroerd. Het deksel van het potje yoghurt waarmee hij zijn laatste antibioticum heeft ingenomen. Het antibioticum werkte. Maar zijn hart kon niet meer.
Op verzoek van een vriend en collega-kunsthistoricus keek ik mijn artikelen voor het NWT nog eens na. Eerst mocht ik een reeks leveren met een alternatieve kunstgeschiedenis (beginnend met het epitaaf voor Yolente van Belle en eindigend met een zelfportret van Louise de Hem, maar niet uitsluitend gewijd aan vrouwelijke kunstenaars of opdrachtgevers) en daarna een reeks met bizarre Belgische kunstwerken en kunstenaars. Ik herontdek nu zelf de schilderijen van Louis Baretta in Veurne en het schilderij van Georges Baltus met de weergave van de heilige Christina de Wonderbare uit Sint-Truiden. Baltus schilderde de heilige in trance zwevend boven haar geboortestad en het Duitse bombardement van 1914 afwerend. Als ze nog vereerd wordt, zou Christina de Sint-Truidenaren dezer dagen van pas kunnen komen.
Tijdschriften zijn een luxe. Niets aangenamers dan wegzinken in mooie beelden en de wereld even vergeten. In het Eos-nummer gewijd aan Jan van Eyck stuitte ik dan ook nog eens op reclame voor het beste boek van 1572, nu eenvoudig te bestellen bij uw favoriete boekhandel.
In de etalage van Boekhandel Boekarest hangt een mooi bericht.
