Zomeravond

Godshuis Van der Biest, Falconrui 33, Antwerpen

Ziehier de tuin van het Godshuis Van der Biest, op het literaire salon gewijd aan Max Elskamp. Alles staat klaar voor de prachtige Brelvertolking van Filip Jordens. Daarna was het tijd voor Elskamps gedichten, meeslepend gelezen en vertaald door Geert van Istendael, en Elskamps wandeling, bedacht door uw dienares. En voor chocoladetaart en rode wijn (er was ook Seefbier).

Niet alle mooie verhalen komen van schrijvers, dat weet u even goed als ik. Een vriendelijke bezoeker, wiens naam ik tot mijn spijt vergat te vragen, vertelde me over de reproducties naar schilderijen van Pieter Bruegel, die Wannes Van de Velde inspireerden tot het ontroerende lied Café Bruegel (ik ken geen vriendelijker woorden dan dat: “Zet uw eigen bij de ploeg”). Na de sluiting van het café zijn ze verkocht op de Vrijdagmarkt. De pastoor van de Sint-Andrieskerk  – een collega-kunsthistoricus, als ik me niet vergis – kocht ze, en ze sieren nu de parochiezaal van Sint-Andries. Goed om te weten.

Niet vergeten: volgende vrijdag en zaterdag zijn er literaire salons over Hugues C. Pernath en Paul de Vree.

Verhaal voor zaterdag

“Liefde en griefde. Amour, amure. Liefde, bliefde. Geriefde, liefde. Ziedde. Ziedet?

Amure, de hals van een zeil. Hoe lang was het geleden dat hij een zeilschip had gezien? Met zijn hand kon hij de vergulde wijzers van de klok aanraken als hij dat wilde. En tijdens zijn wandelingen door de stad richtte hij zich altijd wel een keer naar het uurwerk van de toren. Maar tijd en tel waren hem ontglipt. Ik ga de toekomst in, dacht de dichter. Een toekomst die hij niet had kunnen bevroeden. Er waren nog mensen die zijn taal spraken in de stad. Sommigen van hen lazen zelfs zijn gedichten. Wanneer hij ’s nachts door een straat slenterde, hoorde hij wel eens een stem die een kwatrijn van hem prevelde. Iemand die de pocketuitgave las in bed, en een paar regels uitsprak, om te ervaren hoe ze klonken. Als tingeltangel, dacht hij. Als muziekdoosjes. Hij had zijn woordenmechaniekjes zorgvuldig in elkaar gesleuteld om te klinken als een kermis, een dansfeest in de verte.”

Zaterdag lees ik een nieuw verhaal over Max Elskamp voor aan de Falconrui 33 in Antwerpen. Wees welkom!

Meer info vindt u hier.

Wat je niet wilt

Het is dan toch een keer gebeurd. Op 6 juli voltooide ik een verhaal. Vandaag wil ik het nalezen en tref ik een fragment aan. De juiste versie vergeten op te slaan, de nachtmerrie van een schrijver. Natuurlijk, er zijn grotere rampen. T. E. Lawrence verloor het manuscript van Seven Pillars of Wisdom op de trein. Een voorval waarover ik niet in detail wil nadenken. Hij ging naar huis en schreef het hele boek opnieuw. Zevenhonderd dicht bedrukte pagina’s in de pocketuitgave. Over zoveel take it on the chin public school spirit zal ik nooit beschikken, maar de helft van een verhaal wil ik nog wel opnieuw bedenken. Waar is de koffie?

Mogelijk een nuttige link voor gelijkaardige gevallen.

Wijs

It’s wise!

In mijn vaders garage ontdekte ik een charmante Whizzer uit 1948 – de windhond onder de motorfietsen. Ooit was het leven goedkoop en bestonden er goedkope vervoermiddelen. Laat de zomer nog even duren, en ik rijd ermee, zo vertel ik mezelf.

Pelham Grenville

Wodehouse, Autobiografie

Vol vreugde ontdekte ik deze titel in de kast met Oude Pockets in de logeerkamer.

‘Het kwam mijn vader voor dat twee zonen op de universiteit meer was dan zijn beurs kon verdragen. Dus de Studie greep ernaast en de Handel kreeg mij.

Nu denk je waarschijnlijk, Winkler, dat de Handel hier wel bij voer, maar dan heb je het mis. Mogelijk omdat ik een toegewijd kunstenaar was, wiens ziel hoog boven het gesjacher stond of mogelijk – en dit gezichtspunt werd meer ingenomen op kantoor – omdat ik gewoon maar een stomme eend was. Ik bleek de meest ondoelmatige klerk te zijn wiens zitvlak ooit het oppervlak van een kantoorkruk verwarmd had. Ik kon geen kwaad, zolang ze me op de postkamer hielden, waar ik niets anders te doen had dan brieven te frankeren en te verzenden, een taak die juist aangepast was aan mijn kwaliteiten, maar toen ze me op Vaste Deposito’s plaatsten, ging al spoedig het praatje door Lombard Street: “Wodehouse heeft het niet meer. Hij kan er niet tegenop.”

Als er al een moment geweest is in de loop van mijn bankloopbaan waarop ik ook maar een vage indruk had van wat ik nu eigenlijk deed, kan ik mij dat toch niet herinneren.

Van Vaste Deposito’s zeilde ik naar Binnenlandse Wissels – en het heeft geen zin mij te vragen wat Binnenlandse Wissels zijn. Ik heb het nooit ontdekt. – en toen naar Buitenlandse Wissels en naar Kas, altijd met een zwak, verontschuldigend glimlachje op mijn gezicht en hopend dat mijn vriendelijke karakter me erdoorheen zou slepen, als ik tekort zou schieten in de uitvoering van mijn geheimzinnige verplichtingen en ik wist dat dat binnenkort moest gebeuren.’

De Londense City heeft dus ooit wel P.G. Wodehouse aan de wereld geschonken. Een goed punt.

De man met de rare voornamen nam soms wraak door zijn personages met gelijkaardige lasten op te zadelen. Mijn favoriet is zijn keuze om de financier L.G. Trotter niet Leonard Graham, maar wel Lemuel Gengulphus te dopen.

P.G. Wodehouse, Wodehouse over Wodehouse. Een autobiografie met uitweidingen, vertaald door B.H. Loof, Prisma-Boeken, Utrecht-Antwerpen.

Poot

Rik Poot, Vallend paard, Leuven

Enkele dagen geleden zag ik hoe mijn favoriete beeld in Leuven beklad was: vandalen hadden een pot beige verf uitgekapt over Rik Poots Vallend paard, in de tuin van het Erasmushuis. Blijkbaar hadden de onverlaten met hun potten verf een hele route uitgestippeld. Ook op het Ladeuzeplein en het Quinten Metsysplein was met beige verf geknoeid.

Gisteren was de verf van het beeld verwijderd, niet zonder wijziging in het patina. Het paard doet me altijd denken aan de renaissanceschilder Piero della Francesca en zijn fresco’s in Arezzo  – nauwkeuriger nog, het herinnert  me aan het hinnikende zwarte paard links op het omslag van een handboek uit mijn studententijd. Een detail waar ik altijd weer van genoot. Misschien bezat Rik Poot wel hetzelfde boek en trof hem hetzelfde fragment?

Frankels dozijn

Gisteren schreef Frankel eens te meer geschiedenis. Imperious, glorious, majestic – de commentatoren graaien naar de hoogste adjectieven. Misschien is de aanblik van deze wil en het vermogen om te winnen zo mooi, omdat we tijdelijk verlost worden van onze kennis van het leven, samen te vatten als: “Och, ’t is altijd wel iets”? Zonder vlek of smet, dat blijft zijn blazoen.

Avontuur

Het is een zomeravontuur: een gewonde buizerd opmerken tijdens het grasmaaien, buren verwittigen, een opvangcentrum contacteren. ’s Avonds in het bosje de ogen van drie reeën zien glinsteren en een vos ruiken. De buizerd vangen, in een sloot, met een schepnet, en naar het opvangcentrum brengen. “Nu heb ik eens in de ogen van een buizerd gekeken – het was mooi.” Vleugel uit de koot, intussen herstellend.
En al die tijd zat ik in het archief.

Tent via Field Candy

Vogel Opvangcentrum Brasschaat