
Een godin maakt zich op. Bij die woorden denkt u misschien aan Charlize Theron die zich laat omvormen en omschminken tot seriemoordenares Aileen Wuornos voor de film Monster. Een briljant staaltje trompe-l’oeil, maar veeleer vermomming dan maquillage. Homeros beschreef 2750 jaar geleden al indringend hoe oppergodin Hera zich verfraait om haar echtgenoot Zeus een loer te draaien.
Eerst waste zij met ambrozijn
van haar bekoorlijk lichaam alle vuil
en wreef zich glanzend in met geurige
en goddelijke olie uit olijven,
een rijk parfum alleen voor haar gemaakt.
Als deze ook maar even werd geschud
in Zeus’ paleis met bronzen drempel, reikte
de geur toch tot de hemel en de aarde.
Zo zalfde zij haar prachtig lichaam, kamde
de haren, en haar handen vlochten ze
tot glanzende en goddelijke tressen,
ze hingen mooi langs haar onsterflijk hoofd.
Zij trok een goddelijke peplos aan,
voor haar met kunst en kunde door Athena
geweven en bezet met veel borduursels.
Met gouden spelden maakte zij het kleed
van voren op haar boezem vast en deed
een gordel om voorzien van honderd kwasten,
en in de fijne gaatjes van haar oorlel
hing zij twee oorbellen met pareltjes
versierd als bessen in een tros van drie.
Heerlijk materiaal voor een kostuumontwerper, om mee aan de slag te gaan. En in die nevel der tijden al geurige olie horen aanprijzen, elke gebruikster van Huile prodigieuse zal glimlachen om dat herkenbare aspect van het dagelijks leven. Dit gezegd zijnde, de Griekse goden blijven me verwonderen: boeiende personages en ondernemende ruziemakers, daar niet van; wellicht ook interessante totems; maar het is zo moeilijk om er, buiten de onsterfelijkheid, iets goddelijks in te ontwaren.
Homeros, Ilias. Wrok in Troje, vertaald door P. Lateur, Amsterdam, 2010, p. 386.








