
“Ella vulde de glazen nog eens met witte en rode wijn. Het licht gleed erdoor en maakte schaduwen van zuivere kleur op het intussen bevlekte damast. Zo was overdag het licht door de glasramen geschoven – nergens waren de kleuren vermengd met zwart of grijs, er was alleen kleur in kleur gezet en op de grijze vloer vielen poelen van goud en wijn en most en zuiver kobalt. In het raam van de pelgrimstocht beklom een mens een bergpad – op de voet gevolgd door een beschermende figuur in een mantel, met gezicht, handen en voeten van licht. Rood en paars tekenden hun beweging en de wereld rondom. Waren zij Tobias en de engel, of Dante en zijn wijze gids in het duistere woud, in de hel, in het vagevuur?
Aan de kleur viel niets toe te voegen. In onze geesten straalden de ramen ver weg in de nacht, gloeide de kerk van binnenuit en wierp zij, een vuurtoren, haar schijnsel over onze gedachten en onze tafel.”
Vandaag droegen wij mijn oom Raph Huet ten grave, in de Sint-Jan-de-Doperkerk in Wortel. Hij maakte in 1994 glasramen voor de kerk van S. Maria degli Angeli in Feltre. Over het feest na de inwijding schreef ik later het verhaal Kleur, opgenomen in De Kunstkamer. Nu ik het herlees, word ik gegrepen door het verlangen om naar Feltre te reizen en de glasramen opnieuw te zien. In de kerk zal ik ook de grafsteen vinden van de opdrachtgever voor deze kunstwerken, de legendarische Don Giulio Perotto.










