
“De menschen denken mij ’n bleek, triestig meisje, dat heur genoegen schept in ’t ontvangen van ellenlange Jeremiaden van brieven en heel den dag ligt te kniezen en te weenen.”
Ik lees ze met plezier, de brieven van Alice Nahon die Manu Van der Aa in eigen beheer (!) aan ons heeft bezorgd. Wat kon díe vrouw flemen, denk ik dikwijls, met stomheid geslagen. Maar wat kon ze ook schrijven. “Mijn ziel ligt overhoop zoals de koffer met niet beantwoorde brieven,” daar valt niets aan te verbeteren. “Ik voel mij hier alleen gelijk een luis op een kletskop”, daarvan kreeg ik dan weer de slappe lach.



Vorige zondag kocht ik een standaardwerk over Abraham Ortelius, Antwerps kaartenmaker, kunsthandelaar, uitvinder van de atlas zoals wij die kennen en vriend van Pieter Bruegel. Komende vrijdag ga ik naar het Museum Plantijn-Moretus, waar studenten van het Instituut voor Typografie een verhaal van me zullen vormgeven op papier. Ortelius en Plantijn, twee liefhebbers van boeken en kunst, twee rolmodellen, wier portretten tegenover mijn bureau hangen. De kaleidoscoop van het leven levert deze week een mooie samenhang op.

