
‘Als jij Tijd even goed kende als ik,’ zei de Hoedenmaker, ‘zou je niet zeggen dat je hem verknoeit. ’t Is een haar.’
‘Ik weet niet wat u bedoelt,’ zei Alice.
‘Nee, natuurlijk niet,’ zei de Hoedenmaker, zijn hoofd vol verachting schuddend. ‘Ik durf er wat onder verwedden dat jij nog nooit hebt kennisgemaakt met Tijd!’
‘Misschien niet,’ gaf Alice voorzichtig ten antwoord, ‘maar ik heb wel eens gehoord dat hij maar één tand heeft – is dat waar?’
‘Hou op met dat hij,’ zei de Hoedenmaker. ‘Zij heeft een puntgaaf gebit. Maar enfin, sta je eenmaal op goede voet met haar, dan doet ze zowat alles wat je wilt met de klok. Stel bijvoorbeeld dat het negen uur ’s morgens is, zo meteen begint de les, dan hoef je Tijd alleen maar wat in het oor te fluisteren, of daar draaien de wijzers in een oogwenk rond! Half een, tijd voor het middageten.’
(‘Was het maar waar,’ zei de Maartse Haas fluisterend bij zichzelf.)
‘Dat zou natuurlijk grandioos zijn,’ zei Alice nadenkend, ‘maar ik zou er toch niet erg happig op zijn, hoor.’
‘Eerst misschien niet,’ zei de Hoedenmaker, ‘maar je kunt het half een laten blijven zolang je wil.’
Dit jaar is het 150 jaar geleden dat Lewis Carroll en de drie zusjes Liddell de Isis oproeiden.
Lewis Carroll, De avonturen van Alice in Wonderland, uit het Engels vertaald door N. Matsier, Amsterdam, 2001, p. 101-102.







