7 november 1966

‘Bij Ponte Vecchio is het slijk een diepe soep en de stank een miasma. Maar twee Amerikaanse studentes begroeten me, lachend in de smerige lucht, vol fris enthousiasme. Ze dragen hoge laarzen, handschoenen en regenjassen. Ze zijn onderweg naar het Palazzo Pitti, waar een oproep is geweest om te helpen met de eerste fase van reiniging van de kunstwerken die er in veiligheid zijn gebracht, nog steeds besmeurd met slijk van de restauratie-ateliers en andere overstroomde gebouwen. “Het is fantastisch om iets te kunnen doen,” zegt een van de meisjes, de andere kijkt naar een hoop kromgetrokken leren portefeuilles in de viezigheid op straat en zegt bedachtzaam: “Dingen zijn zo kwetsbaar!”‘
Ik lees Diary of Florence in Flood van de Amerikaanse schrijfster Kathrine Kressmann Taylor (1903-1996). Ze verbleef in een pensione aan de Lungarno Amerigo Vespucci toen de Arno overstroomde en noteerde van dag tot haar bevindingen. Lezenswaardig. Google leert me dat ze eruit zag zoals ik me haar voorstel. En dat ze een krasse anti-naziroman schreef, Address Unknown (1939). Zo kras zelfs dat uitgevers vonden dat bij dit verhaal geen vrouwelijke auteursnaam paste. De schrijfster werd op het omslag simpelweg vermeld als Kressmann Taylor. Alweer een spoor om eens te volgen.

K. Kressmann Taylor, Diary of Florence in Flood, New York, 1967.

Poppen en olievaten

Drogende boeken in Accademia dei Georgofili, 1966
Drogende boeken en archiefstukken  in Accademia dei Georgofili, Firenze, 1966

“Een keer heb ik sneeuw zien vallen op deze brug, een keer stonden we hier en keken we ongerust naar het wassende, dreigend klotsende water dat bijna de top van de bogen tussen de pijlers raakte en almaar dode takken aanvoerde. Er werd nog slechter weer voorspeld, mensen kwamen voortdurend kijken hoe erg het al was en dachten terug aan de grote overstroming van november 1966, toen het water bomen, koeien, stoelen, poppen en olievaten aanvoerde, over de borstweringen raasde en in sommige kerken steeg tot op zes meter hoogte. De gevolgen van zulk een ramp wis je niet gemakkelijk uit, in één bibliotheek lagen de boeken dertig jaar later nog te drogen – tenminste, dat was de uitleg die de baliebedienden me gaven, misschien wilden ze gewoon niet gestoord worden, misschien begreep ik hun humor niet.”

L. Huet, Eenoog, Amsterdam,/Antwerpen, 2009, p.36.

Samizdat

samizdat

Door recente ontwikkelingen in de uitgeverswereld begin je vanzelf meer na te denken over het lot van Russische schrijvers in de samizdat. Stencils van  je verhalen en teksten van hand tot hand laten gaan? M.J. Pas deed het al, met een stijlvolle uitgave in eigen beheer van haar roman Violante of de taal van boekenruggen.

“Samizdat: ik schrijf zelf, ik redigeer zelf, ik censureer zelf, ik geef zelf uit, ik verspreid zelf en ik zit er zelf een straf voor uit.” Vladimir Boekovsky, 1978

Hier in het westen is de straf armoede.

1532060_10202913140812192_1321486267_n

Bezige Bij in Antwerpen

Ik stapte de krantenwinkel binnen, reikte naar mijn ochtendkrant en stond aan de grond genageld. “Bezige Bij Antwerpen doet boeken dicht,” las ik. De uitgeverij die dit jaar mijn vertaling van Rubens’ brieven heruitgaf en die volgend jaar mijn biografie van Bruegel zou uitgeven. Wat kan een schrijver doen? In deze benarde tijden geef ik de mogelijkheid, het geluk niet op om lang en aandachtig naar het werk van Bruegel te kijken. Ik schrijf voort.
Mijn dank aan Harold Polis, Katrien Deloose en Gert Dooreman voor het mooie werk dat we al samen konden maken.

De verveling die ik graag ervaar

“De passie voor geschiedenis beheerste heel mijn leven. Ik heb vaak briefwisselingen opgezet over feiten die niemand interesseren; zo schep ik er genoegen in om te weten wat de naam is van een veld dat ik aan de rand van de weg zag, wie de eigenaar was van dat veld, hoe het bij de huidige eigenaar is terechtgekomen. Ik hecht er zelfs aan om te ontdekken wat er gebeurd is met jongere kinderen uit deze of gene tak van een stamboom. Toen ik het over mijn familie moest hebben, heb ik me gestort op mijn favoriete opzoekingen, zonder ander doel dan mijn plezier als kroniekschrijver. Ik sta overigens onverschillig tegenover gelijk welk ander belang dat men aan een naam kan hechten: ik stierf haast van genot toen ik ontdekte dat ik van verre verwant was met een oude parochiepriester genaamd Courte-Blanchardière de la Boucatelière-Foiret, die in een klokkentoren woonde.

Over mijn familie had ik dus verzameld wat ik erover kon vinden; maar mijn tekst werd te lang; de verveling die ik graag ervaar in de diepte van de geschiedenis is niet naar iedereens smaak; toch is het die opeenvolging van dorre en vruchtbare gronden die een land maakt.”

Was er ooit een betere schrijver dan Chateaubriand? Ik begin het ernstig te betwijfelen. Omdat het zo mooi is in het Frans, hier mijn favoriete zinnetje nogmaals. L’ennui que j’aime à trouver au fond de l’histoire n’est pas du goût de chacun.

Op stap met Rubens

Rubens wandelgids
Het resultaat van je werk in je handen kunnen nemen, dat is prettig. Rubens en de wellust? Rubens en de naastenliefde? We zetten de hoofdzonden en deugden van de meester voor u op een rijtje, u leert ze kennen op een aangename wandeling door Antwerpen. Beschikbaar in het Nederlands, Frans, Engels en Duits. Een uitgave van de stad Antwerpen, Antwerpen Toerisme en Congres en BAI. (Tekst Zonden en Deugden: Leen Huet en Jan Grieten)

Baes Gansendonck

De heer Libeer onderrichtte me in de krant. Game of Thrones is pure Shakespeare, musical en film zijn zelfbedruipende genres, kunstenaars in andere kunsttakken zijn parasieten. Gelukkig dat hertog Filips van Bourgondie en Joos Vijdt er niet zo over dachten, of we hadden nooit naar een schilderij van Jan Van Eyck kunnen kijken. Bovendien zijn de grootste mecenassen van beeldende kunstenaars en schrijvers zijzelf en hun familieleden, met jarenlange, geduldige, discrete investeringen in kennis en kunde. En plotseling dacht ik terug aan die spreekwoordelijke Baes Gansendonck. Dank aan ons aloude Franse boegbeeld Conscience!

Als niet komt tot iet
Dan kent iet zichzelven niet

Baes Gansendonck was een zonderling man. Ofschoon uit de nederigste dorpbewooners geboren, had hy zich echter al vroeg gaen inbeelden dat hy van veel edeler stof gemaekt was dan de andere boeren; dat hy alleen veel meer wist dan een gansche hoop geleerden te samen, dat de Gemeentezaken in de war liepen en den kreeftengang gingen, alleenlyk omdat hy, met zyn groot verstand, geen Burgemeester was, – en vele andere dingen van dien aerd.
En nochtans, de arme man kan lezen noch schryven en had van de meeste zaken zeer weinig vergeten…… maer hy had toch veel geld!
Langs dien kant ten minste, geleek hy aen vele voorname lieden, wier verstand ook in eene kist onder slot ligt, of wier wysheid, tegen 5 per cent uitgezet, jaerlyks met den intrest op nieuw in hun hoofd komt.

Hendrik Conscience, Baes Gansendonck, Buschmann, Antwerpen, 1850.

(Mijn achthonderdste bericht. Dank aan u, hooggewaardeerde lezers.)

Bloomsbury

BloomsburyCookbook_title_26523

Ha, Bloomsbury. Een paar sublieme romans, een enkele dichtbundel, dagboeken en brieven, schilderijen en dan ook nog de economische theorieën van John Maynard Keynes. (Als kunstenaar bevriend zijn met Keynes betekende dat je hem kon vragen om je centen voor je te beleggen, wat hij met vrucht deed.) Een buurt in Londen en portretten in de National Portrait Gallery. Die dingen ontdek je het eerst. Vervolgens kan je biografieën beginnen te lezen van alle leden van deze avontuurlijke Londense groep kunstenaars. En als je geluk hebt, geeft iemand je op een mooie vrijdag een boek cadeau waarvan je niet wist dat het bestond. “Bloomsbury is beroemd om zijn intellectuele en artistieke verwezenlijkingen, om sprankelende, zij het scherpe gesprekken, en om een bevrijdend negeren van maatschappelijke en seksuele conventies.” In de jaren 1920, waarde lezers. Actueler dan ooit, zou ik zeggen, nu beelden van onthoofdingen, kruisigingen en slavenhandel circuleren, en leden van een bepaalde Vlaamse elite breeduit in de kranten verkondigen dat Game of Thrones gerust Shakespeare kan vervangen en dat kunstenaars parasieten zijn.

Deels kookboek, deels ideeëngeschiedenis en kunstgeschiedenis, is een betere combinatie eigenlijk denkbaar? En nu het tijd wordt voor een hapje van het een of ander, zie ik dat recept voor ronde toast met gebakken champignons en ansjoviscrème plotseling wel zitten. Het recept hoort bij het hoofdstukje over de filosoof G.E. Moore. ” ‘Goede’ gemoedstoestanden en de ethische zoektocht van het individu naar waarheid en geluk waren uiterst belangrijk voor Moore, en deze ideeën legden de basis voor de Bloomsbury groep.”

Stik zeg!

Usbkey_internals

Ik verloor een usb-stick in de Maria Theresiastraat in Leuven. Het voorwerpje bevat een uitgebreid hoofdstuk over Pieter Bruegel en Dulle Griet, en fragmenten van een ander hoofdstuk over Bruegel. Beide hoofdstukken zijn intussen al gewijzigd, uitgebreid, verfijnd, op mijn laptop. Het is maar dat een eventuele vinder het weet: het copyright bevindt zich schrijfster dezes.

Mooiste

het-badhuis-corine-kisling

Er is natuurlijk Chateaubriand, die ik herlees en later nog eens hoop te herlezen. Hij schreef een subliem soort Frans, het doet me haast betreuren dat een van mijn voorvaderen ooit naar het Noorden en het Nederlands is getrokken. In het Nederlands, echter, is Het badhuis van Corine Kisling misschien wel het mooiste dat ik dit jaar las.

“Een oude vrouw is uitgegleden in bad en kan er op eigen kracht niet meer uit. Haar geroep om hulp wordt niet gehoord. In de bange uren (wellicht dagen) die ze in de steeds verder afkoelende badkuip doorbrengt komen herinneringen boven aan tragische gebeurtenissen in haar leven….”

Subtiel en ontroerend. Een parel.