Wat je niet wilt

Het is dan toch een keer gebeurd. Op 6 juli voltooide ik een verhaal. Vandaag wil ik het nalezen en tref ik een fragment aan. De juiste versie vergeten op te slaan, de nachtmerrie van een schrijver. Natuurlijk, er zijn grotere rampen. T. E. Lawrence verloor het manuscript van Seven Pillars of Wisdom op de trein. Een voorval waarover ik niet in detail wil nadenken. Hij ging naar huis en schreef het hele boek opnieuw. Zevenhonderd dicht bedrukte pagina’s in de pocketuitgave. Over zoveel take it on the chin public school spirit zal ik nooit beschikken, maar de helft van een verhaal wil ik nog wel opnieuw bedenken. Waar is de koffie?

Mogelijk een nuttige link voor gelijkaardige gevallen.

Bij het ontbijt

Houtsnede, Max Elskamp

Ik vind een mooie zin van een lezer in de krant. Muzikant Jeroen de Pessemier merkt op: “Niemand is zo eerlijk als een schrijver.”
Ik denk er over na. Dit verklaart misschien waarom ik schrijven na al die jaren nog steeds zo moeilijk vind.

Even later hoor ik over de radio dat het MAS vandaag zijn eerste verjaardag viert. Wellicht is in de drukke aanloop naar die feestelijkheden de honderdvijftigste verjaardag van dichter Max Elskamp (wiens collectie het MAS bewaart) vergeten?

Kinderkleding

Frans Floris, Familieportret, Lier, Museum Wuyts-Van Campen en baron Caroly

Een beetje tot mijn eigen verbazing ben ik een verhaal aan het schrijven over Antwerpse families in de jaren 1560. Dan moet je natuurlijk ook weten hoe mensen er doorgaans bijliepen. Deze familie afficheerde in 1561 haar eendracht door muzikale harmonie met luit en virginaal; het hondje is een symbool van trouw, maar onder de tafel is ook een ichneumon te zien, een Egyptische faraorat. Mij interesseren nu vooral de kinderen. Wat droegen ze? Volwassenen in het zwart, kinderen in kleur. Maar wellicht zijn de kleintjes voorgesteld op hun zondags, in hun mooiste kleren. Wat droegen ze om buiten te ravotten?

Turnhoutse hermitage

 “Als ik de middelen had, zou ik zoals Jean des Esseintes het huisje helemaal en uitsluitend inrichten naar mijn behoeften en wensen. Weet je nog, de muren van zijn bibliotheek waren bekleed met oranje marokijnleer en indigo lak, een ander vertrek was ingericht als een kajuit en de badkamer als de werkplaats van een parfumeur? Hij noemde zijn droomhuis in Fontenay zijn Thebaanse hermitage.”

Het deed me wonderlijk veel genoegen, dat Anne-Mie Van Kerckhoven zich door deze zin uit Genius Loci liet inspireren om twee ruimtes in het Turnhoutse Begijnhofhuisje 21 van kleur te voorzien.

Heiligen en begijnen

De tekeningen van AMVK in het Turnhoutse begijnhof (foto Frederik Beyens)

“Het is een mooie poort.”

In de saaie straat viel het poortgebouw op. Klassieke, breed uitgezette lijnen, een nis met een borstbeeld, symmetrie, leistenen en kasseien – al de elementen die dienst kunnen doen als tijdmachine en Belgen terugvoeren naar de tijd van waarin de laatste glans van de gouden eeuw wegdeemsterde, Rubens en Van Dyck al tachtig jaar dood waren en iedereen die vijf goudstukken bezat zich schikte in een bestaan als rentenier. Twee vergulde bollen bekroonden het dak en voerden de geest zacht naar de gedachte aan landhuizen in Frankrijk.

Door de halfgeopende groene poort keken we naar binnen. Een ovaal van huizen rond een parkje, waarin een soort Golgotha oprees, bekroond met een kruisbeeld.

We betraden het begijnhof. Is er iets gewoners dan een begijnhof? ‘Begijntjes en kwezelkens dansen niet,’ zongen wij als kinderen, er waren begijnhoven in alle omliggende stadjes (hoewel nog slechts een of twee begijnen) en uit verveling las je in de zomervakantie wel eens ‘De zeer schone uren van juffrouw Symforosa, begijntje’, de novelle van Felix Timmermans. Lezen gold overigens ook als een kwezelachtige activiteit, in sommige kringen.

Een fragment uit het verhaal Genius Loci, dat ik schreef bij Anne-Mie Van Kerckhovens tekeningenreeks Heiligen en Begijnen, nu te bezichtigen in huisje 21a van het Turnhoutse begijnhof.

Het boek met de tekeningen en de verhalen wordt morgen voorgesteld in de Meerloop in het Begijnhof. Allen hartelijk welkom!

(Het boek, gedrukt in een oplage van 500 exemplaren, is te koop in de Warande in Turnhout, boekhandel Copyright in Antwerpen, de boekhandel van het Museum Aan de Stroom in Antwerpen en in Kunstmuseum aan Zee in Oostende.)

Bladzijde

Afgerond

Eindelijk een verhaal kunnen afwerken dat al een paar dagen dwars zit, terwijl ideeën voor andere door je hoofd buitelen, ziedaar het beste kortstondige gevoel in een schrijversleven. Het bestaan zijnde wat het is, volgt dan gewoonlijk een verzwikte enkel, malaise of migraine, maar ook die dempen de tevredenheid niet.

Schrijven en schilderen

Ik schrijf. Over Turnhout. Vlaamse cultuurstad in 2012. Omdat ik enkele kilometers naast Turnhout geboren ben, denk ik na over Kempense identiteit. Wat is identiteit? Ah, moeilijke vraag. Meer weefsel dan vezel. Couleur changeant. Wie schrijft, droomt er soms van om eigenlijk te zitten schilderen. Net als het begrip identiteit voert dat verlangen terug naar de kinderjaren. Ooit zat ik aan de keukentafel van mijn grootmoeder met waterverf te schilderen. En daarna volgden er wafels, of macaroni met ham en kaas uit de oven.