Verloren maandag

Appelbollen
Appelbollen

“Verloren maandag brengt herinneringen terug aan de rijke boterige worstenbroden van knisperend bladerdeeg en de volmaakte appelbollen, als besneeuwde yurten op het bord, die alles met de kindertijd te maken hebben. Vernam de kleine Rémy uit Alleen op de wereld ook niet dat hij verkocht was aan een potsenmaker op het ogenblik dat zijn pleegmoeder appelbollen stond te bakken? Kijk, dan kon je aan de kleine Rémy denken terwijl je moeder je deze lekkernij toeschoof. (Alleen op de wereld is een uit de mode geraakt kinderboek, maar het werd met liefde herdacht door een van de grootste dichteressen van de twintigste eeuw, Marina Tsvetajeva; haar leven lang onthield ze de namen van de lieflijke, slimme honden in dat avontuur, samen uit te spreken als een toverformule: Capi, Dolce, Zerbino.)”

Traditie betekent wellicht ook dat mijn moeder me op verloren maandag nog steeds appelbollen bezorgt, zelfs al woon ik nu in een provincie waar men dit gebruik amper kent. Ze zullen smaken straks.

L. Huet, Verloren maandag, in Mijn België, derde druk, 2009, p. 299. Voor meer informatie over verloren maandag: klik op de tag hieronder.

Tochtje

Kapel, Minderhout
Kapel, Minderhout

Een stem over de radio herhaalde voorspelbare toekomstvoorspellingen. Binnen, laat ons zeggen, tien jaar zal drievierde van de wereldbevolking in steden wonen. Ook zal iedereen plotseling van nature zo kosmopolitisch zijn dat mensen zuiver rationeel “het beste land” zullen uitkiezen om zich te vestigen. Wel, dacht ik, laat ik dan mijn platteland bezoeken nu het nog kan. Het was mistig en miezerig en ik genoot van de slingerende weg tussen de grauwe akkers en weiden van Bolk, de halte bij de barokkapel die de jongste broer van Antoon Van Dyck liet bouwen, en het ritje naar de plaats “waar de wereld is afgeplakt met gazetten”, Zondereigen.

Hier ontmoetten mijn moeder en ik, dankzij de charme van het toeval, een jonge illustratrice die zich het komende jaar in het leven in Zondereigen zal verdiepen, met de inwoners zal spreken, tekeningen zal maken. Een afstudeerproject. Ik bladerde alvast door een wonderlijke stamboom en zag tekeningen van mensen, verweven met hun huizen. Mooi om dit aan te treffen in een oud klaslokaal met een heerlijk brandende kachel, een gelijnd bord en oude landkaarten van België aan de muur. Via deze link kunnen we een en ander volgen: Zondereigen.

Spreekwoorden

Wie had gedacht dat Erasmus’ Adagia zulke boeiende lectuur zouden blijken te zijn? Veel meer nog dan een spreekwoordenverzameling – al prettig op zich – is dit een bundel columns, kleine geschiedenislessen over de oudheid, humoristische anekdoten en persoonlijke beschouwingen van een sprankelende intellectueel. In de heldere en zwierige vertaling van Jeanine De Landtsheer een waar genot om te lezen.
De duistere aspecten van het leven in de oudheid worden overigens niet met de mantel der liefde bedekt, getuige daarvan de verklaring bij het spreekwoord Wie een kalf heeft gedragen, zal een stier dragen.
“Blijkbaar is dit spreekwoord in een bordeel ontstaan, maar het kan gemakkelijk op een fatsoenlijker manier worden gebruikt, indien we eronder verstaan dat wie in zijn jeugd met kleine misdrijfjes vertrouwd was, als man veel zwaarder misdaden zal begaan. In de fragmenten van Petronius Arbiter luidt het: ‘Ik stond versteld en ik verzekerde dat een jongen als Giton, de deugdzaamheid in persoon, zijn lusten niet zou kunnen bevredigen en dat het meisje niet oud genoeg was om de wet, die onderwerping vraagt van vrouwen, te aanvaarden. “Dus,” zei Quartilla, “is ze nog jonger dan ik toen ik me aan een man onderwierp? Juno, mijn beschermvrouwe, mag haar woede over me uitstorten indien ik me kan herinneren dat ik ooit maagd ben geweest. Want als peuter werd ik al misbruikt samen met mijn leeftijdgenootjes en daarna heb ik in de loop der jaren mezelf aan oudere jongens toegewijd, tot ik mijn huidige leeftijd bereikte.” Ik geloof dat hieruit het gezegde is ontstaan dat wie een kalf heeft gedragen, een stier zal dragen.’
Het is zeker niet dwaas om de uitdrukking in verband te brengen met de krachtpatserij van Milo van Croton. Hij kweekte de gewoonte om dagelijks een bepaalde afstand af te leggen met een kalf op zijn schouders; toen het tot een stier was opgegroeid kon hij die zonder problemen torsen. Het spreekwoord geldt dus voor mensen die zich geleidelijk wennen aan de moeilijkste opgaven.”

Desiderius Erasmus, Spreekwoorden. Adagia, vertaald en toegelicht door Jeanine de Landtsheer, Amsterdam, 2011, p. 49-50.

Opaal

Voor het eerst sinds n jaren lees ik weer eens wat Shakespeare – dat wil zeggen, ik graai zorgeloos rond in de kisten van de schatkamer en laat parels, smaragden, saffieren en dubloenen tussen mijn vingers rollen. Twelfth Night. Zou het niet prettig zijn om op Driekoningenavond een opvoering bij te wonen? Gewoon een zinnetje uit het stuk:
Now, the melancholy god protect thee, and the tailor make thy doublet of changeable taffeta, for thy mind is a very opal! I would have men of such constancy put to sea, that their business might be everything and their intent everywhere; for that’s it that always makes a good voyage of nothing.”

Herkenbaar

Van Eyck, Sint-Hieronymus, Detroit Institute of Arts, Detroit
Van Eyck?, Sint-Hieronymus, Detroit Institute of Arts, Detroit

“Rond die tijd begon hij ook na te denken welke richting het met zijn leven uit moest en waar hij zich zou vestigen. Hij besefte immers zeer goed hoe belangrijk het is voor het geluk van een mens om zich bij het maken van een levenskeuze door zijn natuurlijke aanleg te laten leiden en deze niet van het toeval, maar van een weloverwogen beslissing te laten afhangen. Sommigen storten zich halsoverkop op een bepaalde manier van leven, nog voor ze zichzelf voldoende hebben leren kennen. Anderen worden door de dood verrast terwijl ze nog steeds vol aarzeling een eventuele keuze aan het overwegen zijn. Hij maakte zich de bedenking dat er te Rome nog veel van het vroegere heidendom was blijven voortleven en dat zijn nog jeugdige leeftijd door de wufte levensstijl van die stad gevaar liep; ergens noemt hij haar Babylon. Ook de genotzucht in zijn eigen vaderland noemt hij ronduit barbaars. Ergens in een brief windt hij er bepaald geen doekjes om: ‘In mijn vaderland, waar een zekere onbehouwenheid tot de volksaard behoort, is de buik God; men leeft er van dag tot dag, en wie er rijk is, is er heilig.'”

Hiëronymus (gestorven in 420), ooit patroonheilige, zeg maar voorbeeld, voor boekenwurmen en talenliefhebbers, hier beschreven door Erasmus. Geboren in Dalmatië, opgeleid in Rome. Reisde door onze streken, woonde lange tijd in Syrië en vestigde zich ten slotte in Bethlehem. Op het minuscule schilderijtje van Van Eyck zou ik elk detail van de werkkamer met een vergrootglas willen bestuderen. Zie hoe mooi slordig die kostbare boeken daar op het schap liggen!

Desiderius Erasmus, Het leven van Hiëronymus, vertaald door J. Piolon, Rotterdam, 2007, p. 33-34.

Glad ijs

Een jonge geleerde sprak deze week op het symposium Facts & Feelings even over het Ambacht van Cupido, in 1613 gepubliceerd door Daniel Heinsius (alias Theocritus a Ganda). Charmante beelden, charmante gedichtjes. In het emblemenbundeltje vertelt Heinsius hoe Venus naar Nederland is gekomen en hoe haar zoon Cupido daar niet alleen de taal heeft geleerd, maar ook een plaatselijk gebruik. In lubrico:

EM010088

Cupido leert het spel dat Hollandt heeft gevonden,
Hy proeft te gaen op ’t ys, hy heeft twee schaetsen aen.
Hy heeft twee ysers scherp aen zijne voet gebonden,
Daer mede dat hy meynt op ’t water vast te staen.
Het ys van selfs is glat, de ysers glat daer tegen,
Men valt seer lichtelick daer op, of oock daer in.
Het vryen gaet alsoo. die niet en is te degen
Geslepen op het werck, die duyselt in de min.

Het werd me plotseling opnieuw duidelijk hoezeer de toenmalige lezers van deze vernuftige boekjes moeten hebben genoten.

452

Album amicorum Nicolaas Rockox, Antwerpen, Rubenshuis
Album amicorum Nicolaas Rockox, Antwerpen, Rubenshuis

Vandaag viert Nicolaas Rockox zijn 452ste verjaardag. Als biografe ben ik nog steeds blij dat die discrete goede man in mijn leven is gekomen. “Laat wie dat wil en kan op de gladde top van de macht staan, ik ben tevreden met de zoete rust,” koos hij als onderschrift bij zijn in 1639 gegraveerd portret. Vergeten we ook niet wat Orhan Pamuk schreef: “In het schitterende, tot in de puntjes verzorgde Rockoxhuis in Antwerpen kwam ik eens te meer tot het besef dat voorwerpen bezield kunnen worden door het verleden.”