
“De gebouwen van Gent riepen die van Granada in mijn herinnering, zonder de hemel van de Vega. Een grote stad, haast verstoken van inwoners, verlaten straten, kanalen even leeg als de straten… zesentwintig eilanden gevormd door die kanalen, niet bepaald die van Venetië, een enorme versterking uit de middeleeuwen, dat verving in Gent de wijk van de Zegris, de Duero en de Xenil, het Generalife en het Alhambra: mijn oude dromen, zie ik u ooit weer?”
Chateaubriand dwaalde door Gent in het voorjaar van 1815 en zag koning Lodewijk XVIII (Lowie Die Zwiet, volgens de Gentenaren, de vorst was zwaarlijvig) in zijn koets minzaam de hertog van Wellington toeknikken.








