Byron in België

J. D. Odevaere, Lord Byron op zijn doodsbed, 1826. Brugge, Groeningemuseum

Koorts en barbaarse aderlatingen. Daaraan stierf de 36-jarige Lord Byron in 1824 op Missolonghi, terwijl hij zich inzette voor de Griekse onafhankelijkheid. Er was even sprake van geweest dat men hem de Griekse kroon zou aanbieden. In het van revolutionair en romantisch elan ziedende Europa, Brussel, schilderde Joseph-Denis Odevaere, hofschilder van koning Willem I der Verenigde Nederlanden, dit wonderlijke tafereel: Byron op zijn doodsbed. Lier met gebroken snaren. Standbeeld met het opschrift Eleutheria, vrijheid. De titels van al zijn beroemde gedichten verwerkt in de medaillons van het rustbed. Het laken kies gewikkeld om zijn horrelvoet. Een Griekse tempel onder stormlucht in de verte.

Men ziet het een hedendaagse dichter niet snel overkomen, dit soort eerbetoon.

“Geen hoogte van Oostende tot Antwerpen; een molshoop zou de inwoners doen denken dat de Alpen op bezoek zijn gekomen. Het is een uitgebreidheid van vlakte en een eeuwigheid van plaveisel (op de weg), maar het is een land van groot zichtbaar comfort, en van bijzondere doch tamme schoonheid … De steden zijn wonderbaarlijk mooi.” Aldus Byron, haastig op doorreis in België in 1816.

Natuurlijke luxe

Lord Byron op een Griekse postzegel, 2009

“Ik hoef het Comité niet te vertellen welk immens voordeel Groot-Brittannië zou kunnen halen uit het welslagen van de Grieken, en hun waarschijnlijke economische relaties met Engeland ten gevolge daarvan; want ik ben ervan overtuigd dat het eerste oogmerk van het Comité hun Bevrijding is, geen baatzucht. Maar de overweging zou belang kunnen hebben voor het Engelse volk in het algemeen, met zijn huidige hartstocht voor elke vorm van speculatie, – zij moeten de Amerikaanse zeeën niet meer oversteken voor één die veel meer de moeite waard is, en dichter bij huis gelegen. De natuurlijke rijkdommen in de Griekse eilanden alleen al, ook voor een emigrerende bevolkingsgroep, vinden zelden hun gelijke; en de goedkoopte van elke soort, niet alleen noodzaak maar ook luxe (het is te zeggen, luxe van de natuur), vruchten, wijn, olie etc., in vredestijd overtreft verre die van de Kaap en Van Diemens Land en de andere toevluchtsoorden die het Engelse volk over het water zoekt.”

Lord Byron in een brief aan het Londense Grieks Comité, belast met steun voor de Griekse onafhankelijkheidsbeweging, 12 mei 1823.

Een held in de spiegel

Lord Byron in medaillon, Bodleian Library, Oxford

Het is even wreed wanneer het een man overkomt. Roddel, gekeuvel, salonpraatjes over hoe men zijn looks verliest. “Het kleine hoofd met krullen dat Londen zo betoverde in 1812 leek nog kleiner, nu de krullen waren uitgedund tot de met grijs gestreepte slierten van 1823, die zwaar en donkerbruin  van Russische olie neerhingen van kruin tot kraag, op zeer on-Engelse wijze. Hij had zijn schoonheid verloren in Venetië in 1817, toen de jonge Newton Hanson hem dik en gebogen vond, met een ‘bleek, opgezwollen en gelig gezicht'”. Er valt schijnbaar eindeloos te citeren uit brieven en memoires van tijdgenoten die gretig noteerden dat de beroemde dichter er op achteruit ging. Zelf was hij in de greep van twee angsten: “growing fat and growing mad“. Het geeft de lezer een akelig concreet beeld van de tol van de roem.

H. Nicolson, Byron. The Last Journey April 1823 – April 1824, Londen, 1999, p. 6.

Lord Byron en de Griekse onafhankelijkheidsstrijd

Thomas Philips, Lord Byron in Armeens kostuum, Londen, National Portrait Gallery

Xenophon, Homeros, Alcman, Herodotos, Plato, Sappho – ziedaar de Grieken die we op school leerden kennen en wier woorden we lazen. Later hoorden we over Aristoteles Onassis, Stavros Niarchos, Mikis Theodorakis en Maria Farantouri. Dat Griekenland nu door de calvinisten van de ondoordachte Europese Unie als een zondebok wordt behandeld, geeft mij al bij al een wrang gevoel. In de verwarring grijp ik terug naar mijn boeken over Lord Byron en zijn steun voor de Griekse onafhankelijkheidsstrijd. Griekenland werd één jaar voor België onafhankelijk en Leopold van Saksen-Coburg kreeg het Griekse koningschap aangeboden. Hij koos iets anders.

“De successen van de Griekse opstandelingen wekten op het Europese continent een gloed van sympathie en opwinding, die slechts te vergelijken was met het enthousiasme voor de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog. In Duitsland, in Zwitserland en in Frankrijk werden comités opgericht om fondsen te werven voor de Griekse zaak en om de onfortuinlijke Griekse patriotten bij te staan die op bevel van Metternich uit Rusland en Oostenrijk verdreven waren als protest tegen de escapade van Ypsilanti. In de vroege zomer van 1821 stroomde een rommelig gezelschap van veteranen van Napoleon, studenten uit Jena, Russische zieners en teleurgestelde Carbonari onder de algemene noemer van Philhellenen naar de kusten van het bevrijde Hellas. Een paar weken later zwierven de meesten al weer naar huis, ontmoedigd en verontwaardigd.”

Toen betrad Lord Byron het podium.

Harold Nicolson, Byron. The Last Journey April 1823 – April 1824, Londen, 1999, p. 57.

Fashionista

Koorgestoelte, Sint-Catharinakerk, Hoogstraten

“Later, toen hij het nodig vond de zonderling uit te hangen, had Des Esseintes ook zijn woning op opzichtige en bizarre wijze gemeubileerd. … Ten slotte had hij een hoge kamer laten inrichten om er zijn leveranciers te ontvangen. Deze kwamen binnen en gingen naast elkaar zitten in koorstoelen; dan besteeg hij een indrukwekkende preekstoel en hield een preek over het dandyisme, waarbij hij zijn schoen- en kleermakers op het hart drukte zich zo precies mogelijk te schikken naar zijn herderlijke brieven wat betreft de snit van zijn kleren en hen dreigde met geldelijke excommunicatie als ze niet letterlijk de instructies opvolgden die deze vermaningsbrieven en bullen bevatten.”

J.-K. Huysmans, Tegen de keer, vertaald en met een nawoord van J. Siebelink, Amsterdam, 2011, p. 43.

Boomklever

Twee boomklevers

De boomklevers vonden snel de weg naar het nieuwe voederhuisje. Zij kregen gezelschap van nijdige koolmezen en beminnelijker pimpelmezen, vinken, drie roodborstjes, een Turkse tortel, merels, een kleine bonte specht, een winterkoninkje, een fazant en een stoere kuifmees. In een hoek van de wei keek een haas toe.

Ik leerde een nieuw woord: bieteut, voor koolmees.

Genius loci

Begijnhof, Turnhout

“Daar de vrouw echter soms langs het huis moest lopen om bij een schuurtje te komen waar het hout lag, wilde hij vermijden, als zij voorbij het raam kwam, dat haar silhouet hem zou tegenstaan. Hij liet daarom een kostuum voor haar maken van Vlaamse grove, zijden stof, met een wit kapje en een brede, zijden capuchon die op haar schouders hing, zoals de begijnen die nog steeds dragen in Gent. Als een glimp van haar kap in de schemering langs hem heen ging, kreeg hij het gevoel in een klooster te zijn. Hij moest dan aan die stille, vrome dorpjes denken, die doodse wijken, ingesloten en weggestopt ergens in een drukke en bedrijvige stad.”

Aldus estheet Jean des Esseintes, in zijn kluizenaarswoning van Fontenay, nabij Parijs. Diens schepper, Parijzenaar met Laaglandse wortels Joris-Karl Huysmans, putte uit reis- en familieherinneringen voor deze vluchtige evocatie van begijnhoven. Hij had een oudtante die op het begijnhof in Turnhout woonde. Het lijkt me een mooi voorbeeld van poëtische humor, dat de ultieme decadente roman van de negentiende eeuw mede geïnspireerd is door het grensstadje uit mijn kinderjaren.

J.-K. Huysmans, Tegen de keer, vertaald en met een nawoord van J. Siebelink, Amsterdam, 2011, p. 51.

Steen

In het bos

We trokken onze rubberen laarzen aan, namen schop en rijf en staken het besneeuwde bruggetje over naar het bos. De sneeuw vertoonde nu al voor de tweede nacht geen kattensporen meer. We spitten een kuil – de bovenste laag van de grond was stevig bevroren, enkele centimeters dieper werd alles ruller. We markeerden het kattengrafje met een baksteen, om te blijven weten waar ze ligt, wanneer hier de anemonen, de meiklokjes en de varens bloeien.

Hermetisch zwart

Kalligrafie Huis de Zomere, Brugge

Een van de eerste volwassen romans die ik kocht, Yourcenars Het hermetisch zwart, in de vertaling van Jenny Tuin.

“De begrippen stierven als de mensen; hij had in de loop van een halve eeuw verscheidene generaties van gedachten tot stof zien vervallen.”