sed lex

cover-brochure-MHS2017-209x305
Palmzondag morgen, en het verhaal van die hele Palmzondag is een voorbeeld als een ander van de onrechtvaardigheid van de wereld. Een goed ogenblik dus om te spreken over Een zucht van verlichting, de creatie van Willem Ceuleers en Ensemble Utopia ter gelegenheid van het festival Op.Recht.Mechelen. Vanaf 11 uur in CC Mechelen, Minderbroedersgang 5. Wees welkom.

Een fragment uit mijn libretto:

Zij zijn als wij en wij zijn als zij.

Vrienden, deze stad, een partituur van torens,
ligt in haar muren als een heilige in zijn schrijn,
onder een uitspansel van aquamarijn,
Zoals onze geroemde verluchters die schilderen
met duur pigment. Het is zomer,
in een al bij al behoorlijk jaar des Heren,
Vijftienhonderd zeven vijftig.
Natuurlijk is het ergens oorlog,
het is altijd oorlog in de zomer;
maar niet dichtbij, en onze veeltalige diplomaten
doen fezelend hun vredeswerk.

Zij zijn als wij en wij zijn als zij.

’s Avonds bij kaarslicht schittert in sommige huizen
Gouddraad in de tapijten, die vertellen van Hercules en Scipio,
En fruit en kaas sieren de tafels waaraan heren discussiëren
Over Erasmus en Luther terwijl, op een buffet het zilver glanst,
Meer als symbool dan als brute valuta.

Zij zijn als wij en wij zijn als zij.

Over

lente20174
Deze bloei zal al bijna voorbij zijn, nu. Ik verheug me op nieuw moois, wanneer ik voor Pasen naar huis ga.

Intussen lees ik langzaam in de wonderlijke bundel Saisons van een dichter die gelukkig voor ons ook Belg is: François Jacqmin.

Ce qu’il y a à dire du printemps,
le printemps le dit.

lente20176

Nimflicht

Ik loop vast weer achter, ik ontdek nu pas dat de New Yorkse toverdozenmaker Joseph Cornell ook films heeft gedraaid. Te bekijken op Youtube, voor een rustgevende en ontroerende ervaring. Zestig jaar oud intussen. En dan is er nog Angel. Ook te beleven op hetzelfde kanaal.

Zon

lente17

lente174DSC_0377Het hartverscheurende moment van de lente: wanneer de krentenstruiken bloesemen in de ouderlijke tuin. Een paar dagen lang. En voorts zijn er de keizerskronen, en de tulpen, en de vertrouwde roze stormvlaag.

lente172

Nu is het wachten op de meidoorn.

Talent-kapitalen

janhuet2
Jan Huet en plein air (Foto Erfgoedbank Hoogstraten)

Ik blader in het boek over glazenier Jan Huet en vind dit fragment uit een brief, geschreven in de jaren 1920: “En dit tussen haakjes en onder ons: we waren de mannen niet om zakelijk-ernstig aan ’t praten te gaan over het industrialiseren van ons beider latente talent-kapitalen. En toch staan we er voor, jongen! We moeten lijk Jan en alleman gaan negocieeren en centen verdienen, veel en loutere centen, en met ernst en kalmte ze plaatsen in een bank, en goede lui worden, als ’t moet zelfs rijke lui.”

Het industrialiseren van talent-kapitaal. Mooi scherp gezegd vind ik dat. Is het leven van een kunstenaar intussen zoveel veranderd? En toch staan we er voor, jongen!

 

Gras

maartzon

De eerste dag van het jaar om in het gras te liggen lezen. Verhalen van Emma Donoghue, een attent cadeau. Astray, Op de dool. Merci, Johanna! De blaadjes van de treurwilg zijn nog pril, de kelken van de magnolia zwiepen in de bries, narcissen en keizerskronen fleuren de perken op. De krentenstruiken bloeien niet eens, zelfs dat hebben we nog te goed. Het duurt maar een uur of twee, lang genoeg om weer te begrijpen waarom mensen vroeger de zon als een god beschouwden.

Peer

 

Ik gaf een lezing over Bruegel in Peer, werd ontvangen in een mooie zaal en bewonderde de Ghoststoeltjes van Starck waarin het publiek mocht plaatsnemen.

Peerse historici willen erg graag bewijzen dat Bruegel in Peer geboren is. Ik stelde vast  dat per se iets willen bewijzen een goede methode is in de wiskunde, maar niet in de geschiedschrijving. Dan word je immers een advocaat die alle achterpoortjes gebruikt om zijn klant vrij te krijgen, in plaats van een onderzoeksrechter die getuigen hoort à charge en à décharge. En er is ook nog het Scheermes van Ockham: de eenvoudigste verklaringen zijn dikwijls de beste.

Toen ik naar buiten ging, zag ik charmante affiches met dames in Saint-Laurents Mondriaanjurken. Een frisse en fleurige campagne voor het cultureel centrum, die me er op gelukkige wijze aan herinnerde dat ik ook nog een dergelijke jurk in de kast heb hangen.

Oer

rikwouters
Rik Wouters, Zich kammende vrouw, The Phoebus Foundation

Het gepixelde prentje zien of de echte tekening: dat is niet hetzelfde. Dat is nooit hetzelfde. Op de tentoonstelling Oer in Gent trof dit werk van Rik Wouters me. Hij had zo weinig nodig om een teken van leven na te laten. Dat blauw. De lijn van de hand en de kam. O, dat blauw. Tot op haar kruin toe.

Als Belg van gemengden bloede (laten we zeggen, Henegouws-Brabants, alle voorouders door de eeuwen heen wel altijd op de rechteroever van de Schelde) zet ik graag kanttekeningen bij de pensée unique dat hedendaagse Vlamingen per definitie uit de klei omhooggetrokken keuterboeren zijn. De kunstenaars die het werk voor Oer leverden, die reisden naar Brussel, Londen en Parijs, die lazen de krant en buitenlandse literatuur en die spraken vlot twee talen. Het neemt niet weg dat de kunstwerken van Oer inderdaad een vertrouwd beeld oproepen. Landschap. Rituelen. Gezichten. De scenografie van Bob Verhelst, die in de ene ruimte de jonge fruitbomen van Gustave Van de Woestyne plantte en in de kamer van Tytgat een draaimolen zette, vind ik speels, charmant – waarom niet, voor een keer? Mijn lieveling is van oudsher Gustave Van de Woestyne en nu stond ik ineens aan de grond genageld voor papiertjes met wat lijnen houtskool erop: bladen uit een schetsboek van Rik Wouters. Zien en ontdekken, daar gaat het in elke tentoonstelling om.