
Eigen weg. Daar zijn we intussen wel op aangewezen. Mijn trouwe boeken lijken me opeens nog dierbaarder. Het rek was oorspronkelijk voorbehouden voor de zeventiende en achttiende eeuw, met uitlopers naar de negentiende. Zeventiende eeuw: een boek over de wereld in het jaar 1688, en een boek over Agnes Block, een schatrijke nicht van Vondel en de eerste vrouw in Nederland die erin slaagde om in haar serre ananassen te kweken. Het boek van Eddy Put, Stoet van grote en kleine levens, gaat wel over Leuven in 1594, maar kom, de sfeer is dan al zeventiende-eeuws. Vervolgens Le Roy Ladurie over Saint-Simon, Nancy Mitford over Lodewijk XIV (een vermakelijke gids voor wanneer ik, al lezend in mijn Saint-Simon, niet meer weet wie wie is). Levensbeschrijvingen van Marie-Antoinette, door Antonia Fraser, en haar couturière Rose Bertin, door Emile Langlade. Onze Henegouwse prins de Ligne, uiteraard. Henriette d’ Angeville, de eerste vrouw die de Mont Blanc beklom, in 1838. Marie Cornélie van Wassenaer Obdam, een ongelukkige Hollandse hofdame in 1824. Marx in Brussel en Het pauperparadijs, achtergrondinformatie voor mijn roman Almanak. Veeleer toevallig op dat rek verzeild, maar nog in een zekere chronologische volgorde.
Herman Pleijs Dromen van Cocagne, door mij beschouwd als een boek dat hoort bij Bruegel en de zestiende eeuw, is er wegens plaatsgebrek bijgezet.
In de etalage van Boekhandel Boekarest hangt een mooi bericht.

Ik mis de tulpen, narcissen en keizerskronen in mijn ouders tuin al. Zondag nog gefotografeerd, vandaag bloeien ze waarschijnlijk al wijd open.![DSC_0856[1]](https://leenhuet.be/wp-content/uploads/2020/03/dsc_08561.jpg?w=656)
![DSC_0858[1]](https://leenhuet.be/wp-content/uploads/2020/03/dsc_08581.jpg?w=656)
![DSC_0860[1]](https://leenhuet.be/wp-content/uploads/2020/03/dsc_08601.jpg?w=656)
“Zouden jullie het, net als ik, geen uitstekend idee vinden als we met zijn allen, net als zovelen voor ons, zowel de dood als het slechte voorbeeld van anderen ontvluchten door de stad te verlaten en naar een landgoed te trekken zoals ieder van ons er meer dan één bezit? Daar zouden we, zonder de grenzen van wat betamelijk is te overschrijden, ten volle van het leven kunnen genieten. Daar kwinkeleren de vogels, daar groenen de heuvels en dalen, daar golven de korenvelden als een zee, daar groeien ontelbare soorten bomen, en de weidse hemel ontzegt ons ondanks zijn toorn zijn eeuwige schoonheid niet en is toch veel aangenamer om te aanschouwen dan de verlaten wallen van onze stad.”
Wandelend in Rotterdam stuitten we op dit wonderlijke monument, gewijd aan 1 april 1572, het “morgenrood der vrijheid”. Den Briel veroverd voor Oranje, stond op de achterzijde te lezen. Enkele zeerovers enterden een havenstadje. De Beeldenstorm was al zes jaar eerder losgebarsten. Alle kunstwerken in kerken aan diggelen. Calvinisten zien kerken immers graag opzichtig sober. De martelaren van Gorcum moesten nog gemarteld worden. En iets naar het zuiden, in de mooie metropool Antwerpen, publiceerde Volcxken Dierix het eerste boek over de kunstgeschiedenis van Lage Landen, bijeengedicht door Dominicus Lampsonius.
Je kunt Erasmus natuurlijk fotograferen tegen de achtergrond van de Grote Kerk in Rotterdam, maar een kwartslag draaien geeft je misschien een beter beeld van zijn stedelijke omgeving. Hoe keek hij zelf terug op zijn geboorteplaats? De biografie door Johan Huizinga die ik onlangs in De Slegte vond, zal hopelijk uitkomst brengen.
Brachten we een paar dagen door in het heerlijke Rotterdam, zagen we dit bij Boekhandel Donner. Geheel terecht, want onder die bekende schilders van Lampsonius vind je heel wat Nederlanders.