Spookschrijver

Andrew Crofts, een professionele ghostwriter, heeft dit te vertellen over de grotendeels door iemand anders geschreven debuutroman van Zoe Sugg.

Crofts felt that the success of Sugg’s novel shows that “if publishers find out what people want and produce it, they get bestsellers”.

“If they publish books they love themselves and expect the rest of the world to love them too, they’re just going to starve to death. But there’s room for both, and it is no good complaining about books like this. Publishers need to find out what people want and give it to them,” he said.

Zoe Sugg is by no means the first celebrity to have been outed as not the sole creative mind behind a novel. The supermodel Naomi Campbell published Swan, her debut, in 1995, but according to rumours cited by Gilbert Adair, she had not even read it, and “had to be furnished with a 250-word synopsis in order for her to offer a credible account of its plot to journalists”. Campbell went on to admit in an interview that it was ghostwritten: “I just did not have the time to sit down and write a book”.

(Bron: The Guardian Online)

Wat mij voorts frappeert in het artikel is dat de spookschrijfster die Zoe Sugg’s hand vasthield, 8000 pond zou gekregen hebben voor een (zeer succesvolle) roman van 80.000 woorden. Slecht tarief. En dat bij Penguin!
“If editors publish books they love themselves and expect the rest of the world to love them too, they’re just going to starve to death.” Ha, de eeuwige kloof tussen kenners en leken, die net als de economische kloof tussen mensen almaar dieper lijkt te worden. Want om kenner te worden, moet je de passie hebben. “But there’s room for both.” Geldt dat alleen voor een groot taalgebied?

Koningin

“Ik hoorde voor het eerst over Ambiorix in een van de weinige Belgische klaslokaaltjes die ressorteerden onder het ministerie van Justitie. Het bood plaats aan drie leerjaren, een ingebouwde kast met oude kinderboeken waarvan het kaftpapier naar toffees rook, een tijdsband met prenten aan de muren en portretfoto’s van koning Boudewijn en koningin Fabiola, hij in uniform, zij in het witte bont van haar winterse trouwjurk.” Zo leerde ik als zesjarige niet alleen de koningin der Belgen, maar ook een ontwerp van Cristóbal Balenciaga te herkennen.
En in de vloed van publicaties viel deze foto me op, bij het graf van Emile Verhaeren in Sint-Amands aan de Schelde.

Citaat: L. Huet, Mijn België, Amsterdam,  2004, p. 24.

Eerbetoon

rubenskerst

Een collega-kunsthistoricus bracht me op het spoor. En in de winkel van C. Dauwe, aan de Kloosterstraat in Antwerpen, vond ik wat ik zocht. “Wie maakt die dingen?” vroeg ik. “Ik heb deze ontworpen,” zei ze, “en hij is vervaardigd in een werkplaats in Polen.”

Als een gelukkige vrouw keerde ik naar huis terug. Vandaag ontdekte ik overigens een extra reden om Rubens te waarderen. Het achterbakse woord “imago-verlagend” gebruikte hij nooit.

http://www.christeldauwe.be/index_cd.cfm?page=collections&cat=1169&subcat=10177&lan=EN

Op het eerste gezicht

Gherardo Cibo,Rotsboog (Foto via Christie's)
Gherardo Cibo, Rotsboog (Foto via Christie’s)

Dat zeldzame gevoel. Schroomvol beginnende betovering. Wie had gedacht dat men dankzij het internet kunstenaars zou ontdekken en waarderen? (Natuurlijk, boeken blijven beter, om zich te verdiepen, maar zolang de bibliotheek nog niet open is…) Ik heb uiteraard vele plannen voor wanneer ik de lotto zou winnen, maar sinds gisteren is daar iets nieuws bijgekomen. Een tekening van Gherardo Cibo kopen. Cibo (1512-1600), een edelman die zich op zijn achtentwintigste uit elke mogelijke loopbaan terugtrok, botanica studeerde en planten en landschappen tekende. Niet meer, niet minder. Een filosoof met een schetsboek.

Detail

Cycloop, Sala dei Giganti, Palazzo del Tè, Mantua
Cycloop, Sala dei Giganti, Palazzo del Tè, Mantua

Bij gebrek aan reismogelijkheden biedt het internet me nu wonderlijke, nooit eerder opgemerkte details van kunstwerken die ik meende te kennen. Eenoog in de Sala dei Giganti van het Palazzo del Tè, een ontwerp van Giulio Romano. Oostelijke wand.

Hypsipyle

Hypsipyle in handschrift HM 60 van Huntington Library
Hypsipyle in handschrift HM 60 van The Huntington Library, San Marino, Californië

Een Latijnse vertaling van een Grieks epos vertalen. Om weer even de indicatief perfectum en plusquamperfectum, de conjunctief perfectum en plusquamperfectum te leren herkennen. De tocht van de Argonauten op zoek naar het Gulden Vlies, gek genoeg niet helemaal onbelangrijk voor de inwoners van onze regio. Toison d’or en zo. Onderweg komt de held Jason de vorstin Hypsipyle (‘Hoge Poort’) tegen. Door de eeuwen heen hebben lezers gesmuld van deze episode, Ovidius schreef er later ook nog een Heldinnenbrief over. En een miniaturist liet zijn charmante verbeelding de vrije loop.

WoI

Hond, Domenica More Gordon
Hond, Domenica More Gordon

Gek, wat je in de loop van je leven allemaal leert uit tijdschriften. Uit de kelder diep ik oude jaargangen op van de onvolprezen World of Interiors. Ik stuit meteen op de foto die recent AMVK inspireerde bij het bouwen van een carrel voor haar tentoonstelling in Zeno X Gallery. En in een ander nummer, uit 2010, vind ik de vilten honden terug van Domenica More Gordon, een toevallig project van een kunstenares die niet zonder deze dieren kan. Ze vertelde hoe ze in de stad steeds op de honden let, die met hun bazen meedribbelen of aandachtig rondkijken. Sinds ik dat las, ben ik ook gevoeliger voor hun charme.

http://domenicamoregordon.com/press/world-of-interiors.html

Stoffige bladzijde

rome22

De maand mei lijkt ver weg, en toch is dat de datum die hij met zich meedraagt. Op 6 mei 1624 kwam Huet, Petrus, pelgrim uit Zinnik, aan in de San Giuliano dei Fiamminghi in Rome. Een mooie lentedag, waarschijnlijk. In gedachten zie ik hem te paard de Gotthardpas oversteken. Uit welk huis was hij vertrokken in Zinnik, wat trof hem in Rome, hoe ging het verder met hem? Niet het minste idee.

A. Pasture, Les pèlerins de la région d’Ath, Braine-le-Comte et Soignies à l’hospice de Saint-Julien des Flamands à Rome, Extrait des annales du cercle archéologique d’ Enghien, t. VII, 1911, p. 33.

Meisje in Persepolis

Marjane Satrapi, Persepolis
Marjane Satrapi, Persepolis

“De sjah van Iran en Farah Diba. Ik herinner me hun foto’s uit tijdschriften op de zolder van mijn grootmoeder. Ik meen me zelfs te herinneren dat de sjah noodgedwongen zijn vorige echtgenote Soraya moest verstoten, toen bleek dat ze hem geen kinderen kon schenken. Dit zou je mijn eerste indruk van Iran kunnen noemen. Daarna kwamen televisiebeelden van ayatollah Khomeini, een man die eruit zag alsof hij nooit in zijn leven had gelachen en hoopte dat ook nooit te moeten doen. Zijn vertrek uit Parijs naar Teheran. Gijzelaars in de Amerikaanse ambassade. Een zwarte sluier van orthodoxie daalde neer over het land, alle vrouwen moesten zich er kleden als de koningin van Onderland. Een terloopse vermelding, later, in de lessen filosofie, dat de beeldenstormer Michel Foucault de ayatollah Khomeini had gesteund. De zoveelste bekende Franse denker die een akelig regime aanprees. En nu ik Persepolis van Marjane Satrapi heb gelezen, mag ik besluiten dat Michel Foucault in 1979 waarschijnlijk even weinig van Iran afwist als ik, zelfs al had hij het land bezocht.”

Mijn nieuwe heldin, Marji uit Persepolis. De rest kunt u lezen in het volgende nummer van Stripgids.