
“Eenige jaren vroeger (1889) was Mallarmé op bezoek gekomen. Hij werd met nog meer liefde dan Verlaine ontvangen, want Mallarmé was voor Elskamp de groote dichter. Hij gaf, eveneens in den ‘Kunstkring’, een lezing over Villiers de l’Isle Adam. ‘Un homme aux rêves habitué vient ici parler d’un autre qui est mort,’ zoo begon hij.
Bij het gewone publiek van den ‘Kunstkring’, ‘qui prend les conférences comme des purges – avec répugnance‘, zooals Henry Van de Velde zich eens uitdrukte, was het een herrie van belang. Elskamp beleefde heerlijke dagen bij het bezoek van Stéphane Mallarmé, uren van innig zielsverkeer met een der gecompliceerdste geesten en een der mooiste causeurs van zijn tijd. En de schoonste herinnering die hij van dezen behield was de vaartocht op de Schelde. Mallarmé was een even goed roeier als Elskamp, die al zijn Zondagen op de Schelde doorbracht in gezelschap van Hannes, den visscher aan wie hij Le Jeu du Loto heeft gewijd. ’t Was in ’t vallen van den avond, de zon lag op den stroom en aan de monding van de Rupel onderbrak Mallarmé plots zijn causerie en zei: ‘Allons, Max, ramons plutôt vers le soleil, vers le rêve, toujours vers le rêve!‘ Daarna praatte hij weer voort, met vreugdevolle woorden, begeesterd en begeesterend.”
Mallarmé schreef nadien in het gulden boek van de Kunstkring:
Il me faudrait écrire en vers
Ma visite au Cercle d’Anvers.
Victor de Meyere, In memoriam Max Elskamp, Antwerpen-Volkskunde, 1943, p. 9.






