Moeilijk te zeggen

Het was te voorspellen: ik houd van het slimme meisje Lisa Simpson (ook van Nelson, overigens). In een Simpsons-aflevering van een paar dagen geleden ging Lisa naar een lezing van Robert Pinsky, die onder algemeen enthousiasme een fragment van het gedicht ‘Impossible to Tell’ voordroeg. Daarom besloot ik deze dichter en zijn gedicht eens te googlen. En kijk, wat vindt men dan? Het blijkt een door en door Amerikaans gedicht te zijn over loyauteit en plotseling komt er een Belgenmop in voor. Uit een passage over grappen:

There’s one
A journalist told me. He heard it while a hero

Of the South African freedom movement was speaking
To elderly Jews. The speaker’s own right arm
Had been blown off by right-wing letter-bombers.

He told his listeners they had to cast their ballots
For the ANC—a group the old Jews feared
As “in with the Arabs.” But they started weeping

As the old one-armed fighter told them their country
Needed them to vote for what was right, their vote
Could make a country their children could return to

From London and Chicago. The moved old people
Applauded wildly, and the speaker’s friend
Whispered to the journalist, “It’s the Belgian Army

Joke come to life.” I wish I could tell it
To Elliot. In the Belgian Army, the feud
Between the Flemings and Walloons grew vicious,

So out of hand the army could barely function.
Finally one commander assembled his men
In one great room, to deal with things directly.

They stood before him at attention. “All Flemings,”
He ordered, “to the left wall.” Half the men
Clustered to the left. “Now all Walloons,” he ordered,

“Move to the right.” An equal number crowded
Against the right wall. Only one man remained
At attention in the middle: “What are you, soldier?”

Saluting, the man said, “Sir, I am a Belgian.”
“Why, that’s astonishing, Corporal—what’s your name?”
Saluting again, “Rabinowitz,” he answered:

A joke that seems at first to be a story
About the Jews. But as the renga describes
Religious meaning by moving in drifting petals

And brittle leaves that touch and die and suffer
The changing winds that riffle the gutter swirl,
So in the joke, just under the raucous music

Of Fleming, Jew, Walloon, a courtly allegiance
Moves to the dulcimer, gavotte and bow,
Over the banana tree the moon in autumn—

Allegiance to a state impossible to tell.

Lieve legenden

Antoon Van Dyck, Sint-Maarten, parochiekerk Zaventem
Antoon Van Dyck, Sint-Maarten, parochiekerk Zaventem

Het is goed wandelen door Brabant en Vlaanderen met het reisgidsje van de schilder G.P. Mensaert in de hand. Hij noteerde in 1763 enkele verhalen die in Antwerpen de ronde deden over Antoon Van Dyck. “De geschiedenis verhaalt, hoe de schilder halt hield in Zaventem, op twee mijl van Brussel, waar een jong meisje van grote schoonheid woonde, Anna van Ophem, die de honden van de Infante Isabella verzorgde. Hij werd dolverliefd en schilderde tijdens zijn verblijf in deze parochie twee schilderijen voor de plaatselijke kerk, te weten, dat van het hoofdaltaar, met een voorstelling van de Heilige Familie, waarin hij zijn geliefde portretteerde als de H. Maagd. Dit schilderij werd meegenomen door Franse verkenners, in de tijd van de oorlog in dit land; zij zouden er zelfs haverzakken van hebben gemaakt. Het andere schilderij, rechts van het koor, stelt Sint-Maarten te paard voor, terwijl hij een stuk van zijn mantel afsnijdt om aan de armen te geven. […] Rubens vernam dat zijn leerling zich in dit oord vermeide en liet hem zeggen dat als hij zijn reis nog langer uitstelde, hij hem zou komen leren hoe men zijn plicht moet doen. Daarom haastte hij zich voort naar Italië, toen deze twee schilderijen amper droog waren.”
Zoveel romantiek, de schilder die zijn liefde al schilderend laat blijken, het meisje met de honden van de aartshertogin! De hele idee van het bestaan van Anna van Ophem hebben kunsthistorici intussen terzijde geschoven, maar Van Dycks schitterende Sint-Maarten hangt gelukkig en wonderwel nog steeds in Zaventem.

G. P. Mensaert, Le peintre amateur et curieux, ou description générale des tableaux des plus habiles maîtres, qui font l’ ornement des églises, couvents, abbayes, prieurés et cabinets particuliers dans l’ étendue des Pays-Bas autrichiens, deel 1, Brussel, 1763, p. 195-196.

Staart

Romeinse ring met schorpioen, 2de eeuw n.C., geveild bij Christie's
Romeinse ring met schorpioen, 2de eeuw n.C., geveild bij Christie’s

En zo heeft de venijnige maand februari me in haar allerlaatste ogenblikken toch nog te pakken gekregen. Met een keel van schuurpapier naar lucht happen als een vis op het droge, geen pretje. Het lichaam lijkt plotseling wel heel erg op de stompzinnige, valse, altijd tegenwerkende slaaf die de neoplatonici, met name de Alexandrijnse filosofe en wiskundige Hypatia, erin zagen (of husselt mijn versufte brein nu ook al wijsgerige strekkingen door elkaar?). In elk geval, hangend in de sofa ontdek ik plotseling bizarre tv-series over vampieren. In Louisiana, waar men zo te zien ook struikelt over de feeën en weerwolven. Wel, wel.

Christie’s

A propos, een interessante link over Hypatia de historische figuur versus de Hollywoodversie, met verwijzing naar de onmisbare studie van Maria Dzielska.

Rubensfeest

Rubens op de Groenplaats (foto Edmond Fierlants, 1865: Consciencebibliotheek)
Rubens op de Groenplaats (foto Edmond Fierlants, 1865: Consciencebibliotheek)

Wannes Van de Velde schreef een prachtig lied over het standbeeld van Pieter Paul Rubens op de Groenplaats. In 1840, toen men besloten had om het standbeeld op te richten, ontstond er een conflict tussen het stadsbestuur en de Belgische regering over de plaats waar dat moest gebeuren. Bovendien liep de bronzen versie vertraging op en moest men zich tijdens de Rubensfeesten van augustus 1840 tevreden stellen met een gipsen replica, bronskleurig beschilderd, op het Burchtplein, aan de Schelde, buiten de stadsmuren. Uiteindelijk zou het tot 1843 duren vooraleer de 7000 kilo zware Rubens van massief brons zijn bestemming vond op de Groenplaats. Deze verwikkelingen gaven aanleiding tot heel wat satirische liederen. Zo is er De klacht van P. P. Rubens over het plaatsen van zijn beeld buiten de wallen van Antwerpen:

Hier stond voorheen het beeld eens reus
de plaag, de schrik van allen,
Daar hij noch heiden, Turk of Geus
was, stond hij uit haar wallen
Maar mij, een minnaar van ’t penseel
en Roomsch gelijk een Pater,
Waarom valt mij dees plaats ten deel
hier buiten stad aan ’t water?
Signoor ge zijt me zeker moe
en wenscht dat ik vertrekke
Wellicht voor u een reisje doe
om eilanden te ontdekken…
Daar sta ik nu met ’t hoofd ontbloot
in storm en wintervlagen,
de hand vooruit alsof ik brood
of aalmoes wilde vragen …

De blootshoofdse Rubens bleef de Antwerpenaren dwarszitten, want bij de inhuldiging van het bronzen beeld circuleerde reeds het Beklag over het zoogezegd beeld van Rubens:

Rubens van zijnen hoed beroofd
en gesierd met eenen degen!

Ik ken dien man niet, zegt van Dyck…

Wien verbeeldt die Spaansche held
dien men daar nu heeft verheven,
vraagt Jordaens…

Schande! ’t Edele palet
onder zijnen voet gestooten
en zijn hoed er bij gezet
om de kunst geheel te ontblooten. [….]

Gresham staat met bedekt hoofd
in ’t vermaard en konstrijk Londen
Rubens van zijnen hoed beroofd
heeft men den Signoors gezonden.

(Geciteerd in Floris Prims’ Antwerpiensia, 1927).

Brons, bot, bloed

Gevechtsscène, Iliasmanuscript, 5de eeuw (Milaan, Biblioteca Ambrosiana)
Gevechtsscène, Iliasmanuscript, 5de eeuw (Milaan, Biblioteca Ambrosiana)
Er wordt hevig gevochten in zangen 11 en 12 van de Ilias, brons stoot door schedels en gewrichten en slagaders, en stilaan begin ik Homeros te beschouwen als een van de beste beschrijvers van  de wreedheid en het delirium van de veldslag. Deze zangen wemelen van de onvergetelijke miniatuurtaferelen en doeltreffende metaforen. Een enkel voorbeeld, uit de vertaling door Patrick Lateur:

Zoals verdelgend vuur op een dicht woud
valt: wind vol wervelingen voert het vuur
naar overal, ontworteld vallen struiken
neer, door de vaart van vlammen aangevallen –
zo vielen door de vuisten van de zoon
van Atreus, Agamemnon, ook de hoofden
van vluchtende Trojanen, vele paarden
met sterke nekken lieten op de paden
van strijd en oorlog het geratel horen
van lege wagens, want zij misten toen
hun flinke menners. Dezen lagen neer
ter aarde en aan hen hadden de gieren
veel meer genoegen dan hun eigen vrouwen.

Homeros, Ilias, zang 11, 155-163.

Landlopers

landlopers-toon-horsten-9789045019321-voorkant_jpg_180x0_q85_crop_upscale

Vanavond wordt het boek Landlopers van Toon Horsten aan het publiek voorgesteld op de meest toepasselijke plaats: de voormalige boerderij van Wortel-Kolonie. Landlopers belicht tweehonderd jaar sociale geschiedenis in België en maakt ook vele herinneringen los, vermits ik opgroeide in Wortel-Kolonie, een groene long, en Merksplas-Kolonie, een “utopisch dorp” volgens een architect die de site heeft bestudeerd. De Kolonies waren lang een wat obscuur onderwerp, letterlijk gesitueerd aan de rand van het land, waarover men informatie bij elkaar moest sprokkelen in negentiende-eeuwse rapporten en licentiaatsthesissen. Dankzij dit meeslepende boek is dat niet langer nodig. Al lezend verneem ik veel boeiende, soms verbijsterende zaken en trekt ook een stoet personages uit Almanak weer voorbij.

90df2ed0-f6d6-4749-9989-4a1e1751c8f6

Bakkie troost

Kregting Koffie Zondvloed

Zondag doopten we in De Zondvloed het nieuwe boek van Marc Kregting met koffie en heerlijke koffiekoeken van bakkerij Walravens uit Mechelen. Al lezend in het mooi uitgegeven Koffie. Een doeboek hoop ik nu meer te vernemen over Multatuli en Max Havelaar, de Nespresso-gekte, de ontelbare wijzen waarop koffie in ons dagelijks leven doorsijpelt. Is thee voor watjes en koffie voor doeners, zoals een vriendin denkt, maar niet luidop zegt? Is koffie geschikt voor vrouwen die slank willen blijven en geleidelijk overschakelen op louter vloeibaar voedsel (onder het motto: als het vloeibaar is dan telt het niet), of past het toch meer bij astronauten en stugge onderhandelaars? Terwijl mijn eerste kopjes van de dag percoleren, neem ik alvast deze zinnen uit het Engelstalige voorwoord tot me: “According to a survey undertaken by foodbanks, besides sugar and milk, coffee was the most asked-for item among the underprivileged. And unlike meat, butter, milk cheese, potatoes and eggs which, in the average western nation or province, could, at least with the help of some animals, be produced in a back garden, coffee is something self-sustaining individuals can’ t grow.” Hetgeen me herinnert aan de woorden van de norbertijn Arie Sanden (pseudoniem van Xaveer Adriaensen), die in 1911 sociale wantoestanden in Turnhout, alias Freybosch, hekelde: “Freybosch is gezegend met een aantal fabrieken waar in vroeger dagen de werklieden te weinig wonnen om te leven en te veel om te sterven, dit laatste zeer zeker, aangezien zij geregeld elken zaterdag met koffie en rijst in plaats van met klinkende specie t’ huis kwamen, en ieder verstandig mensch ervan overtuigd moet zijn, dat men met rijst heel wel in ’t leven blijft en ’t vrouwvolk de koffie niet kan missen. Tegenwoordig nog moet het werkvolk, ondanks alle wetten, extra-goed uit zijn ogen zien, om niet gepluimd te worden …”

Koffie. Een doeboek
Koffie. Een doeboek

Marc Kregting, Koffie. Een doeboek, Wereldbibliotheek, Amsterdam, 2013, p. 9-10.
Arie Sanden, Een wereldje (1911), geciteerd in L. Huet, Turnhout. Onverwachte schrijvers …., Turnhout, 2002, p. 104.

Lesje voor biografen

Wat een heerlijke film, Joann Sfars Serge Gainsbourg, Vie Héroïque. Ik keek geamuseerd toe en vroeg me meermaals af of het niet beter zou zijn om te beginnen met roken: al die elegante gebaren die een sigaret toelaat en die nu eenmaal niet te imiteren vallen met een gebakvorkje – en vergeten we ook de impact van smoky eyes niet. Sfars sprookjesachtige aanpak werkte bevrijdend – misschien moeten biografen maar eens wat loskomen van voetnoten, boodschappenlijstjes en verslagen van de gemeenteraad, en overwegen hoe hun onderwerp hun poëtische fantasie stimuleert. Charmant en geestig ook, Yolande Moreau als Fréhel – Belle époque zangeres van “realistische” liederen -, Anna Mouglalis (en een zwarte kat) als Juliette Gréco, Laetita Casta als Brigitte Bardot en Lucy Gordon als Jane Birkin.

Beloften

De juiste woorden voor een huwelijksbelofte, 1774. Leuven, Universiteitsbinbliotheek
De juiste woorden voor een huwelijksbelofte, 1774. Leuven, Universiteitsbibliotheek

Wees op uw hoede. Indien iemand op Valentijnsdag zou zeggen: “Ik zal geen ander trouwen dan jou,” dan ontstaat er wettelijk noch een verloving, noch een huwelijk. Zegt iemand daarentegen: “Ik trouw geen ander dan jou,” dan constitueert dat wel degelijk een geldige huwelijksbelofte. Performatief taalgebruik, weet u nog? Uit een achttiende-eeuwse universiteitsthesis.