Herfstprent

Florence Fuller, Onafscheidelijk, National Gallery of Australia, Canberra

De Edwardiaanse schilderkunst van de zuidelijke hemisfeer is mij nagenoeg onbekend, maar mocht ik ooit in Canberra rondwandelen, dan zou dit schilderij me bevallen. De gedempte kleuren. Die echte schoolmeisjesschoenen, en die schoenzool. Het gevoel in een warme, schemerige kamer intens te zitten lezen. O, waarom legt ze haar benen niet over de armleuning, om nog comfortabeler in het verhaal weg te zinken? Maar dat mocht vermoedelijk niet, omstreeks 1900.

Schatteneiland. De Laatste der Mohikanen. Twintigduizend Mijlen onder Zee. De Gevangene van Zenda. De Geheime Tuin.

Nu het boek gevaar loopt door flikkerende schermen te worden voorbijgestreefd, beschouw ik het als een historisch artefact ter bevordering van een steeds zeldzamer gemoedstoestand: concentratie. Mijn persoonlijke heilige Graal, in de herfst.

Pioniersgeest

Plotseling bevlogen met pioniersgeest besloten we het gemeentebestuur voor te zijn en alvast het tuinpad naar Martial Van Schelle te vernoemen. Zo herinnert toch iets in zijn geboortedorp aan de sportheld van het interbellum. En waarom Ti in plaats van Martial? Zijn plaatselijke vrienden noemden hem zo (en het is korter, dat scheelt niet alleen een slok op de borrel, maar houdt de verhoudingen van het bord ook in evenwicht).

Oudleerlingendag

Oudleerlingendag van een unieke school

Een ongewone ervaring: mensen herkennen die je al dertig jaar niet meer hebt gezien, of merken dat zij jou herkennen. Zo diep zitten de gezichten van onze eerste jaren in ons geheugen geprent. De uitdrukkingen die de schoolfotograaf tientallen jaren geleden vastlegde, ze bestaan nog altijd. Samen met anderen kind zijn geweest, dat betekent: lid zijn van een geheim genootschap.

Een verslagje op lokale tv.

Wat de hand vermag

Museum Plantijn-Moretus, binnentuin bij schemering

Wel, wie had gedacht dat Matthieu van Bree zo’n goede portrettekenaar zou blijken te zijn? In het geurigste museum van Antwerpen (dat nobele aroma van hout en boenwas!) zinderen de tekeningen tegen de wanden en tonen inderdaad glimpen van de zielen van de meesters. Wat een verfrissing, voor ogen die uitgeput zijn door digitale beelden.

De ziel van de meester, nog tot 16 december 2012

Hoe ik leerde lezen

leen doos wol

Tijdens de voorbereidingen voor de oudleerlingendag van het schooltje in Merksplas-Kolonie zag ik plotseling deze reeks woorden terug, waarmee ik heb leren lezen en schrijven. Het allereerste officiële woord van mijn schooljaren was dus tegelijkertijd mijn naam. Als dat niet uitnodigend is. En omdat men de meest voor de hand liggende vragen altijd met dertig jaar vertraging stelt, verneem ik nu pas dat mijn ouders met exact dezelfde woordenreeks geletterd werden.

Oudleerlingendag schooltje Merksplas-Kolonie, 15 september

Madame

Madame de Staël

On aime, après les révolutions qui ont changé les sociétés, et sitôt les dernières pentes descendues, à se retourner en arrière, et aux divers sommets qui s’étagent à l’horizon, à voir s’ isoler et se tenir, comme les divinités des lieux, certaines grandes figures.

O gonzende volzinnen, zo vertrouwd sinds de lessen Franse literatuur op de middelbare school. Genot en ergernis tegelijkertijd; misschien monkelt Sainte-Beuve te veel, adelaars monkelen namelijk niet, en ik kan me levendig voorstellen dat zijn vorstelijk milde toon menige tijdgenoot-schrijver tegen de borst stuitte. Niettemin, deze zin bevalt me. “Madame de Staël reproduit donc suffisamment en elle cette manière et ce charme d’autrefois; mais elle ne s’en tient pas à cette héritage, car ce qui la distingue comme la plupart des génies, et plus éminemment qu’aucun autre, c’est l’universalité de l’intelligence, le besoin de renouvellement, la capacité des affections.”

En hoe mooi duiken ze op tussen de bladzijden en het pergamijn, deze femmes célèbres.

Sainte-Beuve, Nouvelle galerie de femmes célèbres, tirées du Causeries du lundi, des Portraits littéraires etc., illustrée de portraits gravés au burin, Parijs, 1862, p. 381-383.

Hopus

Wat krijgen we nu? Staat hier echt het woord Cerevisae? En: terrae fructus hominisque studium? Vrucht van de aarde en van mensenlabeur. Om de een of andere reden verwachtte ik geen Latijn op het etiket van een bierflesje, dat net samen met een zakje chips in de nachtwinkel was aangekocht. Brutus amarus flavusque – pure poëzie, dat “straf, bitter en blond”. (Straf, wat een mooie en ietwat onverwachte vertaling van het woord brutus.) Potius bibendum est ante, meldde de achterkant nog, Tenminste houdbaar tot. En vijf hoppen, dat vertaal je als V lupuli, leerde ik (ja, Caesar, Livius en Tacitus hadden het nu eenmaal nooit over de ingrediënten, de compositio van bier, op mijn middelbare school). Het leek alsof ik het een Romeinse soldaat hoorde bestellen, in de kantine van een noordelijk castrum, circa het jaar 200: Commilito, geef mij maar een Hopus.

Sprankeling

Rubens (en atelier), Portret van een jonge vrouw, ca. 1620-1630, Mauritshuis, Den Haag

Emotie bij Rubens? Zeldzaam in zijn brieven. De schilderijen spreken andere taal. Het zou vergezocht zijn om Rubens op wat voor manier dan ook een feminist te noemen, maar ik houd van de portretten waarin hij vrouwen een blik vol humor en sprankeling meegeeft. En zo staat deze onbekende uit het verleden met stralende ogen, een tikje spottend misschien zelfs, voor ons.

Salon

Madame Récamier

Rommelend in mijn kleerkast ontdek ik een oud geïllustreerd boek. Galerie des femmes célèbres. Een bloemlezing uit de Causeries du Lundi van criticus Sainte-Beuve. Kleine uiteenzettingen over beroemde Franse vrouwen. Van Marguerite de Navarre (schrijfster) tot Madame Récamier, ster van een literair salon dat in 1849 zijn deuren sloot. Als ik het helemaal lees, zal ik Franser zijn dan menige française, veronderstel ik, op ontspannen provinciale wijze. De vertelling over Juliette Récamier leert me alvast hoe literaire salons in de negentiende eeuw werkten, voor vrouwen. Wees een beroemde schoonheid. Sla een schrijver aan de haak, platonisch of niet. In het geval van Juliette Récamier was dat de grote, moeilijke Chateaubriand. Nodig op een vaste avond in de week mensen uit voor sprankelende conversatie met culturele sterren. Ja, men moest kunnen vertellen en entertainen in gezelschap, vroeger, niet zozeer bij een scherm op een klavier zitten tikken.

Zulk een zwaar, solide boek, met zoveel moeite geïllustreerd, en zoveel spinnende volzinnen. Klassiek leesgenot in het verschiet.

Sainte-Beuve, Galerie des femmes célèbres, tirées des Causeries du Lundi. Illustrée de 13 portraits gravés au burin, Parijs, [s.d.] Gevonden bij brocanteur Kris Voeten, Rijkevorsel.

Navel

Ik lees in een boek over bepaalde plaatsen die beschouwd werden als de Navel, de Omphalos van een land of een volk – Delphi, maar ook Stonehenge. Vervolgens zie ik hoe voor deze jonge wezens de hele wereld uitwaaiert vanaf hun nestkast. Ze beginnen voorzichtig te verkennen.