Dierbare doodvriezende dakloze

“Kende u de kolonies, dierbare dakloze? In dat geval leeft u allang op straat, met zolen van wind, zoals de dichter Rimbaud dat noemde. Misschien zwerft u soms nog wel die richting uit, om uw vroegere verblijf terug te zien. Het is allemaal fris opgeknapt. Het is zelfs toeristisch geworden. Al die mooie bossen en negentiende-eeuwse infrastructuur. De boerderij waar u de koeien en varkens verzorgde en sigaretjes rolde, is nu een bezoekerscentrum geworden. Mooi ingericht, met een mooi restaurant. Mensen met dure fietsen komen er verpozen.”

Voor Rekto:verso schreef ik een brief aan een dakloze. Lees het hele epistel hier.

Afgeleefde muze

Embed from Getty Images

 

“Zij betrad de armelijke schuilplaats van zijn afgeleefde muze, waar het rook naar beschimmelde boeken. Op de gepleisterde muren waren vochtige plekken. De gebroken ruiten van de bevroren vensters waren vervangen door lappen. Op een scheve, met inkt bemorste schrijftafel lagen ganzenpennen en  flarden papier, waarop wellicht de eerste ontwerpen voor gedichten stonden.”

Een mooi boek, die historische roman van Dmitri Merezjkovski over Leonardo da Vinci. Zoals wel meer romans van dichters is het voornamelijk een opeenvolging van glasheldere tableaux vivants, geschraagd door een diep filosofisch idee. En berustend op uitmuntende historische studie en inlevingsvermogen. Merezjkovsi’s  beschrijving van de Milanese hofdichter Bernardo Bellincioni vond vandaag weerklank bij me.

Niet te geloven dat deze roman uit het jaar 1900 stamt. En het tweede deel is van een trilogie. Was ik uitgever, ik zou niet aarzelen.

Paradogma

amvkparadogma

Vanavond opent in het MHKA de retrospectieve met werk van Anne-Mie Van Kerckhoven, AMVK.

In haar boek Paradogma uit 1993 lees ik dit mooie fragment:

Het is me een waar genoegen 2 soorten stappen bij mezelf te kunnen ontwaren: een vrouwelijke en een mannelijke.

De mannelijke op de trap: traag maar zeker, vrij, eenzaam, gedreven, bedwongen energie, gelaten en weemoedig naar omstandigheden die er nooit zijn wanneer ze moeten.

De vrouwelijke, op dunne hakken, spoeden zich over droge straatplaveien terwijl ze een aangenaam hortend, uitdagend soort instabiliteit ten gehore brengen. Alsof de hiel aan de straten blijft haperen waarna de andere voet direct hetzelfde gaat doen, ofschoon er nooit gevallen wordt. De hapering is namelijk vormelijk en seksueel geladen.

De stijl, de wensen en de verwachtingen manifesteren zich in een tussenstap die kort en afgemeten de straten vrijpostig overmeestert, die van god noch gebod weet, niet te temmen is en de goede dosering tussen geven en nemen nooit zal vinden.

 

 

Rolmodellen

planortVorige zondag kocht ik een standaardwerk over Abraham Ortelius, Antwerps kaartenmaker, kunsthandelaar, uitvinder van de atlas zoals wij die kennen en vriend van Pieter Bruegel. Komende vrijdag ga ik naar het Museum Plantijn-Moretus, waar studenten van het Instituut voor Typografie een verhaal van me zullen vormgeven op papier. Ortelius en Plantijn, twee liefhebbers van boeken en kunst, twee rolmodellen, wier portretten tegenover mijn bureau hangen. De kaleidoscoop van het leven levert deze week een mooie samenhang op.

Ogen

eyes

Het valt me nu pas op: beide boeken heb ik de afgelopen weken in Brussel gekocht, uit de handen van de schrijfsters, en beide hebben het woord Ogen in de titel. Het ene gaat over vriendschap, het andere over liefde, wat, volgens sommige filosofen, twee verschijningsvormen zijn van hetzelfde gevoel. Ik heb weer heel wat moois te lezen.

H. MacEwan, Through Belgian Eyes. Charlotte Brontë’s Troubled Brussels Legacy, Sussex Academic Press, Eastbourne, 2017.

T. L. Meganck, Erudite Eyes. Friendship, Art and Erudition in the Network of Abraham Ortelius (1527-1598), Brill, Leiden-Boston, 2017.

Kerstkaart

Ik heb slechts één kerstkaart op tijd verstuurd. Vorige week schreef ik voor Rekto:Verso een brief aan het Kerstekind. En ook aan de dichter Joseph Brodsky, in een moeite door.

“Beste Kerstekind, binnen enkele dagen herdenken we opnieuw je verjaardag. Ik heb het nooit anders geweten. Aan de hand van mijn ene grootmoeder wandelde ik naar het nabije stadje om de kerstversiering en kerstverlichting te zien. Mijn grootvader, een ecoloog avant la lettre, spitte de kleine den uit de tuin om hem binnen in een pot neer te zetten en ik mocht helpen met het versieren, sneed mijn vingers aan engelenhaar, hing als laatste de glazen bal in een vorm van een huisje aan een gepaste tak. Bij mijn andere grootmoeder hingen er zilveren ballen en draden in de boom en bevatten de pakjes telkens een pyjama, peignoir of handdoek met initiaal.

Intussen heb ik deze week alweer twee kerstbomen gedecoreerd en is de jacht op hopelijk passende geschenken voor mijn dierbaren nog open. Tien jaar geleden kocht mijn vader een wassen Christuskind op de antiekmarkt en omdat de handjes beschadigd zijn, reed ik onlangs naar de enige mensen die bij mijn weten wassen beelden herstellen: de Clarissen van Turnhout. Een stokoude zuster ontving me op die ijzige dag. Ik zag haar blote voeten in sandalen en huiverde plaatsvervangend.”

Mooie Kerstdagen, dierbare lezers!

Het duifje en de berin

Retabel

“Eeuwenlang vereerde men Sint-Columba om genezing te bekomen voor hoofdpijn, oogkwalen of om regen te verkrijgen in tijden van droogte. In Deerlijk wendde men zich in de achttiende eeuw tot Columba voor allerhande kwetsuren, een handige passe-partoutomschrijving van menselijk leed. Pelgrims die op het altaar een retabel zagen in felle kleuren, met sprekende afbeeldingen van voorvallen uit het leven van de heilige, hadden geen woorden nodig om te begrijpen waarover het ging. Je kunt een retabel ook een stripverhaal van eikenhout noemen. Of de Deerlijkse gelovigen wisten dat ze een typisch Frankische heilige voor zich hadden, met tal van Romaanse heiligdommen in Frankrijk én Spanje, is een andere zaak. Nog minder zullen ze beseft hebben dat hun retabel het enige kunstwerk is waarin de hele levensloop van de heilige af te lezen valt. De verering van Columba in Spanje, tijdens de jaren van Arabische heerschappij, leidde overigens tot een levendige literatuur over Columba in het Arabisch. Dankzij Columba is Deerlijk dus verbonden met een zeer vroege periode van de Europese geschiedenis.”

Voor OKV reisde ik naar Deerlijk, om het zestiende-eeuwse Sint-Columbaretabel in situ te zien. Een heilige uit de derde eeuw die beschermd werd door een berin en wier feestdag valt op 31 december? Ze past bij het feestseizoen.