
Rommelmarkten veranderen. Ging men er vroeger voornamelijk op zoek naar brocante, een Bochschaal, een geborduurde zakdoek, een oud stuk speelgoed, wat Booms glas, dan lijkt het nu meer te gaan om afgeleefde playmobilmannetjes, Barbies met vaal klittend haar en gebutste kookpotten. Bestelwagens met Russische nummerplaten, bestelwagens bestuurd door stralend glimlachende zwarte mannen en gezinsauto’s met een gesluierde vrouw op de passagierszetel reden allemaal Wortel-Kolonie in om de Pinkstermaandagse rommelmarkt te bezoeken. De gave des woords van Pinksteren zou de verkopers wellicht van pas komen. Het was overigens van 1918 geleden dat er nog Russen in Wortel-Kolonie toefden, en toen waren het krijgsgevangenen.
De meidoorn bloeide. Hier en daar viel er een leuke speelgoedauto van Tonka te rapen, of een koekblik met een portretje van de jonge Boudewijn, of een decoratief reclamebord van de Union Vinicole de la Marne- Epernay. Er waren zelfs interessante tweedehandsboeken. En een voorbijganger sprak me onverwachts aan om twee boeken van mijn hand te kopen, ‘gelijk welke’; waardoor ik op de rommelmarkt van Wortel-Kolonie meer plezier beleefde dan op de Boekenbeurs.
Auteur: Leen Huet
De witte vaan
Wensenwei
Chopine
PT

Ik las de uitdrukking Prossie trotters op Bourbon & Pearls en vond het wel grappig klinken. Prossie trotters zijn schoenen voor straatmadelieven – de combinatie van plateauzolen en stilettohakken is een aanwijzing (maar niet per se de doorslaggevende). Gisteren zag ik voor het eerst onmiskenbare prossie trotters in het straatbeeld, op de Antwerpselaan in Brussel. Ambtenarenbuurt met bedwelmend lelijke hoogbouw. Mijn oog viel op een paar zwarte plastic plateauschoenen met stilettohakken, voorzien van een neonroze punt. Onder neonroze leggings. Het meisje stond stil op een kruispunt. Toen we anderhalf uur later terugkeerden van een keurig cultureel evenement, stond ze er nog. In die moordend oncomfortabele schoenen.
Boeketje

‘Wat is Vlaanderen voor jou?’, vroeg ik aan Astrid. Ze had twee vouwstoelen ontplooid en we zaten enigszins wankel voor de rode beuk, met uitzicht op bloeiende bosanemonen. Een specht boorde zich een weg in een schors, ergens in zuidoostelijke richting. Op mijn tocht naar de boomhut had ik lammeren in een wei gezien en een blauwe veer gevonden, van een gaai. Het jonge leven was nog maar amper uit het ei of het werd al bedreigd. Een citroenvlinder streek neer op een anemoon.
Het nieuwe nummer van het prachttijdschrift rekto:verso gaat over Vlaanderen. Het vervolg van mijn column kunt u hier lezen.
In datzelfde nummer vertellen bekende culturele Vlamingen over de kunstwerken of mores die Vlaanderen voor hen symboliseren.
Detail

Geslaagd

Het schild van Achilles

De wijd en zijd vermaarde manke god
heeft ook een dansplaats kunstig afgebeeld,
zoals weleer door Daidalos met zorg
gemaakt werd in het uitgestrekte Knossos
voor Ariadne met de mooie lokken.
Daar dansten jonge kerels, jonge meisjes
wier bruidsgeschenk veel runderen omvatte,
zij hielden met de hand elkanders pols vast.
De meisjes droegen fijne linnen kleren,
de jongens goed gesponnen chitons, zacht
geglansd met olie. En de eersten hadden
een mooie diadeem, de jongemannen
een gouden mes dat aan een draagriem hing
van zilver. Nu eens liepen zij heel licht
van voet en heel bedreven in het rond
zoals de draaischijf van een pottenbakker
goed in zijn handen past – de man gaat zitten
om na te gaan of zij wel soepel loopt.
En dan weer liepen zij in rijen op
elkander toe. Een grote menigte
stond rond de lieflijke dans geschaard
en vond er vreugde in. En in hun midden
maakten twee duikelaars hun buitelingen
zodra gezang en dans was ingezet.
Hefaistos beeldde op de buitenrand
van het met zorg gesmede schild de grote
en sterke stroom uit van Okeanos.
Deze fantastische passage heeft uiteraard andere kunstenaars geïnspireerd. John Flaxman maakte in het begin van de negentiende eeuw een ontwerp naar Homeros’ beschrijving; de goudsmid Philip Rundell voerde het uit; het schild maakt sinds 1821 deel uit van de Britse koninklijke collectie. Op de website kan men details bekijken.
Indien een persoonlijke mededeling toegelaten is – omdat ik zelf vaak geïnspireerd word door kunstwerken en ze dus ook in mijn romans beschrijf, doet het wonderlijk goed om hetzelfde procédé terug te vinden in de bron van de westerse letterkunde zelf. Ekfrasis! En zulk een schitterend voorbeeld.
Homeros, Ilias. Wrok in Troje, Amsterdam, 2010, p. 533-534.
Europa
Het moet prettig zijn om langs een kade te wandelen en dit op Ovidius’ Metamorphosen geïnspireerde boegbeeld te ontwaren.
Zie hem, die huid van sneeuw, als sneeuw die niet betreden is
door zware voetstap of door natte zuidenwind ontluisterd;
zijn nek staat bolgespierd, halskwabben hangen zijwaarts af,
zijn horens zijn niet groot, maar zo, dat je zou kunnen denken
dat iemand ze bewerkt had, glanzender dan edelsteen;
zijn voorhoofd heeft niets dreigends en zijn blik niets vreesaanjagends,
zijn kop getuigt van vrede. Agenors dochter is verbaasd
dat hij zo mooi kan zijn, zo helemaal geen vechtlust uitstraalt.
Eerst durft ze hem nog niet te strelen, ook al is hij lief;
dan komt ze toch met bloemen die ze voor zijn blanke bek houdt.
[…]
Zo, langzaam aan, verdwijnt haar angst. Hij steekt zijn borst vooruit
om door haar hand gestreeld te worden; biedt zijn hoorns, die ze
met frisse kransjes tooien mag, en dan, niet wetend wie
hij is, durft de prinses zelfs op zijn stiererug te klimmen!
De driemaster Europa vaart nog rond, met een bemanning van veertien. Lees meer in de afdeling Stories van Maharam.
Ovidius, Metamorphosen, vertaald door M. d’Hane-Scheltema, Amsterdam, 1999, p. 68.


