
Francesca Buschini aan Giacomo Casanova, woensdag 5 mei 1784:
Ik vermoed dat u me voor de gek houdt met uw verhaal dat u in een luchtballon wilt stappen en dat u, als de wind gunstig is, naar Triëst gaat en daarna naar Venetië zult komen. Maar als u zo gek bent om in een luchtballon naar Venetië te komen, dan weet ik zeker dat de wind u niet naar Venetië maar naar Pluto zal voeren en dan zult u inderdaad behoefte hebben aan een De Profundis. Ik smeek u zo ’n bezoek zo lang mogelijk uit te stellen. Ik heb twintig dagen geleden een luchtballon gezien die signor Spinola en Paolo Avanzati en andere edellieden hebben laten bouwen en die veel geld heeft gekost. Ook ik heb hem in de lucht zien hangen toen ik op ons dakterras stond, het leek een grote appel en ik moest vreselijk lachen bij het idee dat u daarin zou willen stappen. Men zegt dat hij midden in een vallei vlakbij Burano is neergekomen! In die vallei was een boer aan het ploegen en toen hij de ballon steeds verder zag afdalen, wierp hij zich op zijn knieën en riep luid: ‘Nu is het moment gekomen dat mijn leven ten einde loopt, want dit is onmiskenbaar een straf van God!’ De arme boer, die niets van deze luchtballon afwist, ging meer dood dan levend van de schrik naar huis. Hij was pas getroost toen hij de ballon naar Venetië bracht en terugkeerde met een gift van twintig zecchinen. Dit was het ongeluk dat de boer overkwam! Men zegt dat er een kat en een hond in zaten en dat die dood zijn aangetroffen! Ik smeek u daarom niet zo dom te zijn om in een ballon te stappen!
Uit: Brieven van vrouwen aan Casanova, vertaald en bezorgd door E. Naaijkens, Rotterdam, 2001, p. 110-111.















