
Zolang als ik me kan herinneren, behoren de drie musketiers tot mijn helden. (Tel daarbij Cyrano de Bergerac en Michael Strogoff, over wie later meer. ) Uiteraard dankzij de verfilming uit 1973, met Michael York, Oliver Reed, Richard Chamberlain, Frank Finlay en Raquel Welch. Nu ik eindelijk het oorspronkelijke boek van Alexandre Dumas lees, kan ik me weer een helder beeld vormen van vier karakters. (“De drie musketiers waren gek genoeg met vier,” zei een prof kunstgeschiedenis eertijds.) D’ Artagnan, de onstuimige romanticus, Athos, de mysterieuze zwijger, Porthos, de vrolijke opschepper, Aramis, het fijn geschilderd portretje met religieuze neigingen en een rijk geheim leven. Dumas’ boek draait uitsluitend rond de afwikkeling van de plot en is dus, in mijn ogen, saai. Maar trage lectuur brengt ook rust. Ik vertoef graag een paar uur in het gezelschap van de vier en Lodewijk XIII, Anne van Oostenrijk, kardinaal Richelieu en Madame Bonacieux. De klassieke jeugdboeken lezen, dat heeft toch wel wat weg van een jeugdelixir drinken.
“Mais, comme on le sait, ce qui frappe l’esprit capricieux du poète n’est pas toujours ce qui impressionne la masse des lecteurs.”











