
Het is even wreed wanneer het een man overkomt. Roddel, gekeuvel, salonpraatjes over hoe men zijn looks verliest. “Het kleine hoofd met krullen dat Londen zo betoverde in 1812 leek nog kleiner, nu de krullen waren uitgedund tot de met grijs gestreepte slierten van 1823, die zwaar en donkerbruin van Russische olie neerhingen van kruin tot kraag, op zeer on-Engelse wijze. Hij had zijn schoonheid verloren in Venetië in 1817, toen de jonge Newton Hanson hem dik en gebogen vond, met een ‘bleek, opgezwollen en gelig gezicht'”. Er valt schijnbaar eindeloos te citeren uit brieven en memoires van tijdgenoten die gretig noteerden dat de beroemde dichter er op achteruit ging. Zelf was hij in de greep van twee angsten: “growing fat and growing mad“. Het geeft de lezer een akelig concreet beeld van de tol van de roem.
H. Nicolson, Byron. The Last Journey April 1823 – April 1824, Londen, 1999, p. 6.








