Ik vond ’s ochtends iets op de vloer van het achterhuis. Het verdoofde schepsel deed me op het eerste gezicht denken aan de meikevers die ik als kind uit de beukenhaag plukte en mee naar school nam in een luciferdoosje, gevoerd met een zacht beukenblad. Met een stuk karton en een glas vervoerde ik het insect naar het terras. Helaas, daar bleek het een hoornaar te zijn. Hij klemde zich een uur lang vast aan de rand van de tafel. Uiteindelijk bekwam hij in de eerste zonnewarmte. Na een uur of twee steeg hij plotseling vastberaden op, onderweg nog enige druppels gif uitpersend. Vaarwel, elders is het beter!
Mei
Op 8 mei 1945 eindigde de Tweede Wereldoorlog.
Onze buurman plaatste een foto van Martial Van Schelle in het kapelletje. De Olympische atleet Van Schelle zat in het verzet, werd opgepakt en naar Breendonk getransporteerd. Hij mocht die achtste mei 1945 niet meer meemaken. Het is goed om hem te herdenken.
“Er stond een tank bij ons achter het huis,” zei mijn moeder. “Ik kreeg koekjes van de soldaat, hij zei dat hij thuis een kind van dezelfde leeftijd had. Ik kreeg ook een heel mooi zakdoekje.”
“Dus misschien zit er nu in Engeland of in Canada een vrouw van jouw leeftijd terug te denken aan haar vader, die meehielp om het noorden van België te bevrijden?”
“Dat zou goed kunnen. Laten we het hopen.”
Mijn vader herinnerde zich de chocolade en de corned beef die hij als kind van de soldaten kreeg. Zijn moeder en tantes hadden Britse uniformpjes genaaid, waarin hij en zijn broers de bevrijders konden toejuichen.
Vandaag ligt hij begraven op het kerkhof van Merksplas, niet ver van de plaats waar John Thould rust. Thould was een 24-jarige Britse piloot die op 13 oktober 1944 met zijn Hawk Typhoon werd neergehaald boven Wortel-Kolonie. Mijn vader zag het gebeuren. Als de hemel bestaat, praten ze daar nu samen over.
Kauw
Natuurboeken zijn zo kalmerend als lindenbloesemthee.
Vroeger had mijn vader een tamme kauw, Jan geheten. Jan vertoefde dikwijls om en rond een versleten Volkswagentje, dat in de tuin was beland.
Rond mijn ouders huidige woning cirkelen voortdurend kauwen. Gisteren zag ik er een neerstrijken op het hoogste takje van een verwilderde haagbeuk, pal tegen de oostenwind in. En daar zat hij, onverstoorbaar als het boegbeeld van een schip in de storm.
Crow Country van Mark Cocker belooft over kauwen te gaan, maar is toch vooral gewijd aan de roekenkolonies (-parochies, noem je dat blijkbaar in het Engels) nabij Buckenham Carr in Norfolk. Roeken en kauwen trekken daar samen op, maar hier zie ik voorlopig alleen kauwen. Wat me eraan herinnert dat mijn vader een paar jaar geleden nog uitreed om een zeldzame roekenkolonie te zien, in de buurt van de abdij van Postel, als ik het wel heb.
In elk geval leer ik dankzij dit boek de roek kennen als een opvallende, intelligente vogel met een koddig uiterlijk – die enorme bek, die kniebroek van veren. En aan het einde van een hoofdstuk raakt Cocker plotseling een gevoelige snaar. “In de vallei van de Yare kregen vele dingen die ik lang over het hoofd had gezien of niet waardeerde een nieuwe kracht en betekenis. Dat leidde tot een vreemde en vruchtbare paradox. Ik was thuisgekomen op een plaats waar alles volkomen nieuw leek.”
Laatste
Mijn vaders laatste glas cola. Vloeistof en suiker voor zijn uitgeputte lichaam. De lepel waarmee zijn laatste Dafalgan is omgeroerd. Het deksel van het potje yoghurt waarmee hij zijn laatste antibioticum heeft ingenomen. Het antibioticum werkte. Maar zijn hart kon niet meer.
Hij is in zijn geliefde huis mogen overlijden. Zijn sterfbed stond onder een glasraam waarvan hij hield, gemaakt door zijn oom Jan Huet.
Sinds zaterdag 4 april is de wereld verdeeld in een voor en na. En deze foto kon niet scherp worden gemaakt.
Goede fee

Tot voor kort had ik nooit gehoord van Clara Barton (1821-1912), de stichteres van het Rode Kruis in Amerika. Ze verdiende haar sporen als verpleegster in de Amerikaanse Burgeroorlog, in de Frans-Pruisische oorlog (1870) en tijdens menige epidemie en natuurramp, in Rusland, Klein-Azië en de Verenigde Staten. En dan blijkt ze ook nog als goede fee over het huwelijk van Albert Van Schelle uit Merksplas gewaakt te hebben. En dus een rol te spelen in mijn volgende boek. Hoe wonderlijk is de wereld.
Zelf een onhandige persoon zijnde, kan ik de verwezenlijkingen van Miss Barton amper doorgronden en in elk geval niet hoog genoeg prijzen. Het lucht haast op om te lezen dat deze menslievende en ondernemende vrouw af en toe ten prooi viel aan uitputting en depressies. Het maakt haar nog menselijker. Maar het hield haar niet tegen.
Kijkend naar deze foto houd ik van haar eerlijke gezicht, en haar eerlijke handen.
Kunst in NWT
Op verzoek van een vriend en collega-kunsthistoricus keek ik mijn artikelen voor het NWT nog eens na. Eerst mocht ik een reeks leveren met een alternatieve kunstgeschiedenis (beginnend met het epitaaf voor Yolente van Belle en eindigend met een zelfportret van Louise de Hem, maar niet uitsluitend gewijd aan vrouwelijke kunstenaars of opdrachtgevers) en daarna een reeks met bizarre Belgische kunstwerken en kunstenaars. Ik herontdek nu zelf de schilderijen van Louis Baretta in Veurne en het schilderij van Georges Baltus met de weergave van de heilige Christina de Wonderbare uit Sint-Truiden. Baltus schilderde de heilige in trance zwevend boven haar geboortestad en het Duitse bombardement van 1914 afwerend. Als ze nog vereerd wordt, zou Christina de Sint-Truidenaren dezer dagen van pas kunnen komen.
In mei 2000 was het afgelopen met het NWT. Ik kijk met plezier terug op wat ik voor dit bijzondere tijdschrift geschreven heb.
Die omslagen, die hadden wel feestelijker gekund.
Niet op weg naar Van Eyck

Ik had een ticket besteld voor Van Eyck. Een optische revolutie, maar de tentoonstelling is helaas gesloten. Gelukkig zag ik dit werk al eerder, op een expo in Rotterdam. Jan van Eyck schilderde het paneel waarschijnlijk in opdracht van onze Bourgondische hertog Filips de Goede. Dat blauw! Dat glasraam op de achtergrond! De manier waarop Van Eyck Romaanse muurschilderingen nabootst naast het glasraam! Die vleugels, die kroon, die herautenstaf, die saffieren, die parels! Maar het verbluffendste blijft voor mij de blije lach van die engel. Ik die dacht dat bij van Eyck iedereen altijd zen, sereen, kalm en onbewogen was.
Het beste boek van 1572
Tijdschriften zijn een luxe. Niets aangenamers dan wegzinken in mooie beelden en de wereld even vergeten. In het Eos-nummer gewijd aan Jan van Eyck stuitte ik dan ook nog eens op reclame voor het beste boek van 1572, nu eenvoudig te bestellen bij uw favoriete boekhandel.
Eigen

Eigen weg. Daar zijn we intussen wel op aangewezen. Mijn trouwe boeken lijken me opeens nog dierbaarder. Het rek was oorspronkelijk voorbehouden voor de zeventiende en achttiende eeuw, met uitlopers naar de negentiende. Zeventiende eeuw: een boek over de wereld in het jaar 1688, en een boek over Agnes Block, een schatrijke nicht van Vondel en de eerste vrouw in Nederland die erin slaagde om in haar serre ananassen te kweken. Het boek van Eddy Put, Stoet van grote en kleine levens, gaat wel over Leuven in 1594, maar kom, de sfeer is dan al zeventiende-eeuws. Vervolgens Le Roy Ladurie over Saint-Simon, Nancy Mitford over Lodewijk XIV (een vermakelijke gids voor wanneer ik, al lezend in mijn Saint-Simon, niet meer weet wie wie is). Levensbeschrijvingen van Marie-Antoinette, door Antonia Fraser, en haar couturière Rose Bertin, door Emile Langlade. Onze Henegouwse prins de Ligne, uiteraard. Henriette d’ Angeville, de eerste vrouw die de Mont Blanc beklom, in 1838. Marie Cornélie van Wassenaer Obdam, een ongelukkige Hollandse hofdame in 1824. Marx in Brussel en Het pauperparadijs, achtergrondinformatie voor mijn roman Almanak. Veeleer toevallig op dat rek verzeild, maar nog in een zekere chronologische volgorde.
Herman Pleijs Dromen van Cocagne, door mij beschouwd als een boek dat hoort bij Bruegel en de zestiende eeuw, is er wegens plaatsgebrek bijgezet.
Wafels
In de etalage van Boekhandel Boekarest hangt een mooi bericht.
Wafelenbak, zoals aan het “eind goed, al goed” van een avontuur van Nero.