Goede vaart

Bootjesven en grens

Mijn even gulle als impulsieve vader trakteerde op een ballonvaart, om Martial Van Schelle te eren, nu diens verjaardag (6 juli) nadert. Misschien is het de meest filosofische manier van vliegen, met een luchtballon. Zo kalm, zo rustig. In de Impuls zweefden we over ons geliefde Bootjesven (met het eilandje) en Puitenven, rakelings langs de grens met Nederland. Het uitgespaarde vakje in het groen, rechts van het midden onderaan, is het landloperskerkhof.

Met de ballon

Luchtballon Van Schelle, in een Gordon-Bennettwedstrijd

“Daarna voelden ze de ballon krachtig en sereen naar een hogere luchtlaag rijzen. Hoe vaak ik dit ook zal meemaken, dacht Van Schelle, ik zal het nooit moe worden, het blijft even betoverend als de eerste keer. ”

Straks zal ik voor de eerste keer deze ervaring van mijn romanpersonage Martial Van Schelle delen.

L. Huet, Almanak, Atlas, 2005, p. 61.

Myrte

Nicolas-Claude Fabri de Peiresc, uomo universale

In 1605 ontdekte de universele geleerde Nicolas-Claude Fabri de Peiresc een bloeiende myrtestruik in een bos in de Provence. Het voorval wordt charmant beschreven door zijn biograaf Pierre Gassendi en het had ook gevolgen voor de stadstuin van Nicolaas Rockox in Antwerpen.

Myrte

Het was plezierig om op de regenachtige Sint-Jansdag een lezing te wijden aan de invloed van het humanisme in de tuin van Rockox, maar nu verlang ik wel naar dagen waarin het nodig zal zijn om de huid tegen de zon te beschermen met een hupse chapeau de paille.

Strohoed en roos, uit het album amicorum van Nicolaas Rockox (Museum Rubenshuis)

Malou aan het woord

“De volgende dag zit ik op een stoel bij het open raam van de werkkamer. Ik heb het linnen kapje opgezet dat ik zelf gemaakt heb en mijn haar hangt los over mijn schouders. Meester Rockox heeft mij alleen gelaten met Antoon Van Dyck. Een achtjarige jongen vormt blijkbaar nog geen gevaar voor een onbesuisd maartje.
Antoon zegt geen woord en bekijkt me alsof ik een stenen borstbeeld ben of een bloem in een vaas.
‘Klaar,’ zegt hij na een tijdje.
‘Mag ik kijken, jongeheer?’
De jongen knikt. Ik sta op en kijk over zijn schouder naar de tekening in roodbruin krijt.
‘Zo mooi ben ik niet, jongeheer!’
Antoon bekijkt me zonder te glimlachen. ‘Je bent mooier,’ zegt hij. ‘Ik kan je nog niet zo goed tekenen. Heer Rockox gaat op zoek naar een leermeester voor mij.'”

Malou van de mussen – een roman over een meisje in het Rockoxhuis, met Nicolaas Rockox, zijn vrouw Adriana, Catharina en Anna Trouweels als personages? Heerlijk om te lezen en een bijzondere ervaring voor mij, die zoveel details uit het leven van de burgemeester mocht herkennen – de schat van Mespelare, de flamboyante en veeleisende Nicolas-Claude Fabri de Peiresc, de schilderijen, de boeken, de oranjebloesem in de tuin, allen en alles gezien door de ogen van een slim en moedig meisje. En daar zijn er nooit teveel van.

Schooltje, Merksplas-Kolonie

“Er was de weg naar school, smalle macadam tussen twee beukenhagen. Misschien viel daar het woord België voor het eerst. Aan het prikbord hing een prent van besnorde en bierbrouwende oude Belgen naast een prent van foltertuigen. De juffrouwen, glimlachende dames in roze of marineblauwe jurken die mooi konden zingen, vertelden dat ons land een gematigd klimaat kende en dat we geen aardbevingen of vulkaanuitbarstingen hoefden te vrezen. Voor mensen die arm waren, bestond er in elk dorp hulp; en wie iets slechts had gedaan, werd niet gevierendeeld of opgehangen, maar kwam gewoon in de gevangenis terecht. Hun uitleg gaf een veilig gevoel. En achter de beukenhagen lagen tuinen,daarachter het speelplein met zijn blauwe, rode en groene schommels, zijn zwembad en minigolfterreintje, daarachter dreven en bossen en huizen met zwartwitte tegels in de kelder en dode vliegen op de vensterbank van de zolder.” (Mijn België, derde druk, 2009, p. 58.)

Het schoolpad

Gisteren bezocht ik voor het eerst sinds tientallen jaren mijn lagere-schooltje. Het negentiende-eeuwse gebouw is onlangs gerestaureerd.

De speelplaats vervulde me met weemoed. Ziet u die bankjes, onder het afdak?

Speelplaats

Voor het eerst stond het deurtje open dat de jongensspeelplaats scheidde van de onze. Op hun terrein trof ik iets aan dat ik nooit eerder had gezien.

Nooit vergeten wij

In de jongensschool werden de gesneuvelde oudleerlingen elk jaar op de dag voor 11 november herdacht, hoorde ik. Hun namen werden afgeroepen en de leerlingen zongen een vaderlandslievend lied.

Op de trap

Ik leerde hier lezen met behulp van oude wandprenten. Leen doos wol hen riet Rik rijf jas zon maan put vuur.

Bovenaan de trap naar de klassen herinnerde ik me plotseling hoe ik hier ooit stapte, heel gelukkig omdat ik een nieuwe groene jurk met bloemen droeg. Een ander meisje zei me toen dat die jurk helemaal niet zo mooi was. Het trof me dat groene stof met bloemendessin blijkbaar nog altijd aanwezig is in mijn leven, daarom fotografeerde ik mijn sjaal mee.

Emily op een werkdag

“Ik smijt dit even op de composthoop.” – “Neenee, geef dat aan de kippen, die lusten dat.” – “Ik geef dat niet aan de kippen, het zijn eierschalen, dat is kannibalisme. Eierschalen en theezakjes, anders niks.” – “O, okee dan.”

Ik vraag me al lang af of dit de ware taal van het leven is, die stroom aan dagelijkse mededelingen. Misschien wel. En op de achtergrond kan dan muziek in je hoofd opwellen, of zelfs een kwatrijn.

Often rebuked, yet always back returning
To those first feelings that were born with me …

Hoe langer men leeft, hoe beter men deze first feelings herkent. De gevoelens, misschien, die men al in de moederschoot begon te ontwikkelen. Voorspellen wanneer ze uit de hand zullen lopen, dat is weer een ander paar mouwen.

Onverwacht

Uil op vensterbank, in de tuin van het Rockoxhuis

Toch een onverwachte gebeurtenis, zo’n uiltje op de vensterbank.

Paarden in de Keizerstraat

En twee mooie paarden komt men ook niet alle dagen tegen in de Antwerpse Keizerstraat. Voor hen brak de zon door de wolken, boven mij barstte een plensbui los die het hele concept zomergarderobe belachelijk maakte. Hoezo, u draagt een katoenen jurk en open schoenen in juni? Jeans, laarzen en regenjassen, die heeft een mens hier nodig!

Wladimir

Lolita heeft vaak het slechtste losgemaakt in de ontwerpers van boekomslagen, maar tussen deze zeldzame uitgaven zitten enkele doeltreffende, beklemmende beelden. En met plezier herken ik, links op de middelste rij, een inwoner van mijn boekenkast: de eerste Nederlandse uitgave, vertaald, als ik me niet vergis, door die mysterieuze M. Coutinho.

(Er zit soms toch wel wat in dat onderscheid tussen gevorderde en niet-gevorderde lezers, bedenk ik nu. Ik las Lolita voor het eerst als tiener en trapte helemaal in het pleidooi pro domo van die gek Humbert Humbert. Mogelijkerwijze vond ik het zelfs romantisch. Nu huiver ik van schaamte bij die herinnering – een goede morele les. De bedrieglijke verteller bleef overigens maar opduiken in Nabokovs oeuvre – er is die andere gevaarlijke gek, in Bleek vuur, er is de plaaggeest in Pnin. Nabokov lezen is een goede training voor wie alle trucs van propaganda wil leren kennen door ze aan den lijve te ondervinden.)

Via Breathing Books