Kunst en natuur

P.P. Rubens en Osias Beert, Pausias en Glycera, Sarasota, Ringling Museum of Art (detail)

“Oorspronkelijk was het namelijk gebruik bij heilige spelen om kransen van twijgen uit te reiken. Later begon men te variëren met een bonte mengeling van bloemen, zodat ze elkaars geuren en kleuren zouden versterken. Dit gebeurde in Sikyon, dankzij de vindingrijkheid van de schilder Pausias en de door hem mateloos beminde kransenvlechtster Glycera. Hij schilderde haar werk na en zij daagde hem uit met vele variaties en zo ontstond er een wedstrijd tussen de kunst en de natuur. De schilderstukken van deze beroemde kunstenaar, op de eerste plaats de beroemde Kransenvlechtster, een schilderij van het meisje in kwestie, bestaan nog steeds. Dit vond plaats na de 100e Olympiade (380-377 v. Chr.).”

Plinius, De wereld. Naturalis historia, vertaald door J. Van Gelder, M. Nieuwenhuis en T. Peters, Amsterdam, 2004, p. 438.

Seicento

Het is prettig om een boek twintig jaar bij je te houden en er steeds nieuwe dingen in te ontdekken. De jonge kunsthistorica Stefania Bedoni overleed na een auto-ongeval in januari 1978: haar zus zorgde ervoor dat haar zeer degelijke thesis in boekvorm werd uitgegeven. En in 2012 lees ik erin over Bloemen-Brueghel, – Jan, de zoon van Pieter de Oude – , die aan het begin van de zeventiende eeuw in de Lange Nieuwstraat in Antwerpen huis De Meerminne bewoonde, maar die als jonge man vele jaren in Napels, Rome en Milaan doorbracht, de meeste daarvan in dienst van de integere en kunstminnende kardinaal Federico Borromeo.

Het is zelfs een genoegen om de bedachtzame en nijvere toon van het kunsthistorisch Italiaans te herontdekken. Per quanto riguarda l’educazione artistica di Jan … Si può supporre che …

Een mooie anekdote uit de oudere literatuur, geciteerd door de jonge schrijfster. ‘Blanc a proposito del soggiorno a Colonia dice: “Ce fut toutefois par un tableau de fleurs qu’il établit sa réputation à Cologne, ou du moins par un tableau où brillait par dessus tout un encadrement de fleurs et de fruits. C’était un jugement de Salomon … La reine de Saba présente un jour au roi d’Israel six fleurs de lys naturelles et six fleurs de lys artificielles, ces dernières si artistement imitées qu’il était fort difficile de les distinguer des véritables. Salomon, dans sa haute sagesse, lâche une abeille qui va droit aux fleurs naturelles.”‘

S. Bedoni, Jan Brueghel in Italia e il collezionismo del Seicento, Florence-Milaan, 1983, p. 15.

Oude meester

A. Terroir, Standbeeld van François-René de Chateaubriand, Combourg

Vanwaar dat verlangen in de herfst om bij nachtlamplicht oude Franse schrijvers te herlezen?
Le vrai bonheur coûte peu; s’il est cher, il n’est pas d’une bonne espèce.

(François-René de Chateaubriand, Mémoires d’outre-tombe)

Tiense

Big Bill 3x gefotografeerd

Die goede oude Tiensestraat, met haar snoepwinkels, natuurbakker, bloemenhandel, kleermaker, parfumerie, lijstenmaker, kantoorhandel, schoenmaker, hoedenmaakster, kappers, supermarktje, copycenters en nachtwinkels. Als student wandelde ik hier al elke weekdag, zaterdag genoot ik van de jaarlijkse braderij en de stevig aanrollende muziek van Leuvense coryfee Big Bill en kompanen. Jammer dat ik niet op hen kan stemmen, met de gemeenteraadsverkiezingen. “Geen drank, geen klank,” blijft me bij als snedige bindtekst. Wanneer men aan een kraampje dan nog loempia’s kan eten, elders vier boeken vindt voor twee euro en stuit op pakjes antieke kerstkaarten, dan is de middag geslaagd te noemen.

Brief-schryvers-konst

“De bedekte Brief-schryvers-konst is tegenwoordig als oud geworden, en zelfs byna vergeeten.” Misschien was de zeventiende-eeuwse auteur te pessimistisch – zijn tijdgenoten wisten heus wel wat van geheimschrift. Dat het briefgeheim niet bestaat in de sociale media, maar wel in eenvoudige papieren enveloppes, dat lijken wij dan weer vergeten te zijn. Een echte brief ontvangen is tegenwoordig zowaar een haast clandestien genoegen.

Het knullige boekje richt zich tot verliefden die in het geheim willen corresponderen. “Men wil nu eens een Minnebrief aan zijn Meesteresse laten afgaan, van deeze volgenden inhoud: Ik kom morgen avond, wanneer gy by uwe Tante ten huyse zult uytgaan, voor de Deur, ten eynde mijn Lief naar huys te geleyden.” Voor deze onschuldige mededeling worden verschillende codes aangereikt. Charmant, maar wie vandaag geheimschrift wil toepassen, wijs ik toch liever op de codes die Nabokov uiteenzette in zijn roman Ada. Cupidoos Post-Rijder, zo leert mij het schutblad, is in 1942 heruitgegeven bij de gerenommeerde boekhandelaren Burgersdijk en Niermans te Leiden. Ik neem aan dat zij in dat sombere oorlogsjaar wel wat anders te doen hadden dan kalverliefdes op te kweken, en dat hun facsimile bedoeld was om verzetslui tips te bezorgen.

Cupidoos Post-Rijder (Leidsche facsimile-uitgaven IV), Burgersdijk en Niermans, Templum Salomonis, Leiden, 1942. Antiquariaat Demian, Antwerpen.

Alice en de tijd

Alice Liddell in 1932

‘Als jij Tijd even goed kende als ik,’ zei de Hoedenmaker, ‘zou je niet zeggen dat je hem verknoeit. ’t Is een haar.’
‘Ik weet niet wat u bedoelt,’ zei Alice.
‘Nee, natuurlijk niet,’ zei de Hoedenmaker, zijn hoofd vol verachting schuddend. ‘Ik durf er wat onder verwedden dat jij nog nooit hebt kennisgemaakt met Tijd!’
‘Misschien niet,’ gaf Alice voorzichtig ten antwoord, ‘maar ik heb wel eens gehoord dat hij maar één tand heeft – is dat waar?’
‘Hou op met dat hij,’ zei de Hoedenmaker. ‘Zij heeft een puntgaaf gebit. Maar enfin, sta je eenmaal op goede voet met haar, dan doet ze zowat alles wat je wilt met de klok. Stel bijvoorbeeld dat het negen uur ’s morgens is, zo meteen begint de les, dan hoef je Tijd alleen maar wat in het oor te fluisteren, of daar draaien de wijzers in een oogwenk rond! Half een, tijd voor het middageten.’
(‘Was het maar waar,’ zei de Maartse Haas fluisterend bij zichzelf.)
‘Dat zou natuurlijk grandioos zijn,’ zei Alice nadenkend, ‘maar ik zou er toch niet erg happig op zijn, hoor.’
‘Eerst misschien niet,’ zei de Hoedenmaker, ‘maar je kunt het half een laten blijven zolang je wil.’

Dit jaar is het 150 jaar geleden dat Lewis Carroll en de drie zusjes Liddell de Isis oproeiden.

Lewis Carroll, De avonturen van Alice in Wonderland, uit het Engels vertaald door N. Matsier, Amsterdam, 2001, p. 101-102.

X-treem

Vappa vilissima

Zonder twijfel het grappigste Latijnse boekje op mijn rek: Henry Beard, X-treme Latin. All the Latin You Need to Know For Surviving the 21st Century, Londen, 2004.

Bijt van u af, neem deel aan realityshows, schrijf actuele bestsellers, zing countryhits, allemaal in de taal van Catullus. Go ahead, punk, make my day – Age, catamite, fac mihi hunc diem felicissimum!

Ander geld

Nicolaas Rockox’ Faustinamunt, een schaars goed (British Museum, Londen)

Ach ja, economen. Er zitten ontzettend lieve mensen tussen, maar ze hebben naar mijn smaak van in hun jeugd al een beetje te veel gerekend. Als ik dit ga studeren, krijg ik die return on investment. En dan pas ik op ideale wijze in de best beloonde mal. Vervolgens word ik een topschoonzoon. Zulke gedachten vervelen mij, in jongelui. Of vergis ik me, studeren sommigen ook economie omdat ze een filosofische belangstelling voor de natuur en de werking van geld hebben?

Blijkbaar wel, want nu lees ik dit, in een interessant interview met Bernard Lietaer. “Vandaag is het de job van centrale bankiers om schaarste te creëren: er is niet genoeg geld voor iedereen. Met een conventionele munt als de euro, die schaarser moet zijn dan zijn nut, kan je dus geen collectieve samenwerking en creativiteit doen ontstaan. In feite is er op deze planeet genoeg werk voor iedereen: zo moeten we bijvoorbeeld dringend onze steden opfleuren. Maar wie denkt dat dit zal worden betaald in euro’s, is niet goed wijs. Dat kan gewoonweg niet. Laten we dus andere munten ontwikkelen, waarmee we wel iedereen aan het werk kunnen krijgen. Zo kan een stad ervoor kiezen om cultuur extra te waarderen en te bevorderen met een complementaire munt. Ze kan zelfs beslissen dat iedereen een deel van zijn belasting in die munt betaalt. Dat is vrij eenvoudig te organiseren. De enige taak van de overheid bestaat er dan in om die belasting te innen, al de rest kan bottom-up gebeuren. Zo kan je een coöperatieve economie installeren waarin ngo’s dezelfde rol kunnen spelen als ondernemingen nu doen in een competitieve economie. Nu moeten ngo’s met elkaar concurreren voor schaars geld en voor doelstellingen die in wezen coöperatief van aard zijn. Dat stelt enorme beperkingen aan wat zij kunnen bereiken. Met een alternatieve munt kunnen ze samenwerken en geld gebruiken dat niet schaars hoeft te zijn. Er kan gewoon genoeg van zijn.”

Een econoom beweert dus dat een eenheidsmunt werkgelegenheid doodt. Eindelijk begin ik de wereld een beetje te begrijpen. Tot op heden geloofde ik dat het enige alternatief erin bestond als individu te trachten win-winsituaties te creëren. Denkwerk aan de winkel.

Het volledige interview vindt u hier, op de mooie site van rekto:verso.

Citaat

P. Jennewein, Lycurgus, U.S. House of Representatives, Washington, 1950

Uit het boeiende interview met Salman Rushdie, dat Stuart Jeffries op 17 september jongstleden in The Guardian publiceerde:

For many Muslims Rushdie was attacking their religion and mocking its prophet. “I don’t mock Muhammad,” says Rushdie. “I treat him as someone who behaved pretty well. When he came back to Mecca in triumph he didn’t kill many people.”

Uit dit citaat leid ik af dat Mohammed een goede strateeg en een gematigde politicus was. Gematigder dan sommige Westerse politici tijdens de Tweede Wereldoorlog, bijvoorbeeld. Maar van de stichter van een godsdienst verwacht ik ander gedrag. Was de profeet niet veeleer een doeltreffende wetgever, zoals eertijds Lycurgus van Sparta?

En dan is er ook nog dit, voor wie recensies hoger aanslaat dan interviews..