Brachten we een paar dagen door in het heerlijke Rotterdam, zagen we dit bij Boekhandel Donner. Geheel terecht, want onder die bekende schilders van Lampsonius vind je heel wat Nederlanders.
Brachten we een paar dagen door in het heerlijke Rotterdam, zagen we dit bij Boekhandel Donner. Geheel terecht, want onder die bekende schilders van Lampsonius vind je heel wat Nederlanders.
Op 15 mei opent er een nieuw museum in de Koninklijke Bibliotheek, KBR, in Brussel. Bij wijze van voorproefje toonde men ons enkele prachtige verluchte handschriften uit de librije van de hertogen van Bourgondië. (Een mooi woord, librije. Misschien zal ik mijn boekenkast voortaan ook zo noemen.) Het psalterium van Peterborough zwaaide open als een feest van goud, blauw, rood, groen. Een verkwikkende aanblik in deze wakke winter.
Op 12 februari 2020 fotografeerde ik de de eerste camelia in mijn ouders tuin. Een vroegterecord, vermoed ik. Gisteren bloeiden er twee bloemen vrijuit aan de struik, en storm Dennis hebben ze lang kunnen weerstaan.
Het blijft een gelukkig moment in een schrijversleven. De presentexemplaren arriveren. Lampsonius is er. Voor het eerst sinds vierhonderd jaar in het Nederlands. Voor u.



Waartoe een les Latijn al niet leiden kan. Dominicus Lampsonius schreef in 1572 de oer-canon van de schilderkunst in de Lage Landen. Paul Claes vertaalde Lampsonius’ bondige gedichten bij de 23 meesterlijk gegraveerde kunstenaarsportretten. Ik schreef de toelichtingen. Het boek is er nu.
U kunt het meteen meenemen naar de Van Eyck-tentoonstelling in Gent, want Hubert en Jan van Eyck staan er beide in afgebeeld.

‘k Verzwijg mijn henenvaart, om niet te reppen, hoe
gezwind ik nedersteeg, en zonk door negen bogen,
Die, sneller dan een pijl, rondom hun midpunt vlogen.
Het rad der zinnen kan zoo snel niet ommeslaan
In ons gedachten als ik, lager dan de maan
en wolken, afgegleên bleef hangen op mijn pennen,
om ’t oostersche gewest en landschap te onderkennen…
Zo vertelt de engel Apollion hoe hij een kijkje op aarde ging nemen. Voor het eerst sinds de middelbare school lees ik Vondels Lucifer, een vuurwerk van woorden. De allermooiste regel blijft voor mij Lucifers droevige verzuchting: “Wat baat een naam met licht geschreven?”
Morgen is de laatste dag waarop u in het Rockoxhuis de tentoonstelling met tekeningen van Jan Brueghel kunt bezoeken. Een unieke gelegenheid om kennis te maken met het talent van Pieter Bruegels jongste zoon. Het weeskind leerde tekenen en schilderen bij zijn grootmoeder Mayken Verhulst. En zij is ook in het museum aanwezig, als het ware discreet over hem wakend. Alexandra Cool maakte de sculptuur.
“De jongste, Jan – hij overtrof alles wat ik droomde. Hij is mijn opvolger. Maar hij ging verder. Hij componeerde hoogmissen van bloemen; hij schilderde alle vergezichten van de wereld op kleine koperen platen. Met zijn penseel in de hand wilde hij door de zichtbare schepping reizen en alles weergeven in de juiste kleuren en met natuurlijke zwier. Een bloem die hij schilderde, al was het minuscuul, was aantrekkelijker dan een bloem in de werkelijkheid.” (L. Huet, Mevrouw Renaissance, p. 31)
En een slenterende hond die hij tekende, met enkele vlekjes inkt en een krullend lijntje voor de staart, riep zo sterk de realiteit op van een slenterende hond op een zomerdag, dat ik meteen maar de catalogus kocht. Om de herinnering vast te houden.

Morgenavond om 22 u. ga ik met Jeroen Olyslaegers in gesprek over Dulle Griet, in het altijd sfeervolle Museum Mayer Van den Bergh. Ik hoop u daar te zien.
Ik bezocht de Borman-tentoonstelling in het Leuvense M. Soms adembenemend mooie beelden, zo’n onthutsend contrast met de schraalheid van bepaalde hedendaagse kunst. Deze madonna met de inktpot, uit een Waalse kerk, sprak me aan: zie dat piepkleine kind enthousiast beginnen te schrijven!

Misschien tellen de Britten anders: zij spreken over the twelve days of Christmas. Ze wijdden er zelfs een bekend liedje met stapelvers aan: On the first day of Christmas, my true love gave to me / a partridge in a pear tree… Een patrijs in een perenboom? Ik zou het een leuk cadeau vinden. Twee jaar geleden bracht Uitgeverij Christofoor een vertaling van het lied uit, mooi verlucht met ontwerpen van William Morris, bewerkt door Liz Catchpole. En Jan Rot zorgde voor een Nederlandse versie van het lied, versie die u hier kunt beluisteren.