Krassende raaf

TH. de Viau, de dichter als boetvaardig pamflet
Th. de Viau, de dichter als boetvaardig pamflet

Ik geloof dat ik sympathie zou kunnen koesteren voor de zeventiende-eeuwse dichter Théophile de Viau. Dat plechtige Frans is ook zo grappig. Een raaf krast voor me uit. Laten we het een herfstgedicht noemen. Terug naar school, en zo.

Un Corbeau devant moi croasse,
Une ombre offusque mes regards,
Deux belettes et deux renards
Traversent l’endroit où je passe :
Les pieds faillent à mon cheval,
Mon laquais tombe du haut mal,
J’entends craqueter le tonnerre,
Un esprit se présente à moi,
J’ois Charon qui m’appelle à soi,
Je vois le centre de la terre.

Ce ruisseau remonte en sa source,
Un bœuf gravit sur un clocher,
Le sang coule de ce rocher,
Un aspic s’accouple d’une ourse,
Sur le haut d’une vieille tour
Un serpent déchire un vautour,
Le feu brûle dedans la glace,
Le Soleil est devenu noir,
Je vois la Lune qui va choir,
Cet arbre est sorti de sa place.

Afbeelding: The less naughty work of Théophile de Viau

Gedenkplaat

Foto's van Jan Locus in KADOC
Foto’s van Jan Locus in KADOC

Een i-phone snapshot van de tentoonstelling Devoted in de kapel van het KADOC te Leuven. Leuvenaars, zo lees ik op de website van het Kadoc, zochten in 1914 troost in de kapel en brachten na de wereldoorlog uit dankbaarheid een gedenkplaat aan. Eronder plaatste fotograaf Jan Locus zijn foto’s van Koptische christenen in een Mariaal bedevaartsoord vlak bij Cairo (de jonge pelgrims krijgen een tatoeage als bewijs van hun inspanning).

Mobiel museum

Mobiel Museum met Landini L 25
Mobiel Museum met Landini L 25

Originele vrouwen zijn er nooit teveel; vandaar dat het me genoegen deed onlangs het Mobiele Museum van Mie Tracteur (een geuzennaam) aan te treffen op de opentuindag van hof ter Stokere in Merksplas.
Het betoverend ingerichte woonwagentje beantwoordt aan mijn zwerversideaal, en de Landini L 25, een gloeikoptractor, vormt slechts de helft van haar wagenpark.

Mie Tracteur onderweg
Mobiel Museum onderweg (foto Mie Tracteur)

http://www.mietracteur.eu

Toegewijd

JanLocus, Tuin van de Franciscan Friars of the Renewal, New York.
Jan Locus, Tuin van de Franciscan Friars of the Renewal, New York.

Een van mijn favoriete foto’s uit de reeks Devoted van Jan Locus. Een aftandse wagen in de tuin van de broeders capucijnen (Franciscan Friars of the Renewal) in New York. Jan Locus fotografeerde jarenlang christelijke geloofsuitingen in alle werelddelen. Het leverde verrassende beelden op. De meeste foto’s tonen gelovigen terwijl ze geloven, in kerken, bij processies en pelgrimstochten. Dit stille, terloopse tafereel sprak me op een andere manier aan.

“In Europa heeft het geloof de musea gevuld; de beelden uit Afrika geven soms een indruk van hoe de eerste christenen er uitzagen. Maar de New Yorkse broeders lijken nadrukkelijk klaar voor de toekomst – een zeldzame gewaarwording.” (LH, Toegewijd, in J. Locus, Devoted, Lannoo, 2012)

Nu te bezichtigen in de fraaie barokke kapel van het Kadoc in Leuven, tot 28 september. Toegang gratis.

Handschoen en pump

Lincoln Continental, 1960
Lincoln Continental, 1960

Waar is de tijd dat reclame voor auto’s duidelijk gericht was op elegante vrouwen? Uit mijn vaders rijke voorraad historisch automobieldrukwerk putte ik een folder van de Lincoln Continental uit 1960, een majestueuze auto die de bestuurster ‘an incomparable sense of security and command’ vermocht te geven. (En die, zo overweeg ik nu, mijn smalle stadstraatje niet eens in zou kunnen rijden.)

Auto

Favoriete ster, favoriete stad, prima auto. Men koopt een tijdschrift in het station en vindt een beeld om te koesteren. (Naast de onvergetelijke beschrijving, in een ander artikel, van Yves Saint Laurent die kristallen kandelaars tegen de muur in gruzelementen keilde, roepend: “J’en ai marre de tous ces milliards!”)

Vanity Fair (‘Brillant dehors, mordant dedans’), numéro 2, Août 2013.

Moederdag in Antwerpen

Mijn mooiste en slimste jongen heeft me maar een paar jaar overleefd. Filips met zijn glimlach, zijn krullen, zijn heldere ogen. Niet hij, maar mijn jongste zoon vervulde de stad met onze naam. Dat heeft me verrast. Het was mijn bedoeling een ambtenaar van hem te maken, iemand die nuttig is aan een hof; hij had er ook het verstand voor, maar hij tekende elk stukje papier dat hij vinden kon vol en smeekte me om prenten te kopen, die hij dan vlijtig natekende. Jij kent hem ook, al sinds je klein bent. Het licht dat hij alleen kon laten stralen heb je gezien op schooluitstapjes, in de kathedraal, in wat er overbleef van zijn huis. Overal een beetje, zelfs in de Nieuwe Wereld. Schilderijen als weelderig opgetaste fruitschalen, zoet spektakel. Blonde vrouwen die glanzen als honing. Kostbare stoffen op tere huid. Italiaans licht in ons noorden. Hij schilderde het licht in veel belovende donkere vrouwenogen en het licht in het schuim en de nevel van een onstuimige waterval in de bergen, dat uiteenviel in een regenboog. Toen hij opgroeide, zag hij zijn vader moedeloos in huis rondhangen; en het leek alsof hij al diens verspilde werkkracht met zich meedroeg en omzette in duizend schilderijen. Van simpel pigment en linnen en olie maakte hij rijkdommen zoals mijn familie nooit had kunnen vergaren, al hadden we dertig generaties lang gehandeld in de beste tapijten. Ken je zijn schilderij in de kathedraal boven het hoogaltaar? O, het toont met hoeveel hemelse vreugde men de lasten van dit leven kan transformeren, ontstijgen, achter zich laten. Daar ga ik soms naar kijken. Ik herken die blijdschap.
(Uit een ongepubliceerd verhaal over Rubens’ moeder.)

Limonade

Meng en pleng
Meng en pleng

Een limonaderecept uit Victoria Moores prachtig uitgegeven naslagwerk How To Drink:
Snij vier biologische citroenen in schijven. Leg ze in een karaf. Giet er 1,7 liter kokend water overheen. Suiker naar smaak. Laat afkoelen. Drink.

“It’s got more body and depth than a citron pressé, because the pith and peel are used.”

V. Moore, How To Drink, Londen, 2009, p. 172.

Dus

Pontormo, verkondiging, Capponikapel, Santa Felicita, Firenze (Foto R. Baldwin)
Pontormo, verkondiging, Capponikapel, Santa Felicita, Firenze (Foto R. Baldwin)

Dus. Een gedachtengang. Ik schrijf over een hedendaags schilder die zich laat inspireren door Jacopo Pontormo. Hij die in het begin van de zestiende eeuw een Verkondiging van de Engel schilderde in de Santa Felicita in Florence. Ik zie Ponte Vecchio voor me, het pleintje vol vespa’s, de kerk zelf. Santa Felicita, dat is toch de vroegchristelijke martelares over wie we ook lazen in de Latijnse les; de tekst over Perpetua & Felicitas? Bewaarden ze daar dan mogelijk een reliek van deze heilige Felicitas? Ik neem mijn onvolprezen Touring Club Italianogids van Firenze uit de kast. Geen relieken, zo verneem ik, maar wel een van de oudste kerken van de stad, vroegchristelijk, cultusplaats van een levendige Grieks-Syrische gemeenschap. Ach zo. L’interno, molto luminoso, consta di un’ unica navata… Meteen zie ik beelden van de kerk voor me, herinner ik me mijn laatste bezoek, toen ik Pontormo’s Verkondiging nog eens wilde bekijken voor mijn vertrek maar me terugtrok omdat er een misviering bezig was. Plotseling word ik vervuld door heimwee. Ik neem een ander boek uit de kast. Verlucht met mooie aquarellen van stadsgezichten, die het heimwee niet stillen. Het boek vertoont foxing (roestbruine vlekjes) op de snede. Ik vraag aan J. of er iets tegen foxing te doen is. Hij zegt dat men niet weet waardoor foxing veroorzaakt wordt, mogelijk door roest van het ijzer in de hamers waarmee vodden tot papier werden geslagen. Er is geen remedie tegen foxing. En ook niet tegen mijn plotseling heimwee naar Italië.

Voortschrijven dus.